Fragiele

systemen

Technologie

Carola Houtekamer De radio, de overheadprojector, de routekaart. Hoe langer een techniek al meegaat, hoe groter de kans dat-ie nog wel even blijft.

Het is dat triomfantelijke gevoel. Dat gevoel waarmee jij in je gare Daihatsu Cuore uit 1987 langs die glanzende Citroën C5 in de berm zoeft, die daar staat omdat de elektrische ramen de stuurbekrachtiging storen.

Dat gevoel waarmee je een vlekkerige overheadprojector uit een hoek rolt, voor die spreker die z’n fancy Prezi niet aan de praat krijgt. Dat gevoel waarmee je een kaars aansteekt als de stroom is uitgevallen. Waarmee je de vaste lijn gebruikt als Nederland zonder 3G zit. De versnellingsloze fiets die niet kapot gaat. De ketel die de waterkoker overleeft. De routekaart.

Die triomf voel je, omdat je al die anderen te slim af bent. De betweters, de progressieven, de ‘kijk-ons-op-de-domme-massa-vooruitlopen’-snobs, met hun dure, kwetsbare speeltjes.

Soms klopt dat gevoel. Bij het CERN, dat van het Higgsdeeltje, slaan ze hun data nog op tape op, stond vorige week in The Economist. Tape! De bandjes die je in je Commodore 64 stak. De cassettes waarmee je je favoriete nummers uit de Top 2000 opnam (en wél op tijd wegdrukken voor de dj begon ).

Tape, bijna volledig uit de roulatie, maakt een mini-comeback. Tape heeft namelijk grote voordelen voor de opslag van ‘koude data’ waar je niet meteen bij hoeft. Het is goedkoper. Het is veiliger – ga maar eens uit woede duizenden tapes wissen. Robuuster ¬– gaat het lint kapot, dan plak je het gewoon weer aan elkaar. En de data blijft, mits je de bandjes goed conserveert, veel langer leesbaar.

Nog zo’n triomf: radio. Na de storm Haiyan op de Filippijnen waren hele steden en dorpen dagenlang verstoken van communicatie. De elektriciteit lag eruit, en dus was er geen internet en ook geen bereik. En alle coole social media-based disaster-apps haalden ook niks uit.

De telecomafdeling van de VN (ja, die bestaat), de International Telecom Union, vergaderde laatst over Haiyan. Het advies: we moeten terug naar radio. Want hoezeer een land ook is ingestort, er is altijd nog wel een frequentie uit de ether op te vangen. Radio heeft geen last van kapotte kabels, kan met minder knakbare masten. UNESCO ontwikkelde met die reden een klein radiostationnetje voor rampgebieden, waarmee je direct kunt uitzenden. De Radio-in-a-Box kun je eenvoudig met noodbiscuit verschepen.

Kijk, ik zie ook liever een gelikte Prezi dan gekrabbel op de overhead. Maar het is wel fijn dat de projector het altijd doet. Die is robuust. Die overleeft.

Het ‘Lindy-effect’, noemt Nassim Taleb dat. Hij is bekend van zijn boek The Black Swan, over onvoorspelbare catastrofes. Zijn nieuwste boek Antifragile gaat over fragiele systemen.

Het Lindy-effect voor technologie is dit: hoe langer een techniek al meegaat, hoe groter de kans dat-ie nog wel een tijdje blijft. Dat is tegenintuïtief, voor mensen geldt dat niet. Elke dag die je leeft, verkort de tijd die je nog hebt. Van de verbrandingsmotor die al 130 jaar meegaat, kun je juist veilig gokken dat deze nog wel een tijdje in gebruik blijft. Dat is van de nieuwste berichten-app maar de vraag.

Dingen die lang meegaan, zijn blijkbaar robuust. En die robuustheid zouden ontwerpers op de tekentafel moeten inbouwen. Maak systemen niet te groot en te complex. Overoptimaliseer ze niet voor één specifieke taak, met allerlei menuutjes en knopjes. Deel systemen op, zodat niet alles stilligt als één onderdeel kapot is. En zorg dat ze tegen een stootje, storm of stroomstoring kunnen. Dan steek ik wel een kaars aan voor de gezelligheid.