Rondjes rijden op de dijk, op zoek naar gaatjes

Zeeland maakte zich gisteravond op voor een nacht tussen hoop en vrees Nergens werden hogere waterstanden verwacht dan in Vlissingen Dijken werden extra bewaakt

De Zeeuwse dijkgraaf Toine Poppelaars. Foto Merlin Daleman

Redacteur Natuur & Milieu

Plukjes nieuwsgierigen hangen tegen de wind in. „Heerlijk uitwaaien”, zegt een Zeeuws meisje. „En zo meteen mijn haar weer kammen.” De boulevard van Vlissingen geeft gisteravond uitzicht op een kolkende Westerschelde. De vloed is over z’n hoogtepunt heen maar nog steeds klappen de golven op de kust. „Niet verontrustend”, zegt Klem van Duijn, gepensioneerd bewoner van de boulevard die weet waarover hij spreekt. „Ik heb jaren als kapitein op zee gevaren.”

Daar komt een auto aanrijden van Waterschap Scheldestromen. Dijkgraaf Toine Poppelaars stapt uit. Hij komt de situatie bij Boulevard de Ruyter in ogenschouw nemen. Omstanders stellen hem gerust. „Het is hier weleens erger geweest.” Poppelaars knikt. Naast het standbeeld van de beroemde zoon van Vlissingen, Michiel de Ruyter, staat de dijkgraaf televisieverslaggevers te woord. „Kwam het duidelijk over wat ik zei?”

Voor Poppelaars op deze vijfde december geen pakjesavond. „Dat doen we een andere keer.” Het is een lange werkdag. Vanochtend ontving hij buitenlandse gasten. Vanmiddag moest hij nog een convenant ondertekenen. Daarna spoedoverleg met het crisisteam van het waterschap, want nergens in Nederland werden met de noordwesterstorm hogere waterstanden verwacht dan in Vlissingen. Vannacht zou het water stijgen tot 3.70 meter boven NAP. Er was 30 procent kans dat het zou stijgen naar 4.20 meter boven NAP. Gevaarlijk.

Het lijkt mee te gaan vallen. Poppelaars: „We hebben vastgesteld dat de wind in kracht afneemt. Daardoor wordt het water vanuit de Noordzee minder hoog opgestuwd. Dat is prettig voor ons.” De weersvoorspellingen maken dat is besloten om voorlopig de reguliere dijkbewaking aan te houden volgens alarmfase II, en niet „op te schalen” naar alarmfase III.

Dat betekent dat ongeveer honderd waterschappers de afgelopen nacht hun dijkwachtposten bezetten en de dijken regelmatig in de gaten zouden houden, maar dat verdere uitbreiding nog niet nodig leek. Ook zouden daardoor bestaande openingen in dijken in het binnenland niet gesloten hoeven worden. En van het ontruimen of evacueren van gebieden is óók geen sprake.

Poppelaars: „We hebben hier ongeveer vijfhonderd kilometer dijken en er zijn ongeveer vijftig plekken die we onder deze omstandigheden extra in de gaten houden. Dat zijn plekken die nieuw zijn aangelegd, waar het helmgras op de klei nog niet heeft kunnen groeien, en plekken die onlangs zijn hersteld.” Het waterschap werkt met teams van twee man die steeds ongeveer tien kilometer dijkvak voor hun rekening nemen. „Ze rijden rondjes. Inspecteren de dijken op ongerechtigheden zoals een losliggende steen. Als je zoiets niet snel repareert, kan door zo’n losse steen een gat ontstaan.”

Zeeland maakte zich gisteravond op voor een nacht tussen hoop en vrees. Vannacht om vier uur zou het hoogste waterpeil worden bereikt. Boulevardbewoner Klem van Duijn: „Rond vier uur ben ben ik meestal wakker. Dan ga ik even kijken.”

    • Arjen Schreuder