Een bommenmeisje vol bedenkingen

Fantasie en bizarre lotgevallen, daar draait ook Jonassons nieuwe roman om. Een meisje dat in de latrines van Soweto werkt, blijkt later over een atoombom te beschikken. Hoe loopt dit af?

Foto EPA

Er was eens een man van een eeuw oud die uit het raam klom en verdween. Zijn sprookjesachtige relaas over vrijheidsdrang kreeg wereldwijde aandacht dankzij de roman die de Zweedse auteur Jonas Jonasson (1963) eraan wijdde. Nu is er een Afrikaans meisje dat als vijfjarige werkt in de latrines van Soweto. Haar levensweg leidt via een geheim atoombomonderzoek naar de zetel van de Zweedse koning.

De nieuwste roman van Jonas Jonasson, na het beroemde De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween, heeft net zo’n opgeruimde titel: De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje. Oorspronkelijk heet het boek Analfabeten som kunde räkna ofwel De analfabete die kon rekenen. Dat ‘geniale bommenmeisje’ en haar ‘zonderlinge avonturen’ is treffender. Opnieuw weet Jonasson een enerverende combinatie van fantasie en bizarre lotgevallen, van suspense en humor te bereiken. Met dien verstande dat de talloze verhaallijnen van Het geniale bommenmeisje extreem grillig zijn.

Ergens aan het slot schrijf Jonasson een loflied op het ‘fantastische internet’ en dat geeft precies aan wat dit boek is: een toonbeeld van hoe op het wereldwijde web alles samenhangt. In deze opgetogen roman is niets toevallig en zorgt elke gebeurtenis voor een nieuwe, gunstige ontwikkeling. Dat het hartverwarmend geportretteerde meisje Nombeko als analfabete niet zou kunnen rekenen, is een misverstand. Ze is ook heel flink, zelfs de apartheidspolitiek uit de jaren zestig en zeventig weet haar niet te deren. En als zij op haar tiende door een dronken westerling met een liter cognac in zijn lijf wordt aangereden, betekent dat geenszins haar einde. Integendeel.

Jonasson strooit op meesterlijke wijze slimme, spanning verhogende zinnen door het verhaal, als ‘Daarna werd alles anders’ en ‘Verder werd alles slechter’. Terwijl het juist beter gaat! Het meisje weet dat haar leven als latrinewerkster weleens kortstondig kan zijn. Daarom leert ze zichzelf rekenen, lezen en schrijven. Wiskundesommen lost ze in een handomdraai op. Ze reikt boven haar lot uit.

Het eerste verrassende keerpunt komt wanneer Nombeko wordt veroordeeld omdat zij, als zwart meisje, juist op het trottoir liep waar de dronken, blanke automobilist haar aanreed. Ze moet opdraaien voor de psychische schade die de blanke opliep en voor de deuken in zijn auto. Het apartheidsregime is genadeloos, maar Nombeko verweert zich zo scherpzinnig dat de rechter besluit haar torenhoge boete om te zetten in een taakstraf. Het meisje rekent in enkele seconden uit hoeveel jaar taakstraf er staat voor de paar duizend rand, de Afrikaanse munteenheid, die ze moet betalen.

Ze wordt vervolgens huishoudster in het onderzoekscomplex van een blanke ingenieur, die dronken westerling. En hier begint haar victorie. In dit centrum, niet ver van Johannesburg, werken de ingenieur en zijn technici in het grootste geheim aan een atoombom. Zuid-Afrika is op weg een nucleaire macht te worden. Zij steelt de bom, want ze wil de wereld redden.

Dan gooit Jonasson het verhaal compleet om. We belanden in Zweden, waar de tweelingbroers Holger 1 en Holger 2 wonen. Ze zijn van communistische afkomst en verzetten zich tegen het koningschap van Carl Gustaaf. Wat hebben deze verwikkelingen met elkaar te maken? Het meisje ontvlucht Zuid-Afrika en smokkelt in een aardappelvrachtwagen de atoombom mee naar Zweden. Hier komt zij in contact met de beide Holgers en de aanslag op de koning ligt voor de hand. De kennis en inzet van het geniale bommenmeisje zijn hard nodig.

Maar mag de bom ontploffen in nabijheid van de koning? Het wijze bommenmeisje heeft zo haar bedenkingen. Aan het slot leeft ze gelukkig samen met een van de Holgers in een riant Zweeds landhuis, als in een sprookje.

Jonasson maakt dus duizelingwekkende sprongen, zowel in tijd als in geografisch opzicht. Dat maakt de roman, zeker naar het slot toe, te gecompliceerd. Dat is jammer en een tekort ten opzichte van het veel strakker gecomponeerde De 100-jarige. De allerbeste scènes spelen zich af in het begin, als het ogenschijnlijk doodgewone Zuid-Afrikaanse meisje haar genialiteit ontdekt. Dat is zo verrassend en subtiel beschreven, dat je haar voor altijd in je hart sluit. Want hoe onwaarschijnlijk de wendingen ook zijn, Jonassons lichte, scherpzinnige stijl neemt de lezer toch telkens mee in Nombeko’s fantastische belevenissen.

    • Kester Freriks