Moeder konijn wordt steeds verfijnder en vernuftiger

De Vlaamse prentenboekenmaker Leo Timmers zit op een goudmijn. Zijn figuren zijn aaibaar, zijn beelden kleurig, zijn schilderingen zachtaardig, humoristisch en een beetje glad. In tijden waarin uitgevers zoeken naar characters à la Angry Birds, zou Timmers ook zo een makkelijk, commercieel figuurtje kunnen zoeken.

Maar daarvoor koos hij tot nog toe niet. Rode draad in zijn werk is eerder verfijning en verbetering, dan herhaling of behaagzucht. Behagen doet hij wel, met zijn grootogige dieren, maar dat moet eerder opgevat worden als een nobel streven, naar een artistieke prestatie die ook kinderen aanspreekt. En dat hij vaak dieren in motorvoertuigen tekent is geen ideeënarmoede, maar een doorgaande zoektocht naar verfijning.

In Wij samen op stap keren de dieren en de auto’s terug, maar weer een stap beter. Het uitgangspunt is eenvoudig: een tochtje door de stad van een moederkonijn en haar nieuwsgierige peuter. Ze passeren een bakker, treinstation, markt, enzovoorts. Er is veel te zien, en schrijver Bart Moeyaert licht de hoofdzaken eruit in klinkende rijmpjes, bewerkingen van het Amerikaanse origineel van Jean Reidy.

Opvallend is het vliegend perspectief, dat het boek dynamisch en veelvormig maakt. Dat oogpunt is nieuw voor Timmers, die eerder werkte met tweedimensionale composities. Nog opvallender is hoe vernuftig het boek één geheel vormt. Figuren keren op een onnadrukkelijke manier steeds terug. En op elke plaat staat een ander onderwerp centraal. Het slimme slot onderstreept de kracht van boeken én nodigt uit tot herbekijken.

Zo’n juweel van een boek geeft vertrouwen. Een character mét artistieke kwaliteit ligt misschien wel binnen Timmers’ vermogens.

Thomas de Veen