Avalanche, Katniss, Téllez

Joyce Roodnat

Het Avalanche Quartet is een gelegenheidsband, van muzikale vrienden uit de Nits en De Dijk en nog zo wat muzikanten. De band bestaat omdat ze de songs van Leonard Cohen willen spelen. Legendarische songwriter. Geadoreerde zanger. Weergaloze podiumpersoonlijkheid. Oftewel: je moet maar durven. Het Avalanche Quartet doet het gewoon. Ik ga volgende week luisteren en bij wijze van voorpret luister ik naar hun nieuwe cd, Rainy Night House. Nits-zanger Henk Hofstede eigent zich de Cohen-songs toe. Zoals dat mag. Zoals dat moet, want bewondering is lief, maar wat moet je ermee?

Leonard Cohen is een jager. Hij zingt sluipend, hij buigt de woorden krom in zijn keel. Hij zingt alsof hij niet weet wat ‘thuis’ is. Barre berusting. Au. Henk Hofstede is een verzamelaar. Hij laat de schorre klacht van Cohen voor wat die is, hij zingt alsof hij altijd heimwee heeft. Hopeloos verlangen. Au.

Ik luister naar de song ‘Joan of Arc’. Cohen fluisterde over Jeanne d’Arc, de zwarte bruid van de brandstapel, die op aandringen van God het leger had aangevoerd. Hofstede zingt met dezelfde woorden en noten toch een heel andere song. Hij gist naar de illusies van een meisje bij een bruidsjurk – luister maar, hij streelt het woord ‘wedding dress’ met zijn stem.

Naar de film, naar The Hunger Games deel twee: Catching Fire. Vlam vatten, vuur vangen. Brandstapel. Was deel 1 nog een tienerdrama, hier ontbrandt de oerstrijd van de oude, geperverteerde garde tegen de nieuwe generatie. Die oude garde is almachtig maar vecht niettemin volgens de regels. Gewoon vermoorden kan makkelijk maar het voldoet niet, ze moeten de jongeren overwinnen.

Komt het door de Avalanche-cd dat ik in Katniss Everdeen, heldin van de film, Jeanne d’Arc herken? Zij zal in deel 3 het volk moeten aanvoeren in de strijd, in mannenkleren, dat voel je aan alles. Maar ze presenteert zich in een zwarte bruidsjurk. Van veren, met vleugels, ze is een zwarte engel. Net als Jeanne d’Arc staat ze voor vrijheid en moed. En voor meisjesheid – een ander woord weet ik niet. Maar het is essentieel, vandaar die jurk. Want Katniss/Jeanne vecht als een man, maar ze wil geen man zijn. Dat kunnen haar tegenstanders niet begrijpen, wat haar nu juist weer hun meerdere maakt.

De duivel speelt met mij. Ik ga naar Gent, naar het museum S.M.A.K. Ik wil Praise of Folly zien, de grote expositie van Javier Téllez, een Venezolaanse video- en filmkunstenaar die samenwerkt met psychiatrische patiënten. En ook hier tref ik Jeanne d’Arc. In een ruimte tussen rode gordijnen stelde hij twee filmschermen tegenover elkaar op. Op het ene doen vrouwen uit een psychiatrisch ziekenhuis in Sydney hun verhaal over hun leven met een geestelijke stoornis. Over hun wanen en angsten. En vooral over hoe er op hen wordt gereageerd. Téllez filmde ze aandachtig. Niet larmoyant, wel persoonlijk. Op het andere scherm, ertegenover, projecteert hij La Passion de Jeanne d’Arc, de film die de Deen Carl Theodor Dreyer in 1928 maakte over Jeannes veroordeling tot de brandstapel. Een fenomeen want hij bestaat uit close-ups. Van de kerkelijke tronies. En van Jeanne. Van haar ontzetting, van haar tranen. De tussentitels van de zwijgende film verving Téllez door wat de vrouwen van het andere scherm op een schoolbord schrijven: uitspraken en observaties, opgedaan in de inrichting. ‘Did you take your medication?’. ‘You are a danger to yourself’. En meer van dat dooddoen.

In combinatie met Dreyers film, met de koppen van de prelaten en de ogen van Jeanne, wordt helder hoe deze vrouwen als ketters worden weggezet. Ze zijn anders, ze onttrekken zich aan de norm. En ze doen het nooit goed. Net als Jeanne. Hun vonnis is geveld, wat ze ook zeggen.

De verhoren leiden naar Jeannes executie, maar niet hier. Téllez versneed Dreyers film tot een vicieuze cirkel. Geen brandstapel maar een doolhof zonder uitgang. Steeds opnieuw die zelfvoldane gezichten, die veroordelende blikken. Jeanne d’Arc geeft dankzij Téllez’ kunstwerk inzicht in de kansloosheid van de mentaal gestoorde vrouwen.

Ze krijgen een vraag, ze geven antwoord, ze leggen uit wie ze zijn en wat ze doen. Maar niemand heeft er baat bij om naar hun woorden te luisteren.

Ik rijd terug en beluister weer de cd van het Avalanche Quartet. I saw her wince, I saw her cry/ I saw the glory in her eye. Die glorie. Dat is de les van Jeanne.

    • Joyce Roodnat