Gestolen kunst komt maar zelden terug

Eén op de twee gestolen auto’s komen terug. Het opsporingspercentage van geroofde kunst ligt aanzienlijk lager, zelfs als de dieven hebben bekend.

Lucian Freud, Woman with Eyes Closed (Emily Bearn), 2002

Een Roemeense rechter zal binnenkort besluiten, zo heeft hij deze week aangekondigd, of de moeder van een van de veroordeelden in het Kunsthalroofproces de Kerstdagen thuis mag doorbrengen. Ze zit sinds maart in de gevangenis en wordt ervan verdacht de kunstwerken te hebben verbrand.

Kenners van het Roemeense recht schatten de kans op zo’n verlof op 50 procent.

En hoe zit het met de kunstwerken? Hoe groot is de kans dat die ooit opduiken? Klein, want zelfs al zijn ze niet in vlammen opgegaan (moeder deed een bekentenis die ze later weer introk), gestolen kunst komt zelden terug.

Wereldwijd ligt het percentage opgespoorde, geroofde kunst rond de 20. Dat getal noemt Julian Radcliffe, directeur-eigenaar van het belangrijkste bureau dat zich bezighoudt met kunstroof, het Art Loss Register (ALR) in Londen. Een andere kenner gaf, onlangs op een congres met kunstroofdeskundigen, nog een aanzienlijk lager percentage: 1,5 procent.

Het verschil is begrijpelijk: beide cijfers zijn boterzacht. Kenners kunnen niet anders dan met vervuilde gegevens werken, omdat politieagenten bij aangiftes vaak geen verschil maken tussen schilderijen, klokken, sieraden, of andere waardevolle voorwerpen.

Dat is in Groot-Brittannië niet anders dan in Nederland. De enige persoon die zich bij de Amsterdamse politie fulltime bezighoudt met kunstgerelateerde criminaliteit, Ruth Godthelp, vertelt dat plastic tuinkabouters bij aangiftes soms als „gestolen beelden” de boeken in zijn gegaan, terwijl kostbare zeventiende-eeuwse schilderijen de administratie haalden als „meerkleurig schilderij”. Godthelp: „Het is dan later moeilijk te reconstrueren wat de daadwerkelijke cultuurhistorische waarde van de objecten is.”

Jos Klaren, van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), bevestigt dat een opsporingspercentage moeilijk is te geven „al was het maar omdat wij pas sinds 2009 kunstdiefstal apart in kaart brengen”.

De moeilijkheid zit ’m ook in de geringe prioriteit die aan kunstroof wordt gegeven. Alleen als sprake is van „ondermijnende effecten voor de kunstwereld”, legt Godthelp uit, „of als het gaat om een object van grote cultuurhistorische waarde, mag het Openbaar Ministerie tot vervolging overgaan.” De gedachte: ze hebben wel grotere boeven te vangen. Want wat is roof van achttiende-eeuwse tekeningen in vergelijking met moord of mensensmokkel? Toch gaat het al beter, zegt Godthelp. Sinds januari zijn in alle politie-eenheden „taakaccenthouders” kunst en antiek aangesteld. Bovendien is er een officier bij het Landelijk Parket gekomen met kunstroof in de portefeuille.

De cijfers van het KLPD geven overigens wel een indicatie, al worden ze pas sinds kort verzameld. Opsporingspercentage: rond de 15 procent.

Is dat laag? Hoe gaat het bij andere objecten? Worden die vaker opgespoord?

Auto’s wel. De meest betrouwbare cijfers komen van het Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit en de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit. Beide riepen onlangs om meer urgentie, bij politiek en Openbaar Ministerie, omdat het percentage teruggevonden auto’s langzaam daalt: tot 50 procent vorig jaar. Met andere woorden: één op de twee auto’s komt terug. Kom daar maar eens om bij een Matisse, Picasso of Monet.

De moeder van een van de veroordeelden zou de werken, waaronder een Matisse, Picasso en Monet, hebben verbrand in haar kachel. Aldus de aanklager. Dat is niet ongewoon: kunstdieven die hun buit vernietigen. Volgens Radcliffe, van het Londense Art Loss Register, gebeurt dat zelfs bij 20 procent van de gestolen kunst.

Eén geval is beroemd, waaruit direct blijkt hoe argeloos de vernietiging in zijn werk kan gaan. De Geboorte van Christus met de Heilige Laurentius en Franciscus van Assisi, een schilderij van Caravaggio uit 1609, werd eind jaren zestig door de Siciliaanse maffia ontvreemd uit een oratorium in Palermo. Het meesterwerk belandde in een stal. Daar hebben de muizen en varkens het doek aangevreten, zo vertelde een informant de politie jaren later. De dieven hebben het gehavende doek toen in arren moede maar verbrand.