EU-voorstanders zijn zwijgende meerderheid

De grote politieke partijen doen net of zij niet zelf veel bijdragen aan Brusselse regels. Zo wordt voor de schreeuwende minderheid het electoraat op het verkeerde been gezet. Nederland vaart wel bij Europese samenwerking en dat vindt de zwijgende meerderheid ook, meent Roland Duong.

Als tv-journalist die al enige tijd de banden tussen Den Haag en Brussel onderzoekt, stuit ik telkens op de enorme kloof die gaapt tussen wat Nederlandse politici zeggen over Brussel en wat ze er daadwerkelijk doen. De meeste Haagse politici weten dat Brussel een buitengewoon belangrijke bestuurslaag is waar met vaardig politiek manoeuvreren grote voordelen voor Nederland kunnen worden behaald. Maar tegenover de burger wordt Brussel steevast neergezet als een wereldvreemd monster dat ons kastijdt met overbodige regels.

Vervolgens worden recepten uitgedeeld om dat monster te bestrijden. Dit werd de spil van het debat over de Europese politiek. Macht terughalen uit Brussel. CDA-leider Buma kwam met een lijstje waarin allerlei Brusselse regels weer onder Hollands gezag moesten terugkeren. Onder meer een Europese APK en regels voor zwangerschapsverlof werden bestreden. Het lijstje bleek allerminst accuraat en er stonden allerhande zaken in waar Brussel helemaal niet over gaat.

Het overgrote deel van de Nederlandse bedrijven en instanties is blij met de Europese regels, niet in de laatste plaats omdat zij er actief voor hebben gelobbyd in Brussel. Geharmoniseerde wetgeving over voedselveiligheid spelen de Hollandse voedselproducenten in de kaart, omdat hun producten zo gunstig afsteken tegen voedsel uit landen waar ze het minder nauw nemen. Ondanks deze vaststelling weigerde minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) met kracht afstand te nemen van de symboolpolitiek van het CDA.

Natuurlijk laten ook VVD’ers zich niet onbetuigd. Vanwege de constante angst rechts te worden ingehaald door Geert Wilders zijn zij er als de kippen bij de EU te demoniseren als de kans zich voordoet. Parlementariër Mark Verheijen schilderde de leider van de liberale fractie in het Europees parlement, Verhofstadt (waar nota bene de VVD zelf ook toe behoort) af als groot gevaar voor de EU. Maar ook VVD Eurolijsttrekker Hans van Baalen die Brussel ziet als corvee, blijft erop hameren dat zijn grootste missie is om de onzin uit Brussel te bestrijden.

Het meest recente anti-Brusselse proefballonnetje komt van Europarlementariër Dennis de Jong (SP). Hij overweegt de wetgevende macht bij de Europese Commissie weg te halen en de EU-regels te laten opstellen door de lidstaten zelf. Een kansloos en tendentieus voorstel want de Commissie beweegt in de meeste gevallen pas als de lidstaten zelf iets willen. Dagelijks maakt elke lidstaat zijn wensen kenbaar aan de Brusselse politiek. Dat is de grote verdwazing. Nederland vaart wel als essentiële zaken op het gebied van economie, financiën en de interne markt in Brussel goed worden geregeld. Maar deze gezamenlijke afspraken worden door onze politici beschouwd als besmette, eurofiele dossiers waar je beter niet mee te koop moet lopen. Zodra er een Europees akkoord is bereikt, rennen de regeringsleiders naar de nationale camera’s waar trots wordt verteld wat er allemaal uit Brussel is tegengehouden!

Ex-premier Monti van Italië, die zich verbaasde over deze dynamiek, pleitte voor een gedragscode waarin regeringsleiders ook aan hun thuispubliek moeten vertellen wat er wel samen is bereikt in Brussel. Die kwam er niet. Veel regeringsleiders koesteren de stok om Brussel mee te slaan om de aandacht af te leiden van de nationale problemen. Dieptepunt is onze eigen premier die beweert altijd met een geladen pistool op zak richting Brussel te vertrekken. Deze metafoor is een knieval voor het goedkope populisme van de schreeuwende minderheid. Gelukkig snappen de meeste burgers wel dat de Hollandse boterham deels wordt belegd door ons handels- en vestigingsklimaat, mede dankzij onze politici en ambtenaren die in Brussel onze Hollandse voorwaarden in de internemarktrichtlijnen wisten te integreren.

Onderzoeksbureaus komen telkens tot dezelfde conclusie: er zijn in Nederland nog altijd veel meer voorstanders van de EU dan tegenstanders. De schreeuwende minderheid mag het Europadebat dan gekaapt hebben; de zwijgende meerderheid beseft dat Europa van vitaal belang is voor de welvaart van Nederland.

Maar omdat nu ook de grote politieke middenpartijen lippendienst bewijzen aan de schreeuwende minderheid, dreigt het electoraat op het verkeerde been te worden gezet. De politici geven kiezers de indruk dat we zonder Brussel kunnen. Het politieke debat gaat alleen maar over minder Brussel en nóg minder Brussel. Zo dreigen de verworvenheden van ons lidmaatschap van de EU te worden gesmoord in politieke retoriek die geen maat houdt met de feiten. Onze democratie wordt dubbel geschaad: politieke janushoofden maken van het politieke bestel een ongeloofwaardige poppenkast en de burger krijgt geen zicht op wat zich in Brussel werkelijk afspeelt, zodat een gewogen oordeel over de Europese politiek vrijwel onmogelijk wordt. De zwijgende meerderheid heeft behoefte aan het ware verhaal over Brussel. Geen goedkoop skepticisme voor de bühne.

    • Roland Duong