Onze moeders moeten het hebben geweten

Zowel Martino Kerremans als Jan Koevoets is in het verkeerde gezin opgevoed Ze zijn als baby in het ziekenhuis verwisseld Hun leven ligt overhoop, erover praten willen ze liever niet meer

Het Florijn College aan de Wilhelminasingel in Breda waarin vroeger het Ignatiusziekenhuis was gevestigd.

verslaggever

Ze waren allebei moederskindjes. En nu, zestig jaar later, blijkt dat ze niet door hun eigen moeders zijn opgevoed. In februari 1953, in de hectische dagen na de watersnoodramp in Zeeland, zijn twee mannen als baby verwisseld op de kraamafdeling van het oude Ignatius Ziekenhuis in Breda. In dat ziekenhuis, waar nu het Florijn College is gevestigd, werkten de nonnen zo hard dat de moeders weleens een verkeerde baby aan de borst gelegd kregen. Meestal werd dat later weer rechtgezet.

Maar niet bij Martino Kerremans (60) en Jan Koevoets (60). Hun verhaal is naar buiten gekomen dankzij de regionale krant BN/DeStem en Omroep Brabant. Intussen is de impact ervan op beide mannen en hun families zo groot, dat zij hebben besloten verder met geen enkele krant of televisieprogramma meer te praten. Jan Koevoets, kapper in Sint Willebrord, vertelt door de telefoon dat „meer dan 45” omroepen en kranten hem hebben benaderd. Maar hij wil met niemand praten. Koevoets: „Ik wil gewoon werken – er zitten hier klanten in de zaak.”

Hij vertelt nog wel dat het hem allemaal rauw op het dak is gevallen. Liever had hij gewild dat alles bij het oude was gebleven. Koevoets, die geen vrouw maar wel kinderen heeft: „Ik kan al nachten niet slapen. En wat ik van de gelijkenis met mijn nieuwe zussen vind kan ik niet zeggen, want ik heb ze nog niet ontmoet.”

Het verhaal begint met de oproep van Martino Kerremans op 14 november in BN/DeStem. Ook Omroep Brabant besteedt die dag uitgebreid aandacht aan de zoektocht van Kerremans naar zijn biologische familie. Kerremans weet dan al een paar maanden dat zijn ouders en zussen geen familie van hem zijn. Dat had een DNA-test uitgewezen.

Nee dat kan niet, zeiden ze

De moeder van Martino Kerremans had hem eens verteld over een mogelijke verwisseling met een andere baby in het ziekenhuis. Toen zij daar indertijd enige ophef over maakte in het ziekenhuis, werd haar verzekerd dat dat niet het geval kon zijn. Daar heeft zij zich toen bij neergelegd. Zijn moeder straalde later ook nooit uit dat zij nog twijfelde.

Maar Martino Kerremans liet na haar overlijden tóch een DNA-test doen. Hij was bang dat zijn leven zestig jaar lang niet had geklopt en wilde zekerheid hebben. De consequenties van zijn zoektocht kon hij op dat moment nog niet overzien.

De redactie van BN/De Stem plaatste het verhaal met enige aarzeling. Redacteur Peter Ullenbroeck,: „Ik was aanvankelijk wat sceptisch toen ik zijn verhaal had gehoord. Ik sloot niet uit dat er geen sprake was geweest van een babyverwisseling, maar misschien wel van een ordinair slippertje. Maar uit de resultaten van de DNA-testen van hem met zijn zussen die hij liet zien, bleek duidelijk dat daar geen sprake van kon zijn.”

De zoektocht van Martino Kerremans begint bij het ziekenhuis. Maar het Amphia Ziekenhuis, waar het vroegere Ignatius Ziekenhuis nu onder valt, geeft hem met een beroep op de privacy van patiënten geen toegang tot de ziekenhuisarchieven. Ook de gemeente wil hem in eerste instantie geen inzicht geven in het geboorteregister. Later komt de gemeente op die beslissing terug.

Ondertussen wordt de oproep in de krant door de hele regio gezien. Het is Antoon Koevoets uit Hulten, een klein dorp in de gemeente Gilze en Rijen, die zich meldt zich bij BN/DeStem en zegt dat hij denkt dat het om zijn broer Jan gaat: het verhaal komt overeen met wat hij weet en hijzelf lijkt wel héél erg veel op de zoekende Martino.

Jan en zijn broer Antoon doen ook een DNA-test. Antoon en hij blijken geen familie. Wel is er een match tussen Jan en één van de zussen van Marino. Het plaatje wordt langzaamaan duidelijk: zowel Marino Kerremans als Jan Koevoets is in het verkeerde gezin opgevoed.

Ook in het gezin-Koevoets werd vroeger gesproken over de hectische tijd in het ziekenhuis. Jan Koevoets vertelt bij Omroep Brabant: „Mijn moeder vertelde dat de nonnen héél streng waren en dat zij ook weleens een ander kindje aan de borst had gehad. Er werd niet zo nauw gekeken. We maakten er vroeger grapjes over dat ik niet leek op mijn broer en mijn zussen. Ik was gewoon het kind van de melkboer – en daar had ik vrede mee.”

Zuster Regenhardt

Dat er baby’s zijn verwisseld op een drukke kraamafdeling verbaast oud-verpleegkundige M.L. Regenhardt niet echt. Zij deed haar opleiding in het Ignatius Ziekenhuis op de kinderafdeling – en daar waren de omstandigheden eind jaren vijftig nagenoeg hetzelfde als op de kraamafdeling, vertelt de nu 72-jarige ‘zuster Regenhardt’. „Wij vreesden de nonnen ook. ’s Nachts kwam het voor dat je met z’n drieën 80 patiënten had. Dat was een hele verantwoordelijkheid.” Op de vraag wat zij weet van de kraamafdeling, tekent ze uit hoe de net bevallen moeders met twaalf op zaal in een halve cirkel lagen. De baby’s lagen op de babykamer en werden overdag in een kleine kribbe bij de moeder gezet. Ook voor de voedingen werden de baby’s naar de moeders gebracht.

De moeders van Jan en Martino zijn er later nooit meer op teruggekomen. „Toch”, zegt Jan in de uitzending waarin de broers met elkaar worden verenigd, „heb ik altijd een vermoeden gehad dat mijn moeder het heeft geweten. Dat kan bijna niet anders. En de moeder van Martino ook.”

    • Margot Poll