Opinie

    • Simone van Saarloos

Simone Will was mijn ultieme ‘downdate’

Tweeënhalf uur zat ik bij een psychiater op de kamer om over de stijgende zelfmoordcijfers te praten. Ik dacht, dat is een trend en het heeft met de crisis te maken: daar moet je over schrijven. Maar de dood kwam tussendoor.

Ik beet net in mijn S van chocola toen ik het nieuws hoorde. Will is dood. Direct kwamen er tranen en in die mix van bitter en zout proefde ik het chocolademerk Gorilla – fair trade van ‘Virunga cacao uit Congo’, met dikke brokken ‘gerookt zeezout’. Zo smaakte het overlijden van Will dus. Logisch eigenlijk, want hij was ook een soort gorilla. Hier is het oppassen met racistische connotaties – hopelijk helpt het wanneer ik vertel dat hij zichzelf graag met King Kong vergeleek omdat hij zo van gewichtheffen hield.

Will was mijn ultieme ‘downdate’. Hij werkte als portier aan de universiteit in New York waar ik een semester studeerde. Hij was de enige bij wie het bewakersuniform goed stond, omdat hij de XXL – nodig voor de breedte van zijn benen – bij de taille liet innemen.

Ik bezocht hem in Brooklyn. Zijn bed had hij bovenop een terrarium gebouwd waarin een python zat. Hij zei: „Toen je mij voor het eerst zag, dacht je ook dat ik gevaarlijk was.” Ik protesteerde tevergeefs. Met de slang op schoot wachtte ik terwijl hij ravioli kookte. Het was wat waterig en zoutloos, maar hij serveerde het met trots. Will was de eerste man in zijn familie die het waagde voor een vrouw te koken. En dus schepte ik twee keer op.

Later moesten we rennen voor de laatste metro. Stand clear of the closing doors, please. Will sprong ertussen en hield de deuren net zolang open tot ik onder zijn oksel door kon glippen. Hij, de Godzilla.

We deden pull-ups aan de bagagestangen van de metro. ‘Try harder!’ Hij vroeg me schaamteloos te eten, schaamteloos te patsen met mijn kracht – wilde zien wat ik mezelf allemaal had afgeleerd.

We zagen elkaar te weinig. Hij deelde mij nu eenmaal met de boeken in de bieb, zei hij, zo berustend dat ik zeker wist dat hij ervaring had met studentes – het New Yorkse soort, zonder zesjes. In verloren tussenuren ontmoetten we elkaar in het donker van het auditorium. Als we zouden worden gesnapt, was het mijn schuld. Hij zei dat ik licht gaf en bedoelde dat niet zo romantisch als het klonk, wees me op mijn blank en blond.

In drie maanden tijd is hij de vijfde dode van nabij. En dan landelijk die vier zelfmoorden per dag, waar ik eigenlijk over had moeten schrijven. Wel beloof ik de kostbare uren met de psychiater nog eens te gebruiken.

De trend die sterven heet, waait toch niet over.

    • Simone van Saarloos