Ik denk soms: waarom toch dat eeuwige moeten?

De midlifecrisis-komedie Soof van regisseur Antoinette Beumer (1962) draait vanaf volgende week in de bioscoop. Ze herkent veel van zichzelf in de film. „Leuke man, twee kinderen, een goeie baan, en toch was ik niet gelukkig. Heel verwarrend.”

Tekst Herien Wensink, foto Andreas Terlaak

Soof

„Van al mijn films tot nu toe vond ik Soof de leukste om te maken. Mijn zus Marjolein schreef het scenario, en we hadden een heel goeie draaiperiode, dat wil ook wel eens anders zijn. Het feit dat we comedy maakten over een onderwerp dat iedereen op de set aansprak hielp zeker.

„Ik herken zelf ook veel van Soof. Rond mijn veertigste had ik net als zij een klassieke midlife-situatie. Leuke man, twee kinderen, een goeie baan, en toch was ik niet gelukkig. Heel verwarrend. In Soof wordt dat gegeven komisch uitvergroot. Je kunt dat zelf vaak pas achteraf een beetje duiden. Soms blijkt dan dat je een rigoureuze stap moest zetten om te kunnen groeien. Het is mij en mijn nu ex-man niet gelukt om dat samen te doen. In Soof lukt dat wel; het is echt een feelgoodfilm. Maar van mijn films gaat De Gelukkige Huisvrouw me het meest aan het hart, omdat ik bij die grote inzinking van de hoofdpersoon persoonlijk meer verbondenheid voel.”

Psychose

„Ik ben op dezelfde leeftijd precies zo gaan klooien als mijn vader heeft gedaan: ik stopte met werken, ik scheidde; ik trok alle steunpilaren onder mijn leven vandaan. Maar hij kreeg een psychose, ik niet. Ik ben niet doorgedraaid. Ik ben in therapie gegaan, heel daadkrachtig, zo van: ‘hoe lang gaat dit duren? Ik heb acht maanden de tijd.’ Het duurde drie jaar. Ik ben enorm blij dat ik dat gedaan heb. Ik ben altijd bang geweest om net als mijn vader te eindigen, en dat dat niet gebeurd is, heeft me veel vertrouwen gegeven.

„Er zijn mij sindsdien nog best wat rampen overkomen, maar dat heeft me niet onderuit geschoffeld.”

Ongeluk

„Het ongeluk op de set van Loft in 2010 heeft een enorme impact gehad. Een vier meter hoge stellage waar ik op stond stortte in. Ik was gevaarlijk gewond; het had veel erger af kunnen lopen. Die confrontatie met mijn eigen sterfelijkheid, zomaar, op een moment dat ik het totaal niet verwachtte, heeft me een hele tijd angstig en achterdochtig gemaakt. Het gevolg van een fysiek traumatische gebeurtenis is dat je lichaam nog lang denkt dat je in gevaar bent.”

Spijt

„Ik ben blij dat ik de film heb kunnen afmaken; drie weken na het ongeluk stond ik weer op de set. Dat is hoe ik ben, daarin ben ik moeilijk te stoppen. Maar ik snap nu de bezorgdheid van de mensen om me heen toen veel beter. Mijn moeder is net aan kanker overleden en in haar laatste paar maanden heb ik gezien hoe belachelijk het is als je doet alsof je alles nog kan, terwijl je het niet kan. En hoe machteloos je daar als geliefde bij staat. Ik heb er spijt van dat ik mijn gezin dat heb aangedaan.”

Borstkanker

„Ze had uitgezaaide borstkanker. De dokter gaf haar nog twee jaar, en dat is het precies geworden. Na de prognose heeft ze de beste twee jaar ever gehad. Ze heeft ongelofelijk veel kracht en moed getoond in het doodgaan, terwijl dat toch het engste is wat er is. Mijn zussen en ik putten veel troost uit het feit dat het zo goed is gegaan. We hebben elkaar nog alles kunnen zeggen. Maar het is onbegrijpelijk dat ze weg is. Ik kan het eigenlijk gewoon nog steeds niet geloven.”

Anderhalve paardenkop

„Mijn moeder zei altijd: jij moet wat minder je best doen. Als je tachtig procent geeft van wat je nu doet, heb je zelf het idee dat je de kantjes ervan afloopt, maar zul je zien dat je een veel prettiger leven leidt, en leuker wordt om mee te werken. Die les is nog niet zo goed doorgedrongen. Ik kan mezelf echt geselen over de dingen die ik verkeerd doe. Over Jackie, mijn vorige film, heb ik achteraf het gevoel dat ik er niet alles heb uitgehaald wat erin zat. Een heel frustrerende gedachte waar ik een tijd niet van kon slapen. Is niet iedereen zo streng voor zichzelf? Ik denk altijd dat dat normaal is. Wel probeer ik milder te zijn over dingen waar ik geen invloed op heb. Zoals nu bij Soof; gaan daar straks mensen heen? Ik heb daar bijna twee jaar van mijn leven voor gegeven, dus het zou verschrikkelijk zijn als er straks anderhalve paardenkop in de zaal zit.”

Loslaten

„In mijn werk kan ik tegenwoordig iets beter loslaten. Naarmate ik meer ervaring heb realiseer ik me steeds beter hoe weinig ik eigenlijk zelf kan. Ik ben afhankelijk van schrijvers, acteurs, cameramensen, technici. Mijn rol is zorgen dat al die mensen het beste uit zichzelf halen. De baas van KLM kan ook niet vliegen. Dus nu probeer ik niet alles meer plat te regisseren, maar mijn mensen van tevoren zorgvuldig te selecteren en vervolgens te vertrouwen op hun talent en de kracht van het collectief. Dan kan er iets ontstaan dat beter is dan alles wat je vooraf hebt bedacht.

„In Soof ziet een scène waarin Soof een flirt van haar man wegjaagt. Hoe Lies Visschedijk [de actrice die Soof speelt] kijkt als dat is gelukt... Een blik kun je niet schrijven, die kun je niet regisseren. Je kunt hem alleen maar vragen, en hopen dat het lukt. Wat Lies daar laat zien, een heel mooie mengeling van verdriet, opluchting, trots en hoop, overtrof al mijn verwachtingen.”

Begrafenis

„Mijn moeder overleed tijdens de montage van Soof, mijn vader tijdens de opnames voor Jackie. Ja, ik ben gewoon heel vaak aan het filmen, dus als er iemand overlijdt is de kans groot dat het tijdens een film is. Bij het overlijden van mijn moeder kon ik de montage zes weken stilleggen. Maar toen mijn vader stierf, draaide ik in Amerika. Ik ben één dag op en neer geweest voor de begrafenis. Ik heb het verdriet toen geparkeerd om door te kunnen werken. Maar daarna heb ik er wel veel last van gehad. Dan duikt het op, op vakantie enzo. Ga je opeens bij iedere boom staan huilen. Gelukkig maar, dat zo’n gevoel zich niet zomaar laat wegstoppen. Het feit dat ik het verdriet kan laten komen betekent ook dat ik het kan hanteren en verwerken.”

Burn-out

„De mensen om me heen maken zich wel eens zorgen over hoe hard ik werk. Mijn moeder zei altijd dat een burn-out om de hoek lag. Maar het laatste jaar is de balans iets beter geworden. Ik heb nu een eigen productiebedrijf met Rachel van Bommel en beheer mijn eigen agenda. Dat scheelt; ik word niet opgejaagd door producenten die vanalles van me willen. Ik ben met vier thrillerprojecten bezig, maar daarnaast lukt het best aardig om te ontspannen. Ik kijk veel films, ik lees, ik sport dagelijks. Maar ik moet het nog wel steeds voor mezelf verantwoorden: die films kijk ik ter inspiratie. Het mag geen lanterfanten worden. Ik denk wel eens: waarom toch dat eeuwige moeten? Maar ik ben bang dat het heel snel ophoudt, het leven, dus ik wil nog snel heel veel.”

Dankbaar

„Ik ben nooit boos geweest over het ongeluk – het was een menselijke fout – of verbitterd dat dat mij is overkomen. Doordat mijn kaak is verschoven heb ik altijd hoofdpijn, en ik heb last van oorsuizen. Ik heb een paar vingers die niet meer bewegen. Maar dat hoort nu gewoon bij mij. Ik neem een aspirientje als ik hoofdpijn heb, en hou er rekening mee dat ik bekaf ben na een dag praten.

„Mijn man vertelde hoe hij mij in het ziekenhuis aantrof. Ik zat onder het bloed, mijn kaak was scheef, mijn gezicht zat vol hechtingen en mijn tanden lagen eruit, maar dat wist ik zelf niet. Ik zat lachend rechtop in bed, steeds maar te zeggen: ‘ik heb zó veel geluk gehad!’ En hij dacht: Nou... Maar zo heb ik het altijd gevoeld. Ik ben alleen maar blij geweest dat ik niet dood ben. Wat zijn dan een paar kromme vingers en een beetje hoofdpijn? Nee, ik ben alleen maar dankbaar.”