Criminaliteit daalt, veiligheid stijgt, Justitie doet steeds minder

Ieder jaar komt de cijferbijbel Samenleving en Criminialiteit uit en ieder jaar weet ik wéér niet of ik moet janken of juichen. ‘Daling criminaliteit zet door’ leek mij dit jaar een verantwoorde nieuwskop boven een eventueel krantenbericht. Hoera dus. Maar het ministerie negeerde dit jaarlijkse werkstuk van het eigen Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum. Wat vreemd is, want de minister is doorgaans vrij royaal met het uitventen van de eigen goede werken via persberichten. Of zou er misschien ook minder goed nieuws te vinden zijn in dit 708 pagina’s tellende magnum opus van het WODC, het CBS en de Raad voor de Rechtspraak?

Maar laat ik beginnen met het goede nieuws. Net als in de meeste andere Westerse landen daalde in 2012 het slachtofferschap van criminaliteit met ruim een kwart, en wel sinds 2005. Dan gaat het om wat mensen zèlf meemaken aan geweld, diefstal, vandalisme e.d. en via enquêtes anoniem opgeven. Niet wat ze zelf aan de politie rapporteren. Dat getal is in 2012 trouwens ook gedaald, sinds 2011 met 5 procent en sinds 2005 met 15 procent. Dat is dus een trendmatige afname, een echte verandering. Het wordt hier over de jaren heen veiliger.

De daling geldt voor nagenoeg àlle misdrijf-categoriën. Berovingen, autodiefstal, fietsdiefstal, vernielingen, openlijk geweld, brandstichting. Dalingspercentages van 85 procent (graffiti) tot 14 procent (openlijk geweld) . Er zijn ook stijgers. Er wordt meer met pistolen gezwaaid (vuurwapenmisdrijven plus 11 procent) en vaker uit winkels gejat (plus 9 procent). Maar de daling is meerjarig en trendmatig. Het veiligheidsgevoel is dan ook met een kwart gestegen. Nederlanders voelen zich dus beter want veiliger.

Waarom houdt het kabinet daar zijn mond over? Misschien zit dat in het schokkende lage en dalende handhavingsrendement. Het is sterk de vraag of de politiek dit resultaat kan claimen. Politie, OM en strafrechter produceren steeds minder verdachten, dossiers en sancties en doen daar ook langer over. Met de burger gaat het goed, met het apparaat slecht. Interessante paradox.

Het is intussen niet zo dat er een te kleine werkvoorraad aan crimineel gedrag zou zijn. Aan veelvoorkomende criminaliteit rapporteren burgers in 2012 8.3 miljoen incidenten – dat is klein en groot door elkaar. Daarvan bereiken er 1.1 miljoen de politie in de vorm van meldingen of aangiften. In 2012 loste de politie 270.000 misdrijven op – dat is een daling van 20 procent ten opzichte van 2005. Ook het gemiddelde ophelderingspercentage daalde, van 25.2 in 2005 naar 23.7 in 2012.

In 2012 stuurde de politie ook minder zaken door naar het OM dan in 2005: 218.000, 18 procent minder dan in 2005. De productie van dossiers en verdachten neemt ook in absolute termen af. Van die 218.000 zaken deden officieren en rechters in 2012 er samen 175.000 af. (Het restant van 43.000 zal dit jaar worden behandeld, neem ik aan). Van die 218.000 namen OM en rechtspraak ieder ongeveer de helft voor hun rekening. 96.000 voor het parket en 93.000 voor de strafrechters.

Dan wordt het interessant. Bij het OM wordt daarvan maar liefst 46 procent geseponeerd. 21 procent gaat gewoon de prullenbak in, om technische redenen. Niet vervolgbaar omdat bijvoorbeeld het bewijs niet is geleverd. Daarnaast wordt 25 procent weggegooid om inhoudelijke redenen. Het feit is te gering, er zijn elders maatregelen getroffen, er is medeschuld van het slachtoffer, het feit is te oud, de verdachte is te oud, te jong, te ziek, dader en slachtoffer regelden het onderling etc. De strafrechter gaf in 2012 in tien procent van de gevallen vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging. Van de 175.000 strafzaken die rechter en officier in 2012 dus afhandelden, werd in 53.300 zaken dus geen enkele sanctie opgelegd. In ruwweg een op de drie zaken die de politie doorstuurde werd in 2012 dus niet gestraft. Daar zullen goede redenen voor zijn, maar opvallend is het wel. Het zou zomaar kunnen dat de burger daar andere verwachtingen over heeft.

De productietijd loopt intussen op en de doelmatigheid neemt af. Het Openbaar Ministerie deed over een zaak in 2005 12 weken en in 2012 15 weken. Datzelfde gebeurde bij de strafrechter. In 2005 duurde de behandeling van een misdrijfzaak 26 weken. Dat is in 2012 35 weken geworden. Alleen de kinderrechter is sneller gaan werken. Daar duurt een zaak nu twee weken korter. Ook interessant is dat rechters substantieel vaker zijn gaan vrijspreken of om andere redenen de verdachte niet veroordelen. Bijvoorbeeld omdat het feit wel is bewezen, maar het feit of de verdachte niet strafbaar zijn (ontslag van rechtsvervolging). Of omdat het feit is verjaard, het OM te lang wachtte of er substantiële fouten in de vervolging zaten (zaak niet-ontvankelijk). Het aantal schuldigverklaringen is sinds 2005 namelijk met maar liefst 31 procent gedaald.

Zijn de kwaliteit van de opsporing en het gerechtelijk vooronderzoek afgenomen? Of zijn de zaken ingewikkelder geworden (dus juridisch kwetsbaarder) omdat OM en politie meer eenvoudige zaken zelf mogen afdoen? Zijn rechters kritischer geworden en beduchter voor dwalingen? Vermoedelijk is het van alles wat. Maar de echte repressiedenkers die justitie zien als een strafmachine kunnen hier niet vrolijk van worden. Zeker niet als ze lezen dat sinds 2005, gecorrigeerd voor loon- en prijsstijgingen, de uitgaven met 18 procent zijn gestegen tot 12.9 miljard.

Er wordt dus steeds meer publiek geld uitgegeven, waarna de strafkans en pakkans dalen, de productietijden stijgen en de output daalt. Wonder boven wonder stijgt de veiligheid en daalt de criminaliteit. Maar hoe dat toch komt? Als ik minister van Veiligheid was hield ik ook mijn mond.

De auteur is juridisch redacteur.

    • Folkert Jensma