De Okanisi koesteren hun verleden, maar enkel in het hoofd

De ‘geschiedverhalers’ van de Okanisi kennen hun historie tot drie eeuwen her. Maar ze lopen daar niet mee te koop.

De Britse antropoloog Jack Goody schreef dat er ‘geen geschiedenis is zonder archieven’. Bonno Thoden van Velzen bestrijdt dit. Hij beschouwt de orale traditie van de Okanisi als een historische schatkamer. Die verhalen kunnen gaan over gebeurtenissen van eeuwen geleden en blijken heel betrouwbaar. Ze worden onthouden en doorverteld door specialisten, mensen met een grote belangstelling voor het verleden en bovengemiddelde cognitieve vermogens.

Thoden van Velzen noemde hen aanvankelijk ‘historici’, maar tegenwoordig spreekt hij liever van ‘geschiedverhalers’. Thoden: „Historici vergelijken verhalen en bedienen zich van de historisch-kritische methode, en daarvan is bij geschiedverhalers geen sprake. Vader heeft een verhaal, over een gebeurtenis in 1800 of eerder, maar dat wordt niet getoetst aan de verhalen van anderen. Ben je gek, je gaat je kennis toch niet naar buiten brengen! Dat vinden Okanisi juist zo eigenaardig aan priesters en dominees; die lopen te koop met hun kennis en verhalen!”

Buitenstaanders (Bakaa) moeten flink wat hindernissen nemen voordat een geschiedverhaler hen gaansama toli (verhalen over de voorouders) vertelt. Thoden heeft daarover een treffende anekdote: „Mijn eerste serieuze poging om mondelinge overlevering vast te leggen was in 1962. Mij was een specialist aangeraden in een ander dorp dan waar ik woonde. Niet toevallig, men denkt dan ‘laten ze daar maar de schuld krijgen’ [van het prijsgeven van geheimen]. Hij wist dat ik kwam.

„Toen hij me zag, ontstak hij in woede en zei: ‘Jij bent het. Ik heb daar in die modder gestaan om die kanalen te graven. Zó diep heb ik in de modder gestaan. De hele dag. En dat was jij.’ De man liep boos weg. Hij identificeerde zich op dat moment met een slaaf en mij met een blanke opzichter die zijn voorouders dwong een suikerplantage aan te leggen.

„Mijn metgezel ging hem opzoeken; hij zat kwaad op een bankje achter zijn huis. De fles rum die ik had meegebracht, werd overhandigd, en toen kwam hij terug. ‘We gaan eerst bidden tot de voorouders die onder jou geleden hebben’, zei hij, en hij begon met een plengoffer. Pas toen was hij bereid om te vertellen over het verleden.”

De oudste verhalen gaan over de overtocht van Afrika naar Suriname. Thoden: „Ik kreeg een uitnodiging van een geschiedverhaler van naam, in een dorp bovenstrooms. Toen ik daar aankwam, zag ik een man van in de tachtig aan de waterkant zitten met een hengel. Hij begroette mij vriendelijk, maar er werd over niks gesproken, behalve dat mij een huisje werd toegewezen waar ik mijn hangmat zou kunnen binden. De volgende ochtend werd ik heel vroeg gepord door een klein jongetje die zei: ‘vader zit op je te wachten’. Die zat voor een houtvuurtje en begon te vertellen. Bevlogen, onderbroken door uitroepen als ‘Huh? Wat zie ik?’ en ‘Ah, kijk naar het zeewater! Het is niet langer blauw, het is groen! En kijk die vogel daar, die heb ik nog nooit gezien!’. En inderdaad, als je de Surinaamse kust nadert, verkleurt het zeewater voordat je land ziet.”

    • Dirk Vlasblom