Rechtszaken staan de parlementaire enquête in de weg

De Srebrenica-enquête (2002-2003). Aanleiding: de rol van Nederlandse militairen bij de val van Srebrenica. 7.000 moslimmannen werden er geëxecuteerd. Foto Roel Rozenburg

Parlementaire enquêtes lopen soms parallel aan rechtszaken. Neem de enquête naar de woningcorporaties. Oud-bestuurder Erik Staal van Vestia, de grootste corporatie van Nederland die bijna failliet ging, is vorige maand gehoord door de rechtbank over de 3,5 miljoen euro die hij kreeg om zijn pensioengat te repareren. Vestia wil dat geld terug. Later moet Staal nog getuigen vanwege de 2,1 miljard euro die de redding van Vestia kostte. Ook tegen de accountants van Vestia wordt geprocedeerd. Het Openbaar Ministerie (OM) doet verder onderzoek naar fraude door kasbeheerder Marcel de V. en tussenpersoon Arjan G., die miljoenen zouden hebben verdiend aan provisies op rentecontracten (derivaten).

De samenloop van rechtszaken en het werk van de commissie is lastig. Het parlementaire onderzoek kan invloed hebben op de strafmaat: verdachten zijn al in een openbare hoorzitting publiekelijk veroordeeld. Verklaringen en documenten die aan de commissie zijn verstrekt, mogen niet in de rechtszaak worden gebruikt. „Voordat je het weet, loop je justitie in de weg”, zegt Joop van den Berg. „Dat kan nooit de bedoeling zijn.”

De commissie overlegt daarom met het OM over wie door de Kamer kan worden verhoord en welke documenten worden opgevraagd. „Om te voorkomen dat het strafrechtelijk onderzoek kan worden beschadigd”, zegt Duivesteijn. Maar dat beperkt wel het onderzoek van de commissie.