Europa verliest zijn voorbeeldfunctie

Tienduizenden mensen gaan dag in, dag uit de straat op om duidelijk te maken hoe sympathiek ze de Europese Unie vinden. Kom daar in de EU zelf eens om, dezer dagen. Voor de Oekraïense betogers staat Europa voor ‘beschaving’. Voor mensenrechten, democratie, vrijheid van meningsuiting. „Ze hebben onze droom gestolen!”, riep een oppositieleider op het vers gedoopte Europaplein. Met ‘ze’ bedoelde hij de mensen die president Janoekovitsj hadden geprest om laatst het associatieverdrag met de EU niet te tekenen en in plaats daarvan toe te treden tot een douane-unie met Rusland.

Het gaat de betogers niet zozeer om de vraag met wie ze handel drijven, maar meer om de invloeden die met die handel meekomen. De EU sluit alleen associatieverdragen met landen die mensenrechten respecteren, corruptie bestrijden en proberen solide rechtsstaten te worden (of te blijven). Rusland stelt zulke eisen niet. Oekraïne had jaren met de EU onderhandeld over dit verdrag. Alleen Janoekovitsj’ handtekening ontbrak nog. Toen hij die op het laatst weigerde te zetten, getreiterd door Rusland, ging ook de invoering van ‘Europese waarden’ de mist in. Wat zoiets concreet betekent? Een betoger zei: „Ik wil dat mijn kinderen in een land opgroeien waar ze jonge mensen niet slaan.” Vrij fundamenteel, dit.

Hoe anders spreken wij, ‘oude’ Europeanen, over Europa. We hebben decennialang in maatschappijen geleefd waarin exact die waarden centraal stonden waar deze Oekraïners naar snakken. Dat zorgde voor ongeëvenaarde welvaart en welzijn, en bijna 70 jaar zonder gewapende conflicten – uniek in onze geschiedenis.

De EU is uitgegroeid tot een soft power van jewelste, en een moreel baken voor velen. Maar we lijken er niet trots op, integendeel. In Italië scoort Beppe Grillo met anti-Duitse slogans. In Griekenland worden migranten in elkaar geramd. Nederland is Roemenen en Bulgaren ‘beu’. We lijken te vergeten dat Den Haag en Londen dé aanjagers waren van EU-uitbreidingen met nieuwe landen, omdat vrij verkeer van goederen, personen en kapitaal zo goed is voor ons bedrijfsleven.

Eén van de redenen dat het bon ton is geworden om negatief doen over Europa en onze veelgeprezen verdraagzaamheid langzaam af te breken, is precies dit: dat de Europese Unie meer als economisch dan als politiek project is verkocht. Regeringen vonden dat makkelijker, omdat ze dan moeilijke discussies over nationale soevereiniteit konden vermijden. Naoorlogse generaties zouden bovendien geen boodschap meer hebben aan een ‘vredesproject’: we hadden onze slechte instincten toch overwonnen? Daarom zeiden politici dat Europa een markt was, goed voor bedrijven. Dat bracht werk en welvaart. Later werd die economische uitleg gebruikt voor de euro, al kwam ook die munt er om puur politieke redenen.

Nu het economisch tegenzit, concluderen mensen dat die logica niet klopt: geen groei, dus weg met de euro en de EU. Ze hebben geen andere motivatie om op terug te vallen. Elke avond Frits Bolkestein op de buis maakt een mens wat dat betreft niet wijzer. Dus moeten we het van de Oekraïners horen. En van de Polen en andere ‘nieuwe’ Europeanen die onaangenaam verrast zijn dat, net nu zij eindelijk binnen zijn, de oorspronkelijke bewoners van het Europese droomhuis de muren beginnen te slopen. Hoe lang zal Europa nog een voorbeeld zijn?

Caroline de Gruyter schrijft op deze plek elke week over Europa en politiek.

    • Caroline de Gruyter