Vaker, maar sneller en kleinschaliger onderzoek

De Bijlmerramp-enquête (1998-1999). Aanleiding: de ramp met de Boeing 747 van El Al, waarbij officieel 43 mensen om het leven kwamen. Foto Roel Rozenburg

Is er niets beters te verzinnen dan tijdelijke enquêtecommissies die met veel bombarie worden opgetuigd, veel geld en mankracht kosten, en waarvan de leden zich na afloop weer terugspoeden naar de eigen portefeuille?

Ja, zegt Sandor Loeffen. In navolging van bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten kan elke vaste Kamercommissie een aantal leden aanwijzen dat bijna permanent onderzoek doet. Snel en kort, met een paar hoorzittingen, een puntig verslag en dan weer over tot de orde van de dag.

Kleinschaliger dan nu, maar effectiever, zegt Loeffen. „Kamerleden kunnen voortbouwen op kennis die ze eerder hebben verzameld. Ze stellen betere vragen. Ze kunnen de regering dicht op de huid zitten en sterker de politieke agenda beïnvloeden.”

Sinds kort doet de Kamer jaarlijks drie van dergelijke kleine onderzoeken. Bijvoorbeeld naar de woningmarkt, de inburgering, de toekomst van de jeugdzorg en arbeidsmigratie. Dat is een goed initiatief waarop kan worden voortgebouwd, zegt Loeffen.

Inclusief die naar de Fyra zijn er straks twintig parlementaire enquêtes gehouden. Acht in de 19de eeuw, eentje na de Tweede Wereldoorlog, en elf sinds 1983. De AIVD zou nummer 21 kunnen worden. Dat is veel, vindt Loeffen: „Een grote politieke enquête moet eigenlijk een uitzondering zijn.” Ook Van den Berg pleit voor terughoudendheid: „Het blijft het zwaarste middel dat de Kamer heeft. Daar moet je zuinig mee omgaan.”