Woordblind: slechte verbindingen

Slecht functionerende verbindingen in de hersenen veroorzaken dyslexie, blijkt uit vergelijkende hersenscans.

Het zit er wel, maar het komt er niet uit. De klanken van gesproken taal (zogeheten fonemen) zijn wel correct opgeslagen in de hersenen van dyslectici. Maar door een gebrekkige verbinding tussen de auditieve cortex en het gebied van Broca (taalverwerking) kunnen ze klanken niet snel genoeg interpreteren. Daardoor maken dyslectici sneller spelfouten.

Dat blijkt uit een onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Bart Boets van de Katholieke Universiteit Leuven dat vandaag verschijnt in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

Boets en zijn team vergeleken de hersenactiviteit op basis van MRI-scans van 23 ernstig dyslectische volwassenen met die van 22 controlepersonen. De deelnemers luisterden in de MRI naar een reeks klanken waarin heel subtiel de klinker of de medeklinker wisselde. Dat klonk zo: ‘ba-ba-ba-da-da-da-by-by-by-dy-dy-dy’. Elke afzonderlijke klank bleek in de hersenen een eigen patroon van hersenactiviteit te geven in de auditieve cortex en enkele andere hersengebieden die betrokken zijn bij de verwerking van taal.

Tot hun grote verrassing zagen de Belgen dat fonetische reacties in de hersenen van dyslectici even scherp of zelfs scherper waren dan die van de controlepersonen. Het duurde alleen wat langer voordat de bijbehorende gebieden oplichtten.

De oorzaak daarvan is dat de verbindingen tussen de verschillende taalverwerkingsgebieden in de hersenen van dyslectici fysiek dunner en functioneel trager zijn dan normaal, ontrafelden de onderzoekers.

De nieuwe studie verscherpt de al langer bestaande tweespalt tussen dyslexie-onderzoekers. Het ene kamp zegt dat de stoornis komt doordat de fonetische representaties van klanken in de hersenen van dyslectici minder betrouwbaar zijn. Het andere kamp ziet gebrekkige communicatie tussen verschillende hersengebieden als de boosdoener bij dyslexie.