Oh God, I love country music

Country is in Nederland onbekend en onbemind. Doodzonde, schrijft Wim Kerkhof. We moeten dit Amerikaans cultureel erfgoed omarmen.

Een paar weken geleden was ik op vakantie in Gabon. Een taxibus reed me van Libreville naar Lambarene. De chauffeur zette een cd op: een greatest hits-album van countryzanger Kenny Rogers. Iedereen zong de nummers mee. Country, een roomblank genre, mateloos populair in zwart West-Afrika.

Stel je eens voor dat in Nederland een hele bus meezingt met een countryplaat. Het moet gek lopen wil je er hier überhaupt nog mee in aanraking komen. Op de nationale radio wordt geen country meer gedraaid. Wij worden geacht er niet van te houden. En dat is doodzonde.

Nee, dat is totaal belachelijk.

In de jaren zestig was country populair in Nederland. Je hoorde het gewoon tussen de andere genres door. Ik raakte erin geïnteresseerd door countryrockbands die aan het eind van het decennium furore maakten, met voorop The Flying Burrito Brothers.

In de eerste helft van de jaren zeventig ging het mis. Critici namen afstand. Zo betoogde dichteres en links geweten Elly de Waard in Vrij Nederland dat country fout was. Het was de muziek van het Amerikaanse platteland, van rechts, van conservatieve christenen, van alles wat in Amerika – toen nog verwikkeld in de Vietnamoorlog – niet deugde.

In de jaren negentig kwam daar het beeld van linedancers bovenop: mannen (vaak voorzien van bierbuik) en vrouwen in spijkerbroek die overal dwars doorheen dansen. Dat leverde de country het stempel ‘lage cultuur’ op. De country- artiesten conformeerden zich met hun rare hoeden toch al niet aan de heersende mode.

Allemaal redenen om country te verafschuwen, maar met muziek hebben ze niets te maken. En dan nog: is het feit dat in een countrytekst nogal eens het woord God voorbijkomt reden een genre in de ban te doen? God is in de soul zeker zo prominent aanwezig, maar daarover heb ik nooit iemand horen klagen. Misschien komt het wat harder aan als een blanke Amerikaan God bezingt – hij lijkt beklemmend veel op ons.

Hilversum vindt het maar niks

De Hilversumse radiostations hebben country eerst verbannen naar de uurtjes waarin niemand luisterde. Vervolgens zijn die speciale countryprogramma’s de nek om gedraaid – tegen het einde van het vorige decennium was er geen meer over. Gevolg is dat we ons totaal van het genre hebben vervreemd. Toen ik eens met mijn bandje The Amazing Stroopwafels werd uitgenodigd in een NCRV-programma, waarin we onze favoriete platen mochten uitkiezen, suggereerde ik Alan Jackson, Randy Travis en Marty Stuart. Helaas: dat paste niet in het format. Alles kon, behalve country.

Wat is het dan dat Nederlanders zo zou tegenstaan in deze muziek? Eén instrument is in ieder geval uit den boze. In 1997 bracht de Canadese countryzangeres Shania Twain haar album Come on over uit. Wereldwijd werden meer dan veertig miljoen exemplaren verkocht. Maar voor de internationale release werd een andere mix gemaakt. De voor de country zo kenmerkende pedalsteel (een soort tafel met snaren die met slides wordt bespeeld), werd vervangen door synthesizers.

Veel mensen omschrijven de klank van de pedalsteel als zeurend. Ik vind het een goddelijk instrument.

Die sound, zoals op de internationale editie van Come on over, country-light, heeft ook in Nederland een vertegenwoordiger: Ilse de Lange, die toch behoorlijk populair is. Ook populair, mede dankzij wat postume reclame in De Wereld Draait Door: Johnny Cash. Maar wat draaien we van hem? Zijn ‘American Recordings’, helemaal in de niche van de Americana. Een overwegend akoestisch subgenre zonder alle dingen die country juist zo leuk maken. Van de verfijnde samenzang en het rijke instrumentarium met elektrische gitaar, pedalsteel, fiddle, banjo, mandoline en dobro is vaak weinig over.

Wat Americana ook mee heeft, is de schijn van authenticiteit. De kleine acts maken zelf hun liedjes, terwijl er in Nashville, bakermat van het genre, een grote industrie is waarin iedereen doet waarin hij goed is. Je kunt het commercieel vinden en erop neerkijken, maar waarom zou je als topviolist liedjes schrijven als anderen dat beter kunnen? In Nashville staat vakmanschap voorop.

Americana is ook de enige countrysoort die nog weleens wordt besproken in kranten. Vaak zijn het laagdrempelige, benaderbare singer-songwriters en bandjes die in de Verenigde Staten in de marge spelen. Nog iets wat het in intellectuele kringen goed doet: de teksten zijn vaak wat linkser. Zo keerde Americana-zanger Steve Earle zich tegen George W. Bush.

Over het algemeen zijn de teksten juist een reden om voor country te vallen. Vaak zijn ze verhalend, met een plot. Het gaat veelal om zaken in de familiesfeer. Er is geen genre met zo veel liedjes over opa’s, oma’s, moeders en kinderen. Misschien kijk je ervan op, maar ik heb toch altijd liever teksten over family values dan over blingbling, pimps en ho’s.

Hoewel hiphop en country elkaar niet uitsluiten (stergitarist Brad Paisley werkte samen met rapper LL Cool J, Willie Nelson met Snoop Dogg), denken de meeste Amerikanen daar ook zo over. Country is in de Verenigde Staten, na pop en rock, het best verkopende genre. De grote countrysterren hebben Europa helemaal niet nodig als afzetmarkt. In een paar Europese landen is country wél mainstream: Noorwegen en Zwitserland, en, in iets mindere mate, in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Voor veel geld worden grote shows ingevlogen.

Is Nederland echt zo tegen?

De vraag is of het Nederlandse volk echt zo anti-country is of dat het door een elitaire smaakpolitie wordt onderdrukt. Vorig jaar was ik bij Radio 5 te gast toen er net een uitslag binnenkwam van een peiling over de favoriete muziek van luisteraars. Groot was de verbazing toen bleek dat country veel hoger scoorde dan bij de radiomakers zo gewaardeerde easy listening, de crooners, zeg maar.

Niet dat ze het dan opeens wel gaan draaien. Het past niet in de formats van de zenders, dus brengen de platenmaatschappijen de platen vaak niet eens uit in Nederland, laat staan dat ze die promoten. Een status quo dus.

Er bestaan veel misverstanden over country. Je hebt het in alle soorten en maten, van traditioneel, gelikt tot razend virtuoos. Zoals in elk genre zijn er interessante scholen en stromingen. Het zou mooi zijn als de radiozenders en de pers eens zouden helpen dit Amerikaanse cultureel erfgoed voor het Nederlandse publiek te ontsluiten.

Het stemt hoopvol dat Ilse de Lange en Waylon – een groot talent en een echte countryfan – Nederland zullen vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival. Al zullen de scherpe countrykantjes er wel vanaf worden gehaald.