Een enquête is vooral rouwverwerking en afrekening

De IRT-enquête (1994-1996). Aanleiding: ongeoorloofde opsporingsmethoden van de politie naar de grootschalige invoer van drugs Foto Roel Rozenburg

De aanleiding is altijd hetzelfde: er is iets heel erg misgegaan, er is veel publieke verontwaardiging, de Kamer is ‘geschokt’ of ‘onthutst’. En dus moet ‘de onderste steen boven komen’.

Het ideale moment voor een parlementaire enquête. Die dient namelijk niet zozeer om de waarheid naar boven te halen, maar als „rouwverwerking”, zegt Joop van den Berg, oud-senator en emeritus hoogleraar Nederlandse politiek en parlementaire geschiedenis. „Het heeft een louterende werking. Je kan het probleem van je afzetten.”

De hogesnelheidstrein Fyra ging eind 2012 na jaren vertraging eindelijk rijden, maar hield er na vijf weken weer mee op. De aanleg van het spoor kostte de overheid zeven miljard euro. Kamerleden wilden een enquête. Binnenkort stemt de Kamer over het onderzoeksvoorstel, waarna de enquêtecommissie aan het werk kan. „Een zoethoudertje, oordeelt PvdA-senator Adri Duivesteijn, zelf ooit lid van de commissie die onderzoek deed naar de bouwfraude. „Zo van: kijk eens, we doen er wat aan! En daarna over tot de orde van de dag.”

Rouwverwerking gaat soms samen met politieke afrekening. Waar, wanneer en door wie zijn fouten gemaakt? Bij de IRT-enquête over onverantwoorde opsporingsmethoden traden de ministers Ed van Thijn (PvdA) en Ernst Hirsch-Ballin (CDA) af. Bij de bouwfraude-enquête deed minister Korthals (VVD) dat. Duivesteijn: „We willen het graag begrijpelijk houden. Dan komt de vraag al snel wie er in het verdachtenbankje moet.”