Het literaire vertrouwen staat deze maand op 79

Vergeet de jongeren, de ouderen zijn de schuld van alles! Zij maken dat de koude poolwinden door de Polare-zaken razen (had die hele keten gewoon De Slegte genoemd, nu is het te laat). Zij hebben het boek in de ban gedaan, de wortels van de boom van de literatuur doorgehakt en de culturele apocalyps over ons afgeroepen.

U heeft het na de bovenstaande alinea al geraden. Hysterisch cultuurpessimisme, anderen de schuld geven, dat kan maar één ding betekenen: de columnist heeft een rapport gelezen. Inderdaad, een schokkend rapport, mag ik wel zeggen: Met het oog op de tijd. Een blik op de tijdsbesteding van Nederlanders van het Sociaal Cultureel Planbureau. Die titel zegt twee keer hetzelfde, maar laten we niet zuur doen; een gegeven rapport moet je niet in de bek kijken. Snel doorbladeren naar de boekenafdeling. Die valt inmiddels onder ‘mediatijdbudget’. Daar lezen we dat we niet meer lezen, dat wil zeggen dat vooral de vijftig-plussers stoppen met lezen. In vijf jaar tijd hebben die twee uur leestijd ingeleverd. Per week.

Het bijzondere is dat deze prebejaarden juist méér tijd over hebben. Want we besteden ook twee uur minder aan het bijzonder tijdrovende ‘face to face contact met derden (visite)’, terwijl we zelfs iets hebben bezuinigd op ‘face to face contact met huisgenoten (praten)’. Ideale leescondities dus: het bezoek is de deur uit gewerkt en de huisgenoten zwijgen. Maar de vijftig-plussers pakken toch geen boek. Wat doen ze dan? Iets met pillen? Dat moet de boekenwereld toch ook kunnen? Waar blijft de leeslustpil (unisex)?

Intussen blijft de Stichting CPNB steken in oude patronen. Men heeft voor de campagne ‘één boek meer’ becijferd dat als alle boekenkopers één boek extra kopen, we weer op het niveau van 2008 zitten. Lezers moeten onder meer worden bereikt ‘via Omroep Max en programma’s als Life4U’.

Mooi, maar we hebben veel méér statistiek nodig. Vandaar dat ik gisteren in een Polare stond te bibberen om van de klanten nu eens niet het consumententenvertrouwen te meten (dat is ook maar een enquête onder een handvol overijverige bonuskaarthouders), maar het literaire vertrouwen. Het idee is dat hoe meer vertrouwen er is in de boeken van de toekomst, hoe beter de verkoop is. Ik liet de deelnemers hun mening geven over stellingen die de literaire tijdgeest op zijn staart moeten trappen:

- ‘De nieuwe Grunberg wordt beter dan de vorige.’

- ‘Binnen vijf jaar hebben we een nieuwe Grote Drie.’

-‘ De vergaderzaal van A. Alberts haalt De Wereld Draait Door als herontdekt meesterwerk.’

- ‘Een Nederlandse Nobelprijs is een luchtkasteel.’

- ‘Korte verhalen zijn de nieuwe porno.’

Uit de antwoorden is met behulp van Maurice de Hond het literair vertrouwen van de Nederlander gemeten. Voor december staat het op 79. Volgende maand (een nieuwe Treur, een nieuwe Murakami) volgt een tweede meting . En een maand later nog een cijfer, tot de leesweigerende vijftig-plussers er zo horendol van worden dat ze in hemelsnaam maar weer een boek uit de kast halen.