Universeel symbool van de menselijke veerkracht

Nelson Mandela is overleden, 95 jaar oud. Zuid-Afrika neemt afscheid van de president die het land na de apartheid bijeenhield. 27 jaar cel maakte van de vrijheidsstrijder een verzoener tussen zwart en blank.

Tijdens zijn proces in 1957 bokste Nelson Mandela (links) om fit te blijven tegen de professionele bokser Jerry Moloi. Mandela stond samen met 155 anderen terecht wegens hoogverraad. Foto Hollandse Hoogte

Niet alleen de man, de voormalige vrijheidsstrijder, de ex-president en de bejaarde activist is gisteravond gestorven. Het overlijden van Nelson Mandela markeert de dood van een idee.

Mandela was de belichaming van de veerkracht van de mens. Onze sterkste en onze mooiste kant. Van kiezen voor vergiffenis als wraak meer voor de hand ligt. Van een staatsman zonder zelfzucht. Van een leider die zich sterk maakt, door te pronken met zijn zwakheden. De dood van Mandela is het einde van een ideaal dat niet alleen Zuid-Afrika nodig had, als moreel kompas van een samenleving in worsteling met zichzelf. Maar heel de wereld.

Sommigen noemen dat idee onderdeel van een mythe. Mandela, leven en werk, is een vertelling, een heilig en overgeleverd verhaal. Iedereen kent flarden van dit verhaal. Hij was een politicus aan wie popconcerten werden opgedragen, films en stripverhalen, standbeelden en plakplaatjes, kunst en kitsch.

Iedereen wilde onderdeel zijn van dit verhaal. Filmacteurs, sporthelden en politici betaalden in de jaren na zijn vrijlating grote sommen geld voor een foto met Mandela, een diner, een handtekening, voor een glimp, een paragraafje van dit epos. In het tijdperk waarin revoluties en ideologie net zo schaars waren als helden, werd Mandela een onbetaalbaar handelsmerk.

Mandela als symbolische figuur was in eerste instantie een voorstelling die zich vastzette in de hoofden van Zuid-Afrikanen, anti-apartheidsstrijders over de hele wereld, popartiesten en nieuwsconsumenten die zo lang in afwachting waren van zijn vrijlating. Het idee over wie hij was, zijn persoon en zijn karakter, steeg tijdens zijn gevangenschap tussen 1963 en 1990 uit boven de werkelijkheid. Een fantasie van 27 jaar oud.

Zo ziet zijn biograaf Anthony Sampson dat althans. Hij vergelijkt Mandela’s vrijlating op 11 februari 1990 met Homerus’ Odyssee, een universele mythe, „waarin de triomf van de menselijke geest is uitgebeeld in de terugkeer van een verloren gewaande leider”. De man die op die ochtend de uitzinnige menigte voor de Victor Verstergevangenis bij Kaapstad tegemoet loopt, heeft zo lang vastgezeten, dat de „mythe zich had losgemaakt van de man”.

Na 27 jaar in de gevangenis wist niemand meer hoe Nelson Mandela er uitzag. In de kantoren van activisten over de hele wereld hing zijn afbeelding. Maar dat was het portret van de leidermartelaar die in 1964 tot levenslang werd veroordeeld wegens landverraad. Dat was de foto van de 46-jarige vrijheidsstrijder, de krachtige, kwade en vastberaden commandant van de gewapende tak van het ANC, Umkhonto we Sizwe (Speer der Natie). Dat was de politicus die was beschuldigd van landverraad en de doodstraf boven het hoofd hing maar op de dag van zijn veroordeling een van ’s werelds meest memorabele toespraken hield: „Ik heb het ideaal gekoesterd van een democratische, vrije samenleving waarin alle mensen in harmonie leven en gelijke kansen hebben. Het is een ideaal waarvoor ik hoop te leven, maar indien nodig is het een ideaal waarvoor ik bereid ben te sterven.”

Mandela anno 1990 was een volslagen onbekende. Mandela beschreef in zijn autobiografie Long Walk To Freedom hoe hij zelf verschrikt tot die ontdekking kwam. Toen hij in de nadagen van zijn gevangenschap door een cipier door Kaapstad werd gereden en even mocht proeven van de aanstaande vrijheid, herkende niemand hem op straat. Zijn haar was grijs geworden, zijn gelaat diep gegroefd. Mandela was een bejaarde, niet meer dan een schaduw van de militant die in de jaren zestig de bijnaam ‘de Zwarte Pimpernel’ kreeg. In gevangenschap bleef Mandela bijna drie decennia lang voor de wereld even jong en sterk als Elvis, James Dean, John F. Kennedy en Che Guevara.

Dat de mythe standhield was Mandela’s eigen werk. Daar wordt de mythe werkelijkheid. Het was enerzijds het gevolg van zijn optimistische kijk op de mens en het leven, zijn overtuiging dat het goede zelfs in je grootste vijand schuilt. Het was het gevolg van oprechte nederigheid en soms naïeve zelfrelativering van zijn wereldwijde status.

Maar de mythevorming was ook een bewust gekozen politieke strategie. Mandela gebruikte zijn statuur als icoon, als een acteur die zijn rol wordt. „Mandela’s politieke acties waren onderdeel van een voorstelling”, schreef politicoloog Tom Lodge in Mandela, a critical life. „Zelfbewust gepland en gescript om aan publieke verwachtingen te voldoen.”

Het is maart 1994, en de Zuid-Afrikaanse staatszender zendt live een televisiedebat uit vlak voor de eerste vrije verkiezingen. Mandela staat tegenover de zittende president, de man die hem vrijliet: F.W. De Klerk. De Klerk heeft het debat minutieus voorbereid en is een uur lang de meerdere van Mandela. Maar als het debat op het einde loopt, leunt Mandela voorover en vraagt om de hand van De Klerk. „De problemen van dit land zullen we samen wel oplossen”, glimlacht Mandela. Met die handdruk en die warme lach, vloerde hij De Klerk. Dit was de stijl-Mandela. Verzoening als machtspolitiek.

Dat spel speelde Mandela keer op keer. Twee voorbeelden uit 1995. Mandela is een jaar aan de macht. Het Zuid-Afrikaanse rugbyteam mag na een jarenlange sportboycot weer meedoen aan de wereldbeker en bereikt de finale. In de opgewonden sfeer in het rugbystadion, een bastion van blank Zuid-Afrika, verschijnt Mandela, in het groengele shirt van de Springbokken. Zuid-Afrika wint en wordt wereldkampioen. Mandela de talisman.

In hetzelfde jaar gaat Mandela op de thee bij Betsie Verwoerd, de 94-jarige weduwe van de architect van de apartheid Hendrik Verwoerd. Betsie had zich aan het einde van de gedwongen rassenscheiding teruggetrokken in Orania, een dorpje in de stoffige Noord-Kaap dat de blanke bewoners hebben uitgeroepen tot een autonome Volksstaat, ‘slegs vir blankes’. Mandela legt er bloemen op het graf van Hendrik Verwoerd, in 1966 vermoord in het parlement waar hij de apartheidswetgeving gestalte gaf. Als Betsie haar bril vergeten blijkt, nodig om haar toespraak over zelfbeschikkingsrecht van Afrikaners voor te lezen, helpt Mandela. Over haar schouder leest hij woord voor woord mee, in het Afrikaans, als Betsies aangever.

Zo bestendigde Mandela zijn iconische status van internationale held en universele leider. Hij zocht de blanke rechter op die hem tot levenslang veroordeelde, Percy Yutar, vergaf hem groots en maakte hem klein. Hij zat op de bank met de in 2006 overleden oud-president P.W. Botha, het meedogenloze gezicht van apartheid. Mandela legde de hand op de zijne en noemde zijn aartsrivaal „hoffelijk, respectvol en vriendelijk”.

Was dat ogenschijnlijk liefdadige leiderschap aangeboren, een geërfde karaktertrek? In zijn autobiografie koos Mandela er voor zijn keuzes, normen en waarden, te wortelen in zijn geboortestreek. Hij trok ruim vijftig pagina’s uit om zijn jeugd te beschrijven in het dorpje Mvezo, waar hij op 18 juli 1918 wordt geboren als Rolihlahla, wat onruststoker betekent in het Xhosa.

Mvezo is een dorp van rieten hutten, geitenhoeders en varkenshouders in het district van Umtata, de hoofdstad van de Transkei. Dat ligt in de provincie Oost-Kaap, de bakermat van zijn partij, het Afrikaans Nationaal Congres (ANC).

Mandela was een trotse Afrikaan, een plattelandsjongen, die met zijn voeten in de koeienstront had gestaan. Door dat te benadrukken dichtte hij de politieke kloof die er rond zijn vrijlating dreigde te ontstaan tussen de oude generatie van het ANC, die van het platteland kwam, en de jonge stedelingen in de partij.

Hij was ook een jongen met nauwe banden met de koninklijke familie van het Thembu-volk in de Oost-Kaap. Zijn vader Henry Gadla Mpakhanyiswa was een afstammeling van een negentiende-eeuwse tribale koning. Zijn vader vervulde volgens Mandela de rol van „eerste minister in Thembuland”, onder de koning die aan het begin van de negentiende eeuw over het gebied regeerde.

Mandela was negen toen zijn vader stierf aan (waarschijnlijk) tuberculose. Daarna kon zijn moeder niet langer voor hem zorgen en werd hij onder de hoede gebracht van Chief Jongintaba Dalindyebo, de heersende regent. „Uqinisufokotho Kwedini”, zei zijn moeder toen ze hem achterliet in de kraal van de Koninklijke familie. „Zet jezelf schrap.”

In de Oost-Kaap leerde hij niet alleen dat een leider regeert door te luisteren naar zijn onderdanen. Maar ook dat een leider zijn emoties verbergt. Hij beschreef zijn overgang van puber naar volwassene, toen hij besneden werd in de bush. „Ik deed mijn best mijn kwelling te verbergen. Een jongen mag huilen, maar een man verbergt zijn pijn.”

Dat was een van zijn grootste vaardigheden. Mandela leidde een leven vol verlies en afscheid. Na de dood van zijn vader werd hij emotioneel afgesneden van zijn gemeenschap, ook door het gesloten karakter van het internaat en de universiteit die hij later bezocht.

Tweeëntwintig jaar oud werd hij verbannen van de Fort Hare Universiteit, broedplaats van zwarte leiders, toen hij deelnam aan een studentenprotest en weigerde zitting te nemen in de studentenraad omdat zijn verkiezing niet democratisch zou zijn geweest. Hij vluchtte naar Johannesburg toen de regent van de Thembu’s hem probeerde uit te huwelijken. In de twintig jaar tot aan zijn gevangenschap zou hij altijd op de vlucht blijven, als leider van de ANC-jeugdliga, als aanstichter van talloze protesten tegen de blanke onderdrukking, als oprichter van de gewapende tak van de beweging, de Umkhontho we Sizwe.

Tweemaal zou Mandela scheiden, van zijn eerste vrouw Evelyn Mase en van Winnie. Hij overleefde al zijn helden: Oliver Tambo, zijn jeugdmentor en voorganger als ANC-leider; Chris Hani, de vermoorde communistenleider; en zijn mentor en vriend Walter Sisulu. Hij overleefde drie van zijn eigen kinderen. Het verborgen verdriet maakte van Mandela een held met een masker, dat hij zelden afzette. Zelfbeheersing bepaalde zijn handelen.

„Als je geen discipline hebt, ben je geen vrijheidsstrijder”, vertelde hij in 1993 een menigte in een town-ship waar zwaar gevochten werd tussen het ANC en de Inkatha Vrijheidspartij. Zijn aanhang vroeg hem de vredesbesprekingen te staken, „geef ons wapens meneer Mandela”, maar Mandela zei: „Uw taak is verzoening. Luister naar mij, luister naar mij. Wilt u dat ik uw leider blijf? Ja? Zolang ik uw leider ben, zal ik u terechtwijzen wanneer u het bij het verkeerde eind heeft.”

Het was het jaar waarin hij samen met F.W. De Klerk, de laatste blanke president, de man die hem vrijliet, de Nobelprijs voor de Vrede ontving. De ceremonie moest verzoening tussen de rassen onderstrepen. Maar Mandela dacht aan de gevechten tussen ANC en Inkatha. De kranten stonden vol geruchten dat de gevechten door geheime doodseskaders van de regering van De Klerk aangewakkerd werden. Een fotograaf wist de ware emoties van Mandela vast te leggen. Foto 1 toont een lachende Mandela als iedereen kijkt. Op foto 2 kijkt hij star voor zich uit, zijn bovenlip boos opgetrokken.

Het masker was Mandela’s enige bescherming tijdens zijn 27 jaren in gevangenschap, waar hij werd blootgesteld aan pesterijen van de blanke cipiers. Op Robbeneiland verboden ze gevangene 466/64 de begrafenis bij te wonen van zijn oudste zoon, die in 1969 omkwam bij een auto-ongeluk. Ze lieten krantenknipsels achter in zijn cel over de problemen van zijn vrouw Winnie. Ze verloor haar baan, haar huis. Ze werd meermalen gearresteerd en gevangengezet. Later kwamen berichten over haar affaires, haar minnaars. Mandela moest het even flegmatisch ondergaan als het gehak in kalksteen dat alle gevangenen op Robbeneiland moesten verrichten.

Achter de tralies kwam de ‘zwarte pimpernel’, de architect van de gewapende strijd, tot inkeer. Terrorist wordt verzoener. Dit beeld van de hervormde leider is bewust geschapen en in stand gehouden. Volgens zijn autobiografie en de officiële geschiedschrijving beleefde Mandela in het gevang zijn messiaanse transformatie. Zo kreeg Mandela’s vrijlating iets Bijbels: de verlosser keert terug op aarde. In werkelijkheid vormde Mandela nooit onderdeel van de gewapende strijd. Ook al kreeg hij militaire training in Ethiopië, hij heeft nooit een geweer gebruikt of bom gelegd. Mandela was wel actief betrokken bij de oprichting van de gewapende tak van het ANC, in het jaar voor zijn arrestatie op 26 juli 1962. Hij omarmde die gewapende strijd aarzelend.

Een revolutionair vol gebreken, dat was Mandela. Sommigen noemden zijn carrière als leider van een gewapende beweging „amateuristisch”. Partijleden verweten hem een leunstoelmarxist te zijn. Hij zou zich hebben laten inpalmen door blanke communisten, die de revolutie vanuit hun comfortabele villa’s in de rijke wijken van Johannesburg planden.

Volgens biograaf Sampson was Mandela ook na zijn vrijlating opmerkelijk meer op zijn gemak onder grootindustriëlen dan vakbondsleiders. Toen hij uit de gevangenis kwam bepleitte hij nog nationalisatie van alle bedrijven. Volgens Sampson werd Mandela in 1993 bekeerd door de Nederlandse staatssecretaris van Buitenlandse Handel, Yvonne Van Rooy, die hem uitlegde dat globalisering onomkeerbaar was en dat geen land zich kan ontwikkelen zonder particulier ondernemerschap.

Hij onderhandelde bijna acht jaar lang met de apartheidsregering van P.W. Botha, en later De Klerk over het wanneer en de voorwaarden van zijn vrijlating. Vrijlating werd geen gift van het regime aan Mandela, maar een geste van Mandela aan het regime. Mandela liet De Klerk daarna geregeld voelen dat hij hem geen dankbaarheid verschuldigd was.

Mandela kon autocratisch zijn, en koppig. De Klerk had er zo veel last van dat hij in 1996 uit de regering van nationale eenheid stapte. Ook zijn opvolger Thabo Mbeki worstelde met Mandela’s leiderschap. Mbeki’s biograaf, Mark Gevisser, beschrijft zijn irritatie over het ‘Mandela-exceptionalisme’: „Mandela als enige goede neger, het wereldwonder. Dat was voor Mbeki de bevestiging van blank racisme.”

Internationaal was Mandela het troeteldier, dat zichtbaar genoot van de fotosessies met de Spice Girls. Daarin was hij in de woorden van Anthony Sampson de ultieme postmoderne leider. „Hij was de meester van de soundbite, de hartelijke handdruk en de innemende lach.”

Hij was geen succesvolle president. Hij leidde een kabinet vol onervaren ministers, beging diplomatieke blunders en deed, zo gaf hij zelf toe, te weinig aan de grote plagen van Zuid-Afrika: aids en criminaliteit. Maar zijn verdienste is dat hij aantoonde dat politiek een theater is, waarin fouten gemakkelijk vergeven kunnen worden. Hij hield de wereld een nieuwe definitie van macht voor. Mandela’s macht was vrij van zelfverheerlijking en vol zelfspot, en niet aan functie gebonden. Terwijl veel Afrikaanse leiders macht beschouwen als een levenslang persoonlijk eigendom, trad Mandela vrijwillig terug na één termijn. Mbeki nam in 1999 het pluche over, maar Mandela hield het gezag. In tijden van crises keek het land, soms vergeefs, hoopvol naar hem, voor richting of vaderlijk advies.

De eeuw van Mandela bestreek de opkomst en de neergang van apartheid. Hij verenigde voor- en tegenstanders van dat systeem met een sentimenteel en politiek correct idee. Daarmee nam hij het lot van een heel volk in handen. Zijn verhaal werd de ruggengraat van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Mandela maakte de mythe tot werkelijkheid.

Bram Vermeulen was correspondent voor NRC Handelsblad in Zuid-Afrika van 2001 tot 2009. Op 1 januari keert hij terug op deze post.

    • Bram Vermeulen