Wat zacht is, heeft stijl nodig

Of de bètawetenschappen de alfawetenschappen nodig hebben. Daar ging het weer eens over. Over de kloof die er zou bestaan tussen het wetenschappelijk wereldbeeld, waarin alles gemeten en beproefd zou kunnen worden, en het gevoelige gemodder van de kunsten.

Achter de tafel op de Nexusconferentie in Amsterdam zaten neurobiologen en filosofen, een oncoloog, een natuurkundige, een wiskundige, een astrofysicus. Serieuze mensen. Ze zeiden om het hardst dat de humaniora van het grootste belang waren. De mens is niet alleen een verzameling neuronen en moleculen. Je kunt het brein bestuderen door erin te kijken, maar je komt heel andere, net zo waardevolle dingen te weten als je romans leest. Zeiden ze. Grappig.

Antonio Damasio, de beroemde hersenonderzoeker en schrijver van onder meer De vergissing van Descartes, verdedigde het belang van emoties. Zonder emoties kunnen wij helemaal niet leven, zei hij. Angst, pijn, vreugde, ze zijn nuttig en bepalend voor ons gedrag. Ze hebben ook dingen als een juridisch systeem, religie en kunst voortgebracht. Wie denkt dat het leven ook best zou kunnen bestaan met niets dan rationaliteit vergist zich. Ik dacht aan Gerrit Krol. Eigenlijk belichaamde hij dit hele symposium, op een bepaalde manier. Wiskunde en literatuur. Hardheid en zachtheid. Exacte taal, waarin onderzoek verricht wordt naar ongrijpbare gevoelens.

„Het is een van de wonderen in de natuur dat, als je iets hebt dat niet in orde is, je daar pijn voelt, bijvoorbeeld in je keel.

„Je kunt ook pijn voelen aan iets dat je niet hebt, – waar voel je die?

„Pijn aan gisteren. Pijn aan je omgeving. Die pijn zit niet in je omgeving, die zit in jezelf.”

Fijne passages. Deze is uit De chauffeur verveelt zich, een van de vele boeken waarin een held met een mislukte wiskundestudie met veel zwier en zelfvertrouwen de hele wereld in kaart meent te kunnen brengen en intussen op vele gebieden mislukt. „Dit boek gaat geheel over de hoofdpersoon en zijn verhouding met de mooie maar onbetrouwbare Yvonne” staat in een ander boek (Een Fries huilt niet). De kracht van zelfvertrouwen.

Op de Nexusconferentie zei een filosofe dat de geest geproduceerd wordt door het brein. En dat het brein alles is wat wij zijn. Dus. Ze had weinig op met filosofen die zich verbeeldden iets over onze geest te kunnen zeggen zonder hersenonderzoek te doen. Zij zei toch ook niets over haar nieren gewoon door er maar een beetje over te denken? Nou dan.

Het is verrassend hoe dom mensen met een exacte wetenschappelijke achtergrond soms toch kunnen praten. De filosofe zei dat het zo klaar als een klontje was: bij iemand met alzheimer verandert iets in de hersenen. Zo iemand verandert ook werkelijk, ze verwaarloost zich bijvoorbeeld terwijl ze zo netjes was, hij houdt ineens niet meer van de appeltaart waar hij vroeger een moord voor deed. Wat voor bewijs wil je meer?

Een schrijfster aan tafel zei dat het toch geen enkel mens moeite kostte om zijn vader of moeder te blijven herkennen ook al had die alzheimer. Zo iemand is veranderd, zeker. Maar dat is niet alles wat erover te zeggen valt. Een mens is heel wat meer dan zijn brein.

Maar de schrijfster zei het niet echt goed. Ze zei dat met woorden als ‘mysterieus’ en ‘wonderbaarlijk’. Daardoor klonk ze een beetje te wollig. „Alles wat zacht in mij is heeft, als het naar buiten komt, stijl nodig. Hardheid. Afstand.” Zo schreef Krol het. Zonder stijl, zonder vorm lijken onze gevoelens op zachte blubber. Niemand heeft zin in zachte blubber, zeker niet in de zachte blubber van een ander. Hard zijn. Hard zeggen dat zijn dood een groot verlies is.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Marjoleine de Vos