De poule is goed te doen, maar zijn we fit genoeg?

Voetbal draait steeds minder om inzicht en techniek Het WK in Brazilië dwingt voetballers hun fysieke grenzen te verleggen Oranje speelt de openingswedstrijd tegen Spanje in de hitte

Redacteur Voetbal

Wesley Sneijder was de meest dynamische Nederlander op het WK 2010, met 73,28 afgelegde kilometers in zeven gespeelde wedstrijden. Xavi, de kilometervreter van wereldkampioen Spanje, liep dan wel een kilometer meer per wedstrijd (80,02 km in totaal), maar qua topsnelheid moest hij met 22 km per uur het hoofd buigen voor de Nederlandse sterspeler, die in de halve finale tegen Uruguay 27,09 km per uur klokte.

Mooie cijfers. Sneijder had dan ook de vorm van zijn leven en hij is de eerste om toe te geven dat hij tegenwoordig „niet meer topvijf van Europa” is. Hij maakt, zo vertelde hij vorige maand tijdens een interviewsessie, nog wel steeds „de meeste kilometers van iedereen” bij zijn Turkse club Galatasaray. Maar sinds hij bij zijn vorige club Inter Milan op een zijspoor kwam, en het heilige vuur even kwijt was, werd hij steeds vaker slachtoffer van spierblessures. Al twee seizoenen speelt hij met grote tussenpozen. Het WK in Brazilië is voor hem onzeker.

Wordt Sneijder slachtoffer van de hedendaagse vereisten van het profvoetbal? Grandioze traptechniek, meesterlijk spelinzicht. Maar wie de fysieke toets niet kan doorstaan, blijft gewoon thuis. De ontwikkeling van de voetbalsport dwingt spelers op zoek te gaan naar hun fysieke grenzen. Het gaat om duelkracht, om handelingssnelheid in een steeds hoger speltempo. Iedereen moet meeverdedigen. Steeds meer sprints, steeds meer inspanningen per minuut, steeds minder tijd om het opgebouwde melkzuur in spieren af te breken.

Artistieke spelers van het lome soort als Robert Prosinecki (Kroatië) en Carlos Valderrama (Colombia) zijn relicten uit de jaren negentig. De 20ste eeuw, dat is Cristiano Ronaldo, Lionel Messi. In de jaren 2010 kwam daar het fysieke fenomeen Gareth Bale uit Wales bij (niet aanwezig op het WK overigens). Bale, zo publiceerde een Britse krant, liep in de Champions League-wedstrijd tussen zijn toenmalige club Tottenham Hotspur tegen Inter in 2010 op een totaal van 12 kilometer liefst 719 meter op een snelheid boven 24 km per uur.

Dat dus is modern profvoetbal, en het is terug te zien in de meest recente successen. Zie het machtsvertoon waarmee Bayern München, energiek en overweldigend, afgelopen seizoen de heerschappij van FC Barcelona in het Europese clubvoetbal doorbrak. Of het levenslustige Brazilië, dat Spanje in de finale van de Confederations Cup deze zomer in een moordend tempo afmatte. Opeens leek de Europees- en wereldkampioen een futloos collectief van ééntempospelers. Het moet, zo lijkt, allemaal nog sneller, nog meer pressie op de tegenstanders, nog meer afjagen.

Waar staat Oranje tussen al dat geweld? Nederland opent in poule B tegen Spanje en een vroege confrontatie met Brazilië, groepshoofd in poule A, dreigt. Bondscoach Louis van Gaal was onder de indruk van het optreden van het gastland afgelopen zomer in de Confederations Cup. Het sterkte hem slechts in zijn opvatting dat voetbal tegenwoordig draait om fitheid. Zijn favoriete rechtsback Daryl Janmaat, die trainingen steevast op eigen initiatief afsluit met een ‘buikspierkwartier’, staat symbool voor de toewijding aan het lichaam.

Onlangs zei Van Gaal dat „in mei pas de selectie gemaakt wordt” en dat er zelfs dan nog spelers zijn die kunnen afvallen omdat ze „mijn fitheidsprogramma niet halen”. De slechte resultaten op het EK 2012 doen nog pijn. Oranje, de meest ervaren ploeg gerekend in het aantal interlands, mocht na drie verloren groepswedstrijden naar huis. Achteraf werd de ploeg na een intern onderzoek als niet fit genoeg beoordeeld door KNVB-directeur Bert van Oostveen. Hij baseerde zich op onderzoek van het UMC, die een analyse maakte van de gegevens van de medische staf van Oranje.

En nu dan, Brazilië. Dit WK, zo is het beeld dat ook Van Gaal vrijdag schetste, wordt er één van de slopende omstandigheden en grote afstanden. Een doemscenario is voor Nederland uitgebleven met twee van de drie groepswedstrijden (tegen Chili en Australië) in de zuidelijke helft van Brazilië. Alleen de openingswedstrijd tegen Spanje is in het hete Salvador. Toch had Van Gaal het liever anders gezien, omdat het pad naar de halve finale via de plaatsen Fortaleza, Belo Horizonte of Salvador loopt. „We gaan steeds noordelijker, dan worden de omstandigheden steeds slechter”, zei hij tegen de NOS.

Daar zou hitte zelfs zo erg zijn dat spelersvakbond FIFPro „onverantwoorde risico’s voor de gezondheid” voorziet. De FIFA staat arbiters toe een extra drinkpauze in te lassen, maar aan de speeltijden wordt niet getornd. Teams moeten er maar gewoon mee omgaan. In Brazilië heerst het recht van de fitste.

    • Bart Hinke