Een van de meest intrigerende titels uit de geschiedenis van de filosofie lijkt te behoren bij een van de minst gelezen boeken van wijsgerige faam. Aan de raadselachtige klank van De filosofie van het alsof, de titel waaronder Hans Vaihinger in 1911 zijn hoofdwerk publiceerde, kun je je maar moeilijk onttrekken. Toch is het boek al decennia lang in het Duits niet meer verkrijgbaar. Op internet valt het te downloaden in een druk van 1922. Dat is spijtig, want Vaihinger werpt aan de hand van tal van voorbeelden en op een originele manier een centrale filosofische vraag op: is het denken wel in de eerste plaats uit op overeenstemming met de werkelijkheid? Staan, met andere woorden, onze ideeën wel in een één-op-één relatie met de wereld?
N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Ficties zijn in dit bestaan onmisbaar
Denken wij mensen om de werkelijkheid te kennen? Hou toch op, schreef de Duitse filosoof Hans Vaihinger in zijn briljante De filosofie van het alsof. Oog in oog met een tijger interesseert de waarheid ons niets.
Een versie van
dit artikel
verscheen ook in
NRC Handelsblad
van 6 december 2013