De Chinees krijgt een Hollandse mond

De jongste generatie Chinese Nederlanders is heel anders dan hun ouders. Hipper, assertiever, Hollandser.

China Town in het centrum van Den Haag, een stad waar 10.000 Chinezen wonen. „Wij zijn gewend problemen binnenskamers op te lossen”, zegt communicatieadviseur Chang Wong, die vaak in deze wijk rondloopt. Foto’s David van Dam

Wie in Den Haag de Chinese wijk inloopt, ziet in elk restaurant, elke acupunctuurzaak of massagesalon de United Times liggen. Dat is een krantje in het Chinees voor Nederlandse Chinezen. Journalist Edwin Lu publiceert volgende week over zanger Gordon, die als jurylid op tv een Chinese deelnemer beledigde („afhaalchinees”). Lu houdt van Nederland, zegt hij, maar zijn artikel is kritisch. „Die opmerking was racistisch, en wij moeten de Nederlanders laten weten dat dit niet kan. Het is niet meer hard werken en mondje dicht.”

RTL betreurt dat sommigen het als „beledigend en kwetsend” hebben opgevat, zo heeft het omroepbedrijf het Amsterdamse Meldpunt Discriminatie laten weten. Dat beschouwt de zaak nu als gesloten. Lu had op meer gehoopt. „Wij willen officiële excuses”, zegt hij.

De Chinese gemeenschap heeft kritiek. Dat hoorde je vroeger niet. Er is dan ook iets veranderd. De jongste generatie Chinezen is opgegroeid tussen Hollanders, zit op Nederlandse scholen en sportverenigingen. Hun ouders waren nauwelijks geïntegreerd. Die werkten in restaurants, hebben hooguit middelbare school, spreken gebrekkig Nederlands. Maar ze moedigden hun kinderen aan hoge cijfers te halen en te studeren. Dan hoeven jullie niet net als wij twee keer zo hard te werken voor half geld, was het idee. Die ouders hebben nu opeens kinderen met hoge opleidingen, die financieel onafhankelijk zijn en meedraaien in de Nederlandse samenleving.

Accountant Mike Wong (35) uit Den Haag: „Ik heb mezelf maar één keer Chinees gevoeld in Nederland, toen ik ging golfen met een groepje ballûh. „Als ik door Hongkong loop, kan ik mij beter identificeren met Nederlanders die ik daar tegenkom, dan met een Chinees.” Zo’n ‘grap’ van Gordon raakt hem niet. „Het zegt meer over Gordon dan over mij”, zegt Wong.

Communicatieadviseur Chang Wong (46) herkent dat. „Chinezen leren van jongs af aan boven bepaalde opmerkingen te staan. Ze willen geen gezichtsverlies lijden. Dat kennen Nederlanders niet.”

Wong is bestuurslid van De Chinese Brug, een welzijnsstichting in Den Haag. Hij weet hoe Chinezen met beledigingen omgaan. „Soms moet je grenzen aangeven, maar je maakt er niet direct een probleem van. Je reactie zou immers het gezicht van de Chinese gemeenschap kunnen schaden. Daarnaast zijn wij gewend problemen binnenskamers op te lossen.”

Rode lampions

De Chinese buurt in het Haagse centrum, herkenbaar aan de twee poorten en tientallen rode lampionnen, beslaat maar een paar straten. Het is een wereldje op zich.

Jongeren houden zich op in de hippe bubbletea- en crêpetentjes, oudere Chinese vrouwen in een lege massagesalon spelen verveeld op hun telefoon. Ze slaan hun armen voor het gezicht wanneer je van buitenaf een foto maakt.

Trendy jongeren, ingetogen ouderen – het verschil is groot, bevestigen jonge Chinezen. Natuurlijk, ze werden nog geacht mee te helpen in het restaurant als hun huiswerk af was. En ze hebben ook wel Chinese vrienden. Maar met Nederlanders kunnen ze losser zijn, meer lol hebben. Ze zijn blij met de nette cultuur van hun ouders, maar ze voelen zich Hollanders.

Dan steekt schaamteloze botheid des te meer, zegt masterstudente Cheng Wang (25) wier ouders jarenlang een restaurant in Den Haag hadden. Vorige week schreeuwden twee vuilnismannen, 20 meter verderop, ni hao naar haar. „Twee volwassenen die de moeite nemen om mij van zo’n afstand belachelijk te maken. Waarom?”

Goed dat er nu discussie over discriminatie is, vindt ze. „Ik ben er trots op Chinees te zijn en vier talen te spreken. Vroeger kenden ze ons alleen van de restaurants. Nu speelt China op het wereldtoneel.”

Afrekenen

In de Haagse Chinese buurt wonen vooral middenstanders met eigen zaakjes. Het zijn nog vaak Chinezen van de eerste generatie, getrouwd met andere Chinezen. Zij zien hun kinderen veranderen.

Bing Zhou (40), manager van een telefoonzaak in de Chinese buurt, kwam als kind naar Nederland en herkent de cultuuromslag. „Als je vroeger een restaurant wilde openen, leende je geld van je familie en vrienden. Nu zeggen zij eerder: ga maar naar de bank. Typisch Nederlands. Ik verbaas mij er soms over dat mijn dochter met vriendinnen uit eten gaat en iedereen apart afrekent. In onze cultuur betaalt één persoon voor iedereen aan tafel.”

Hij vindt het niet raar dat zijn drie tieners met andere waarden opgroeien. „Onze ouders zijn hier als gasten naartoe gekomen, trots op hun cultuur. Zij wilden niet Nederlands zijn, maar mijn kinderen zijn Nederlanders. Ze eisen dezelfde behandeling. Logisch.”