Virtuele munten met een missie

Sinds de bitcoin-hype staat virtueel geld volop in de belangstelling.

Het Amsterdamse bedrijf Qoin ontwikkelt en verkoopt al jaren virtuele muntsystemen. De valuta die ze ontwikkelen dienen altijd een maatschappelijk doel.

Illustratie Roland Blokhuizen

Ze maken, verhandelen en beheren geld. Dat was een jaar geleden nog moeilijk uit te leggen, maar sinds de Bitcoin-hype merken Rob van Hilten (44) en Edgar Kampers (49) dat het makkelijker is. Qoin ontwikkelt en verkoopt internationaal – veelal virtuele – muntsystemen. En dat slaat aan. Qoin heeft vijftien mensen in dienst en ondersteunt vijfentwintig munteenheden in negen landen.

Virtuele munteenheden zijn er niet alleen om snel geld te verdienen. Juist niet, als het aan Kampers en Van Hilten ligt. Want hierin verschilt Qoin van het veel bekendere – en nu instortende – Bitcoin: de valuta die de Qoin ontwikkelt dienen altijd een maatschappelijk doel. Soms om noodlijdende gemeenschappen uit het slop te trekken. Soms als alternatief ruilmiddel. Maar ook verzekeringsmaatschappijen en gemeenten kloppen aan bij Qoin, bijvoorbeeld om geld te besparen.

En waar Bitcoin zich richt op de anonieme virtuele markt, zitten de heren van Qoin het liefst met lokale ondernemers aan tafel. Bijvoorbeeld in de Londense wijk Brixton of in de stad Bristol, waar Qoin voor lokale ondernemers een zogenoemde ‘gemeenschapsmunt’ opzette. Met de virtuele Brixton Pound en de Bristol Pound kunnen bedrijven onderling handelen. Ook klanten kunnen met de alternatieve Pounds bij lokale winkels betalen. „Een lokale munteenheid om lokale economie te stimuleren”, zegt Kampers. „Zonder bank”, vult van Hilten enthousiast aan.

Kampers en Van Hilten zitten rondom een grote houten tafel in hun kantoor in Amsterdam-West. In de kast staan boeken over alternatieve betaalwijzen, banksystemen en zelfredzame gemeenschappen. Met de Bitcoin willen ze liever niet te veel vergeleken worden. Ooit was het doel van die valuta ook om handel zonder banken mogelijk te maken. Maar daar is volgens Kampers en Van Hilten niets meer van over. Van Hilten: „Het is een speculatiebom geworden. Het is wachten op de volgende bubbel. Wat voegt dat nou toe?”

Openstaan voor alternatieven

Van Hilten en Kampers willen wel wat toevoegen. Hun stichting Qoin moet een tegenhanger zijn voor de commerciële banken die het maken van winst als hoogste doel hebben – precies waar Bitcoin ook ooit voor bedoeld was. Nu er een financiële crisis is, spreekt dit idee weer veel mensen aan „Mensen staan open voor alternatieven”, aldus Kampers.

Bij Qoin vloeit de 10 procent winst, die ze dit jaar voor het eerst maken, terug in de organisatie. Dat bedrag van honderdduizend euro investeert Qoin in onderzoek naar nieuwe betaalmethodes en online systemen. De vijftien teamleden verdienen, zo zegt Qoin zelf, „marktconform”. Aangezien het ontwikkelen van virtuele munten geen geijkte markt is, nemen Van Hilten en Kampers voor het gemak het gemiddelde salaris van medewerkers bij goede doelen, gemeenten, it- en marketingbedrijven.

Dat ze al 21 jaar samenwerken is te merken. Tijdens het praten vallen ze elkaar constant in de rede. Kampers: „Ik denk dat er wereldwijd vijf tot tien van ons soort bedrijven bestaan.” Van Hilten: „Als het er al tien zijn.” Kampers: „Daarom zeg ik ook van vijf tot tien”. Van Hilten: „Minder dan tien dus.”

Als een gemeenschap hulp nodig heeft met het opzetten van een alternatief muntsysteem, komen ze al gauw uit bij Qoin. Qoin adviseert deze partij over een passende valuta. Vervolgens zoekt Qoin, samen met de geïnteresseerde partij, investeerders die het opzetten van de munt kunnen betalen. De prijs varieert tussen de duizend euro voor een adviesgesprek, tot honderdduizenden euro’s voor het ontwikkelen van een munteenheid. Uiteindelijk moet de valuta zelfvoorzienend worden. „Veel gemeenschappen die ons om advies vragen hebben nog nooit over een bedrijfsplan nagedacht.” De meeste initiatieven halen het dan ook niet en stranden in goede bedoelingen.

TradeQoin in de Achterhoek

Een groep ondernemers uit de Achterhoek heeft het wel voor elkaar gekregen. Restaurants, garages en wijnhandelaren stapten in oktober dit jaar naar Qoin en doen nu mee aan het jongste project van het bedrijf: de virtuele valuta TradeQoin. Omdat Van Hilten zelf in de Achterhoek woont, en zelf ook baat heeft bij het geldsysteem, financierde Qoin zelf een derde van de ontwikkeling. De rest werd betaald uit subsidies van de Europese Unie en de Postcodeloterij.

TradeQoin moet kleine ondernemers en regio’s beschermen tegen multinationals en winkelketens. Ondernemers kunnen gratis lid worden van een handelsnetwerk waarin ze elkaar betalen met een virtuele TradeQoin. Over hun verdiende geld betalen ze een kleine heffing die het netwerk in stand houdt. Inmiddels heeft het netwerk zich al uitgebreid en doen behalve ondernemingen uit de Achterhoek ook bedrijven mee uit Noord-Holland en midden-Nederland – tweehonderd in totaal. Zij hebben een bankrekening waar TradeQoins bijgeschreven worden als ze een product of dienst aan een andere ondernemer binnen het netwerk verkopen.

Van Hilten en Kampers weten het zeker. Over tien jaar zal TradeQoin wereldwijd een alternatief betaalmiddel vormen dat naast de reguliere valuta bestaat. Één ding moet duidelijk zijn: van de bestaande valuta willen ze niet af. Ze zuchten als ze het nog een keer moeten uitleggen. De euro heeft als doel internationale handel mogelijk te maken op basis van concurrentie. TradeQoin is er juist om de lokale economie te stimuleren. Een derde valuta zou duurzaamheid kunnen stimuleren, een vierde ouderenzorg. Vier portemonnees voor vier doelen. „Zonder Bitcoins”, lacht Van Hilten, „Interessant om mee te speculeren, een betaalmiddel zal het nooit worden.”

    • Femke Awater