De cowboys van het schaliegas

Journalist Gregory Zuckerman vertelt het verhaal van vier mannen die de energietoekomst van de Verenigde Staten veranderden.

Een team van Alpha Oil & Gas legt een oliepijpleiding aan bij Watford City in North Dakota, oktober 2011.

In Nederland is het debat over de winning van schaliegas (en -olie) al bijna afgerond voor er een proefboor de grond in is gegaan. De publieke opinie is tegen en de politiek verschuilt zich achter dubbelhartige standpunten: alleen boren in schaliegesteente als het veilig kan. Maar niemand kan met absolute zekerheid zeggen of de chemicaliën en het water dat op grote diepte in het schaliegesteente wordt gespoten, ooit zal leiden tot vervuiling van grondwater, verzakking of andere onvoorziene gevolgen.

Als een ding duidelijk is geworden uit het aardbevingsdrama veroorzaakt door de Groningse gaswinning, is het dat de experts veel weten over wat zich afspeelt in de ondergrond, maar lang niet alles.

Hoe anders is het Amerikaanse schalieverhaal. Daar kwamen de vragen pas toen het boren in en fracken – het kraken van keihard gesteente door het inspuiten van zand en chemicaliën – allang een feit was. En dan nog alleen in de oostelijke staten New York en Pennsylvania na vertoning van de documentaire Gasland en protesten door beroemdheden als Yoko Ono en Sean Lennon.

Het zijn tegenstemmen waar Gregory Zuckerman weinig oor voor heeft in The Frackers. Zijn boek gaat over de stoere aardvaders van de Amerikaanse energierevolutie. Zuckerman, journalist bij de The Wall Street Journal, verwierf eerder faam met The Greatest Trade, een boek over hedgefondsen en de financiële crisis.

The Frackers is het waargebeurde verhaal van vier schaliepioniers die zichzelf en de Verenigde Staten grote rijkdom hebben gebracht. Gedreven mannen – vrouwen komen in het boek alleen voor als echtgenote ‘van’ – die de grote energiespelers als Chevron en Shell te slim af waren.

In de bijna bezeten overtuiging dat het schaliegesteente een grote schat aan energie in zich verborg, bleven ze zoeken tot ze beet hadden: verticaal boren, diagonaal boren, horizontaal boren, fracken met veel chemicaliën, weinig chemicaliën, veel water en zand, weinig water en zand. Net zo lang tot ze gelijk kregen en schatrijk werden – nadat ze door vriend en vijand eerder voor gek waren verklaard.

Schaapsherder

Een van de hoofdpersonen in The Frackers is gasmagnaat George P. Mitchell, die deze zomer op 94-jarige leeftijd overleed. Type rags to richess bij uitstek. Vader Mitchell kwam als Savvas Paraskevopoulos in 1901 op 20-jarige leeftijd naar de VS, als zoon van een schaapsherder in een stoffig dorp op de Peloponnesos.

Eenmaal aangekomen in New York werd de jonge Griek geronseld voor werk aan de spoorweg die op dat moment werd aangelegd van Arkansas naar Texas. Omdat niemand zijn naam kon uitspreken moest hij van zijn Ierse baas een nieuwe naam aannemen. Veel fantasie had de Ier niet: Savvas Paraskevopoulos werd vanaf dat moment Mike Mitchell.

Met de spoorweg belandde Mitchell in het olierijke Texas. Het land van spuitende bronnen en wildcatters, eenlingen die zochten naar olie en gas op allerlei plaatsen. Een van die zoekenden was Mitchells zoon, George. Na een studie geologie was deze samen met zijn broer aan de slag gegaan als wildcatter. Vloekend en tierend brachten ze onwaarschijnlijke bronnen aan de praat. Een gascontract met de stad Chicago maakte George Mitchell in één klap tot een grote speler op de Amerikaanse gasmarkt.

Het bedrijf van Mitchell, Mitchell Energy, begon al in de jaren vijftig met het kraken van steen (fracken) om het opgesloten gas vrij te maken. Wat wel lukte, maar onvoldoende om geld mee te verdienen. Zeker niet in de formaties schaliegesteente.

Terwijl Mitchell zich ondertussen het hoofd brak over betere fracking-technieken, begonnen anderen nieuwe boortechnieken toe te passen. Diagonaal boren leverde in de jaren negentig al verbetering; horizontaal boren bracht de doorbraak. Het winnen van olie- en gas uit schaliegesteente leek in 2006 nog gekkenwerk. Maar inmiddels heeft de combinatie van nieuwe horizontale boortechnieken en de juiste samenstelling van de vloeistoffen om het fracken te forceren het Amerikaanse energielandschap op zijn kop gezet.

Wildcatters

Andere hoofdrolspelers in Zuckermans boek zijn de rijkeluiszoon Aubrey McClendon en Tom Ward. Samen richtten ze in 1989 de energiegigant Chesapeake Energy op (detail: beiden zijn inmiddels door hun aandeelhouders buitenspel gezet). De twee leerden elkaar kennen toen ze door de hele staat jacht maakten op boorrechten.

In tegenstelling tot Nederland waar de overheid de eigenaar is van bodemschatten, ligt het eigendomsrecht in de Verenigde Staten bij de eigenaar van het land. Die kan tijdelijk boorrechten verlenen aan geïnteresseerden. McClendon en Ward waren net als Mitchell typische wildcatters die hun heil zochten in de marge van de grote olie- en gasbedrijven.

Fascinerend zijn Zuckermans beschrijvingen van de race om zoveel mogelijk boorrechten te verzamelen zodra er een kleine doorbraak is, of als er schaarste dreigt op de gasmarkt. Bij nacht en ontij rukken agenten uit om anderen te snel af te zijn. Chesapeake Energy was vaak de winnaar.

Een vierde belangrijke speler in het Amerikaanse schalieverhaal, is Harold Hamm, een ‘beetje onbeholpen en onooglijke’ zoon van een dagloner – eveneens uit Oklahoma.

Waar eerdergenoemde spelers gokten op schaliegas, zette Hamm in op schalieolie. Hij werd schatrijk met de exploitatie van de Bakken-formatie in Noord-Dakota. Het vermogen van Hamm wordt op meer dan 14 miljard dollar geschat.

John Wayne

De nieuwe energiereuzen zijn bepaald geen linkse rakkers. Hamm voerde actief campagne voor de Republikeinse kandidaat bij de laatste verkiezingen en stortte gul in de partijkas. En ook Mitchell, McClendon en Ward hulden zich graag in de Amerikaanse vlag. De types die Zuckerman met de nodige clichés beschrijft houden het midden tussen John Wayne en JR uit de televisieserie Dallas. Helden die de Verenigde Staten veranderden van een land waar de energie op dreigde te raken, in de grootste aardgasproducent ter wereld.

Zuckerman stelt George Mitchell op gelijke hoogte als Henry Ford en Alexander Graham Bell. En hij is niet de enige. Ook The Economist noemde Mitchell in 2012 de man van de grote doorbraak: tien jaar en zes miljoen dollar kostte het hem om de grote doorbraak op het gebied van fracken te bereiken.

Het maatschappelijk debat speelt een ondergeschikte rol. Zuckerman stelt vast dat vragen over vervuiling van grondwater door chemicaliën pas een rol gingen spelen toen de winning van schaliegas en -olie zich naar het dichterbevolkte oosten verplaatste. Aanvankelijk bleef de schalierevolutie beperkt tot Texas, Oklahoma en Noord-Dakota. De schrijver lijkt niet goed te weten wat hij met de protesten aanmoet. Hij is jarenlang opgetrokken met de stoere energiemannen in het veld en koestert een duidelijke sympathie. ‘De milieuproblemen zijn vaak overdreven en kunnen worden opgelost’, schrijft Zuckerman. Hij geeft toe dat er schadelijke ongelukken zijn gebeurd bij het fracken, en dat er misschien te weinig regelgeving is. ‘Maar het kan nog jaren duren voor we de impact van de nieuwe boormethodes volledig begrijpen’. In positieve zin en in negatieve zin.

    • Renée Postma