De drie heiligen van deze tijd

Mahatma Gandhi. Martin Luther King. Nelson Mandela. Het zijn de drie meest gebruikte – en wellicht ook misbruikte – voorbeeldfiguren in businessboeken en leiderschapsseminars. Er gaat geen week voorbij of ik zie, hoor of lees wel een managementdenker die zijn punt illustreert door het aanhalen van een van deze drie mythische personen.

Tja. Het is makkelijk om er lacherig over te doen. Dat is ook soms mijn eerste neiging. Maar blijkbaar vervult het een diepmenselijke behoefte om je op te trekken aan dit soort iconen. Al eeuwen. Powerpoint heeft misschien de gebrandschilderde ramen vervangen. De plaats van de priester is ingepikt door een presentator. En Sint Augustinus van Hippo, Franciscus van Assisi en Thomas van Aquino heten nu Gandhi, King en Mandela. Maar voor de rest is er niet veel veranderd. Nog altijd gaat het erom je te spiegelen aan een onbereikbaar ideaal. Aan een betere versie van het verschijnsel mens dan je zelf ooit zult zijn.

Daarbij zijn de feitelijke elementen uit de biografie ondergeschikt aan de mythevorming en de anekdotes die worden doorverteld. Zoals het verhaal over Mandela dat hij altijd zijn eigen bed wilde opmaken. Ook in de hotels waar hij als president verbleef. Soms tot wanhoop van het personeel, dat het zo graag voor hem wilde doen.

Of het verhaal dat hij in een vliegtuig met motorpech, na te constateren dat de propeller niet meer draaide, onverstoorbaar zijn krant bleef lezen. Pas na de uiteindelijk veilige landing zei hij: „Man, wat was ik bang daarboven.” Blijkbaar was hij een meester in het beteugelen van zijn angst.

Of het allemaal precies zo is gegaan, is nu al bijna net zo onbelangrijk als de vraag of Sint Franciscus bijna duizend jaar geleden echt met de dieren kon praten.

Ik denk niet dat veel managers geloven dat je door een training, een ontwikkeltraject, laat staan door een praatje en een plaatje bij een congres, zelf ook een soort Madiba kunt worden. Iedereen realiseert zich dat ook iemand met het karakter en de gedrevenheid van Nelson Mandela decennia nodig had om te transformeren van een militante veertiger die in 1963 werd gearresteerd tot een op verzoening gerichte zeventiger die in 1990 vrijkwam en in 1994 president werd. Een weg die hij bovendien niet zelf verkoos, maar die hem veeleer door de omstandigheden werd opgedrongen.

Het is meer dat we door de verhalen over Mandela, zoals kerkgangers door een bijbelverhaal, in gedachten houden dat de echte waarde van het menselijk leven niet te vangen valt in titels, salarissen en lease-auto’s. Dat er grootsere dingen mogelijk zijn dan werken aan aandeelhouderswaarde. Gandhi, King en Mandela herinneren ons eraan dat rechtvaardigheid, opoffering en vergeving hogere waarden zijn dan aanspreken, afrekenen en afserveren.

En wat is er mis mee dat de werkenden der natie zich hier bij tijd en wijle vrijwillig op laten wijzen.

Waarom dan toch die neiging tot ironie? Omdat ik soms op dinsdag King gebruikt zie worden om verkopers van kantoorartikelen aan te moedigen, op woensdag Gandhi om projectleiders bij de belastingdienst een hart onder de riem te steken en op vrijdag Mandela om managers in de zorg te stimuleren om efficiënter te werken. Op zaterdag denk ik dan: een beetje meer eerbied graag voor onze hedendaagse heiligen. In ieder geval de komende paar dagen.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.

    • Ben Tiggelaar