Als een gans in de modder

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: vervelen.

Mijn dochter heeft zich voor de derde avond op rij op haar kamer teruggetrokken met Jort. Hij helpt haar met geschiedenis. Als ik even aan de deur ga luistervinken, hoor ik een opgeruimde Brabander een powerpointpresentatie houden. Hij vertelt haar over jagers en boeren. „Bij dit tijdvak horen drie kenmerkende aspecten”, zegt hij blij. „Het eerste kenmerkende aspect is de levenswijze van jagers-verzamelaars...”

Halleluja, wat ziet ze in die jongen? Ik heb hem even gegoogeld. Hij heet eigenlijk Joost van Oort en is docent geschiedenis aan het Sint-Joriscollege in Eindhoven. Op YouTube heeft hij filmpjes geplaatst om zijn leerlingen te helpen met de examenstof. „Bij duizend views dacht ik: wow, dat is kei veel”, zei hij in het Eindhovens Dagblad. „Toen werden het er tienduizend en toen vijftigduizend. Meer dan een miljoen had ik nooit verwacht.”

Ik ben stomverbaasd. Een nogal knullige powerpointpresentatie, notabene van een leraar, waar tienduizenden leerlingen uit het hele land vrijwillig naar kijken. En getuige hun reacties op Facebook („Jort = held”) vervelen ze zich geen seconde met hem.

Hoe moet ik dat rijmen met dat Duitse onderzoek waarover ik in de krant las en dat een nieuwe vorm van verveling bij scholieren heeft ontdekt. Dit type verveling, dat vooral optreedt als ze in de klas zitten, studeren of huiswerk maken, gaat gepaard met kenmerken van depressie.

„Oh dat herken ik”, jammert mijn dochter. „Dat misselijkmakende gevoel als je huiswerk moet maken, maar niet beginnen kan.” Dan gaat ze haar nagels vijlen, een wasje doen, een maskertje nemen, uitrekenen hoeveel geld ze deze maand nog heeft, Facebook bekijken, tosti’s maken. En dat alles met een knijp in haar maag. Want in plaats van dat ze huiswerk maakt, doet ze niks. En als ze niks doet, zou ze op dat moment net zo goed groots en meeslepend kunnen leven. Maar dat kan niet, omdat ze dus aan haar huiswerk zit. „Dat is echt verschrikkelijk.”

Het is een variant van de ennui van Flaubert. Ik las ooit hoe die, voordat hij een pen op papier kreeg, eerst een tijdlang tussen het meubilair van zijn moeder moest stommelen, „als een gans in de modder” en dan pas op kon stijgen.

Maar is dat verveling? Het lijkt me eerder uitstelgedrag. Ik weet geloof ik niet wat verveling is. Als kind kon het me wel eens aanvliegen als mijn ouders op een druilerige zondag, met de leesmap op schoot, voor de open haard in slaap zaten te sukkelen, maar dan ging ik naar mijn kamer en oefende jazzballetpasjes en leerde songteksten van liefdesliedjes uit mijn hoofd (dertig jaar later kan ik nog steeds ‘Don’t you want me’ van de The Human League meezingen).

„Ik had zo’n buurjongetje”, zegt een vriend die tussen duizenden boeken woont, „die verveelde zich ook nooit”. Dat vond hij een heel dom jongetje. „Die was te stom om zich te vervelen.” Zelf zat deze vriend heel vaak onnoemelijk niets te doen. Hij had geen keus. Hij kon eenvoudigweg niet meedoen aan de wereld. Die was nep, vals, één grote hypocriete bende. „Dus zat ik maar een beetje boos uit het raam te kijken.”

Ik denk dat het die vorm van verveling is die de Duitse onderzoekers bij scholieren hebben gevonden: lusteloos wachten op een beter leven. Je zit te antichambreren boven een geschiedenis boek, tot het moment daar is dat je in het echte leven wordt toegelaten en eindelijk op een zonnig eiland in een kort jurkje op de bar kunt dansen.

En YouTube Jort snapt dat. Die helpt zo goed en zo kwaad als het kan met die lijdensweg naar een beter leven. Nog vijf maanden tot het eindexamen.

    • Monique Snoeijen