Elk Kamerlid heeft graag een mooie enquête op zijn cv

De RSV-enquête (1983-1984). Voorzitter Kees van Dijk van het CDA (midden), PvdA’er Marcel van Dam (links). Foto ANP

Kamerlid Roland van Vliet (PVV) kan de geschiedenis ingaan als eerste PVV’er ooit die een parlementaire enquête heeft geleid, die naar de corporaties. Madeleine van Toorenburg (CDA) geniet straks bekendheid als voorzitter van de Fyra-commissie. Maarten van Traa (PvdA) werd bekend van het onderzoek naar het IRT-schandaal. En wie kende Jan de Wit (SP) voordat hij de enquête naar de financiële sector mocht leiden?

Kortom, een parlementaire enquête is een ideaal podium om je te profileren. Media-aandacht, ook op tv, is gegarandeerd. Zeker als de openbare verhoren beginnen, en helemaal als je tot voorzitter wordt gekozen. Partijen bepalen onderling achter de schermen wie dat wordt. „Het is altijd weer een strijd, het is een populaire functie”, zegt Loeffen. Maar het is dus niet per se de beste die boven komt drijven.

De RSV-enquête in 1983-1984 was de eerste die live op tv werd uitgezonden, elke dag weer. Dat had een grote impact. De televisiekijker zag topmannen uit het bedrijfsleven, ambtenaren en politici in het openbaar fouten toegeven. Hun ondervragers, onder wie Marcel van Dam (PvdA) en Theo Joekes (VVD), verwierven grote bekendheid. Het onderzoek draaide om Rijn-Schelde-Verolme, een concern in de scheepsbouw, waar dertigduizend mensen werkten. RSV kreeg naar schatting ruim twee miljard gulden (bijna een miljard euro) van de staat, maar ging toch failliet.

Lid zijn van een commissie heeft ook een nadeel. De leden laten hun andere Kamerwerkzaamheden tijdelijk over aan een collega. Na de enquête moeten ze die zien terug te winnen.