Kwestie De Roy verdient onderzoek

Merkwaardig mysterieus hebben achtereenvolgende kabinetten, onder leiding van de premiers Balkenende en Rutte, gedaan over de rol die wijlen prins Bernhard heeft gespeeld bij de onderzoeken naar Edwin de Roy van Zuydewijn. De voormalige echtgenoot dus van prinses Margarita, een nicht van de koningin die geen lid is van het Koninklijk Huis.

Achtereenvolgens de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD, voorloper van de AIVD) en Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB), onderdeel van de politie, hebben aan het begin van deze eeuw onderzoek gedaan naar De Roy van Zuydewijn, toen nog de verloofde van Margarita. Op zichzelf zijn zulke onderzoeken niets bijzonders. Het is logisch dat personen die in de directe nabijheid van het staatshoofd kunnen verkeren om veiligheidsredenen onder de loep worden genomen. Wat er aan de onderzoeken niet deugde was dat noch de minister van Binnenlandse Zaken, waar de BVD onder viel, noch de minister van Justitie, verantwoordelijk voor de DKBD, op de hoogte werd gesteld. Het gevolg was dat de betrokken bewindslieden indertijd aan het echtpaar meldden dat ze niets van enig onderzoek wisten. Dat was pijnlijk.

Wie wel op de hoogte was, was prins Bernhard. Dat bleek overigens al in 2003, toen premier Balkenende liet weten dat eerst familieleden van Margarita over enkele gegevens uit de BVD-rapportage werden geïnformeerd en later ook Bernhard. Hoezo Bernhard, de vader van het staatshoofd, de grootvader van Margarita? Omdat, zo bleek, de onderzoeken op zijn instigatie waren uitgevoerd. Balkenende maakte er geen melding van en Rutte bleef er dit jaar eveneens tot tweemaal toe over zwijgen, ook nadat het Kamerlid Van Raak (SP) hem er specifiek naar had gevraagd.

Deze week kwam deze aap toch uit de mouw. Het was al omineus toen dit jaar bekend werd dat Bernhard De Roy van Zuydewijn „een vijandig projectiel” zou hebben genoemd „dat onschadelijk moet worden gemaakt”. Hij zou dit hebben gezegd tegen de oud-hoofdredacteur van de Volkskrant, Pieter Broertjes , met wie hij vele gesprekken heeft gevoerd. De onderzoeken van BVD en AIVD leidden overigens tot de conclusie dat De Roy van Zuydewijn geen risico vormde. Geen ‘vijandig projectiel’ dus.

Wel staat vast dat hij de afgelopen jaren zakelijk en privé schade heeft geleden. Of dat aan de overheid (het kabinet en het Koninklijk Huis) is te wijten, zal moeten blijken. Maar zeker is dat er ook na het Kamerdebat woensdag vragen zijn overgebleven in hoeverre de betrokken diensten, waaronder ook het kabinet van de koning(in), buiten hun boekje zijn gegaan. Dat verdient onafhankelijk onderzoek. Het is jammer dat Rutte zich daartegen keert.