Lichtfestival helpt Amsterdam door de donkere dagen

Lichtgevende tijgers, een geprojecteerde toren, honderden lampjes bij de Stopera. Tientallen lichtkunstwerken zullen de stad er vanaf vanavond opnieuw sprookjesachtig uit laten zien.

Artist’s impressions, met de klok mee: ‘Temporal Tower’ van Todd van Hulzen en Studio Louter (Haringpakkersbrug/Prins Hendrikkade);‘Reflections’ van Teresa Mar (Hermitage); en‘Kalmen’ van Harm Bremer (Oosterdok, bij Scheepvaartmuseum).

De oplettende stadsbewoner kon de afgelopen dagen op diverse plekken in de stad kunstenaars en technici druk in de weer zien op straat; deze week moesten alle lichtkunstwerken voor het festival op locatie in elkaar gezet worden en soms nog ter plekke afgebouwd. Waarschijnlijk oogden de objecten op klaarlichte dag weinig indrukwekkend, maar dat klopt; deze werken zijn bedoeld om in het donker tot leven te komen.

De eerste editie van het festival vorig jaar zou je op z’n zachtst gezegd als een meer dan geslaagde try-out kunnen bestempelen: ruim 375.000 bezoekers liepen destijds de wandelroute, een onverwacht succes voor de organisatoren. Dit jaar is daarom meteen besloten een stapje erbovenop te doen en het festival uit te breiden. De lichtkunstwerken zijn verspreid over een groter gedeelte van de stad, waardoor er naast de wandelroute ook een vaarroute is.

Volgens curator van het festival Rogier van der Heide, in het dagelijks leven Chief Design Officer van Philips Lighting, onderscheidt het festival zich daarmee van andere lichtfestivals zoals GLOW in Eindhoven en het Fête des Lumières in Lyon. Van der Heide: „Dat je kan varen langs kunstwerken door de grachten maakt het natuurlijk wel echt iets unieks.”

Ook doordat in Amsterdam hoofdzakelijk objecten worden getoond en niet zozeer lichtprojecties, maakt het anders zegt hij: „Een object gaat echt een relatie aan met de omgeving waarin het staat, dat is toch een belangrijk verschil met een projectie op een gebouw.”

Kunstenaar, scenograaf en docent bij de Gerrit Rietveld Academie, Maze de Boer, die als jurylid betrokken was bij de selectie van de werken, beaamt dat. „Het gevaar is dat door alle technologische mogelijkheden een lichtfestival een meer gadgetachtige tentoonstelling wordt. Van de special effects kan je genieten, maar daar zit weinig gelaagdheid in, terwijl je echt goede lichtwerken een verhaal opbouwen waar je naar kan en wil blijven kijken.”

Alle kunstenaars die mee wilden dingen naar een plek op het festival moesten dit keer het thema ‘bouwen met licht’ verwerken in hun inzending. Van der Heide: „Dit volgens de gedachte dat je niet alleen kan bouwen met materialen, ook met licht. Sommigen zijn daar vrij letterlijk mee aan de slag gegaan, anderen hebben echt onderzocht wat je allemaal kan met licht.” Ook dat heeft het niveau omhoog getild volgens hem: „Vorig jaar stonden er op het festival ook een flink aantal al bestaande lichtobjecten, dit jaar is veel werk exclusief voor Amsterdam gecreëerd.”

Dat maakte de taak voor de jury, met daarin onder andere de hoofdarchitect van Barcelona, Vicente Guallart, overigens niet direct makkelijker. De juryleden moesten zich baseren op de tekeningen van de werken. „Het vergt wel wat van je voorstellingsvermogen als je niet alleen moet bedenken hoe iets er in het echt uit moet zien, maar ook hoe het in de openbare ruimte zal staan, en hoe het er vervolgens ’s avonds uitziet als het verlicht is”, zegt NRC-medewerker Tracy Metz, die ook in de jury zat.

Alle aanvragen werden beoordeeld op de inhoudelijke formulering van het thema, haalbaarheid en uitvoerbaarheid, en of het werk tot de verbeelding spreekt, vertelt Metz. „Er moest een balans in zitten. Een werk moet intiem genoeg zijn dat je er als bezoeker iets bij voelt, maar het moest ook weer niet te pietepeuterig zijn en wegvallen in de ruimte.” En – ook niet onbelangrijk – het moest weer- en vandaalbestendig zijn. Sommige werken staan echt een maand buiten.

De kwaliteit van de voorgestelde kunstwerken is volgens De Boer bij een open call altijd erg divers. „Bij een biënnale kan je als curator natuurlijk meer sturen en richting geven, bij een open call moet je afwachten wie erop afkomt. Bij de selectie zit een aantal heel ervaren kunstenaars, maar ook wat jonge talenten.” Vergeleken met vorig jaar zijn er in ieder geval ook meer kunstenaars bij uit andere landen. De helft komt ongeveer uit Nederland, maar er zijn ook kunstenaars uit België, de VS, Scandinavië en Azië. Het festival hoopt dan ook op meer internationale bezoekers.

En hopelijk zal meer bezoek leiden tot het draaien van break even, zegt initiator en eigenaar van rederij Canal Company, Felix Guttman. „We verwachten met de hakken over de sloot te komen. Vorig jaar is er een klein verlies gedraaid.” Naast subsidie van de grote Amsterdamse kunstfondsen, de gemeente, sponsoring van het bedrijfsleven en de toeristenbranche wordt ook geprobeerd via crowdfunding geld binnen te halen. Tevens zal weer een donatiebox bij de start van de route staan waar bezoekers een bedrag voor de folder kunnen doneren, waar vorig jaar „toch enige tienduizenden euro’s” mee opgehaald zijn.

De Boer denkt dat het festival zeker een stap verder is, maar dat een volgende editie nog veel verder kan groeien. „Het is nog een heel jong festival. Ik denk dat ze volgend jaar een aantal iconische kunstenaars moeten uitnodigen om werk te maken.” Dat komt wel goed als we Guttman moeten geloven: „Ik heb nog een heel verlanglijstje aan kunstenaars en lichtobjecten die ik de komende jaren wel naar de stad wil halen.”

De vaarroute van het Amsterdam Light Festival is van 6 december t/m 19 januari. De wandelroute 12 december t/m 5 januari. www.amsterdamlightfestival.com