Je kunt ook te veel informatie krijgen

Als ouder wil je de beste school voor je kind. Kwaliteitswijzers helpen bij het maken van die keus. Alleen: ze zeggen allemaal wat anders.

Leerlingen van de Leonardo Da Vincischool in West aan de Citotoets. De gemiddelde score bleef achter bij de verwachting van de Inspectie. Foto Hollandse Hoogte

Je kunt ook te veel informatie krijgen. De publicatie van de kwaliteitswijzer voor basisscholen, afgelopen woensdag, is de zoveelste lijst die de scholen vergelijkt op basis van resultaat. De ene (schoolwijzer.amsterdam.nl) doet het veel uitvoeriger en genuanceerder dan de andere (scholenopdekaart.nl). En die doet het alweer beter dan de volgende (op de site van rtlnieuws.nl). Op al die plekken zien ouders een kaart en een zoekvenster waarmee ze zich kunnen informeren over de scholen in hun buurt, scholen waar ze hun kinderen misschien wel naartoe willen sturen.

Wel gek, de verschillen tussen de citoscores op die sites. Willekeurig voorbeeld: basisschool ’t Koggeschip in Nieuw-West heeft volgens RTL in het schooljaar 2012 (het jaar dat zij hanteren) een gemiddelde score van 529,2 gehaald op de eindtoets. Volgens scholenopdekaart.nl (de site van de gezamenlijke schoolbesturen) was destijds het gemiddelde 527,3 en volgens de kwaliteitswijzer van de gemeente 527,2. Op welke site moet je nu vertrouwen?

Scholen publiceren tegenwoordig hun jaarverslagen online. De onderwijsinspectie doet dat al tien jaar met haar rapporten. Maar als er straks twintig verschillende vormen van transparantie circuleren, is het uitzicht volkomen ondoorzichtig.

De kwaliteitswijzer van de gemeente werd gepresenteerd met het nieuws dat er dit jaar nog maar vier basisscholen in Amsterdam van de Onderwijsinspectie het predicaat ‘zwak’ krijgen. Dat is een indrukwekkende prestatie. Toen wethouder Lodewijk Asscher in 2009 zijn actieplan voor het Amsterdams primair onderwijs afkondigde, waren er nog 44 ‘zwakke’ en ‘zeer zwakke’ scholen in de stad. Vooral in wijken buiten de Ring, de armere wijken van de stad, zijn grote sprongen gemaakt.

Succes heeft vele vaders, dus schrijft de lokale PvdA op haar website dat dit het resultaat is „van de onder aanvoering van de PvdA ingezette kwaliteitsaanpak”. Volgens Herbert de Bruijne, schoolbestuurder en voorzitter van de koepelorganisatie Breed Bestuurlijk Overleg Amsterdam is de verbetering van het onderwijs in de afgelopen vijf jaar niet alleen in Amsterdam zichtbaar, maar in het hele land, en is de eigen kracht van scholen ten minste even belangrijk als de inzet van de gemeente.

De belangrijkste vernieuwing in de kwaliteitswijzer 2013 is dat vier criteria zijn toegevoegd waaraan je de prestaties van de scholen kunt afmeten. Naast de Citotoets kun je nu per school zien hoe het taal- en rekenonderwijs in de groepen 3-6 zich heeft ontwikkeld ten opzichte van vorige jaren. Dat is een goede start voor het vaststellen van de toegevoegde waarde van de school.

De Bruijne nuanceert: „Er zijn op school 24 van die criteria, deze vier geven een redelijk beeld van het rendement.” Maar hij zegt er meteen bij dat hij deze tussenresultaten interessanter vindt dan de citoscores. Hij pleit er daarom voor dat ook de vergelijkingssite van de schoolbesturen, scholenopdekaart.nl, vanaf volgend jaar soortgelijke gegevens gaat publiceren. „Niet al mijn collega’s zijn die mening toegedaan.”

Scholen beschikken zelf al over alle informatie van de tussenresultaten. De wijzers zijn dan ook vooral bedoeld om ouders te helpen zich te informeren bij hun schoolkeuze. De vraag is hoeveel ze eraan hebben. De citofetisjist uit Slotervaart die zijn kind morgen gaat inschrijven op de 1e Openluchtschool in Zuid (547 punten gemiddeld), maakt er weinig kans. In ‘gewilde’ wijken gelden beperkende maatregelen voor inschrijvers. Als het goed is, behoort het beruchte postcodesysteem volgend jaar tot de verleden tijd, maar dan nog geldt een afstandscriterium bij loting. Voorlopig zal het verband tussen citoscore van de school en de armoede van de wijk waar die in staat niet snel veranderen.

    • Bas Blokker