Bij de buren op schoot, maar hier wordt degelijk gekookt

Foto Olivier Middendorp

‘Scusi, scusi”, roept een ongeschoren Italiaan met schort en een petje achterstevoren op, terwijl hij zich met drie borden tussen de tafeltjes wurmt. Zijn enorme buik helpt daar niet bij, maar draagt wel bij aan de authenticiteit van het geheel. In Italiaans restaurant Lo Stivale d’Oro – de gouden laars – zit je bij de buren op schoot. De zaak staat volgepropt met kleine tafeltjes en ze zijn allemaal permanent bezet. Reserveren kan pas vanaf vijf personen, dus we gaan op een woensdagavond op de bonnefooi. Dat betekent: twintig minuten wachten. In die tijd zien we zeker acht personen afdruipen omdat het vol zit. Een populaire tent dus. Tussen alle drukte door vindt de andere Italiaan in de bediening – sluik halflang zwart haar, achter de oren gestreken – toch de tijd om voor bijna iedereen de deur netjes open te houden. „Bona sera.”

In Lo Stivale vind je weinig poespas. Simpele tafels en stoelen, een paar foto’s van Amsterdam aan de muur. Boven de bar twee plastic krabben en een dito zeester. Dat is het wel zo’n beetje. De kaart is zeer uitgebreid: vijftien voorgerechten, zeventien pasta’s, negen vleesgerechten (biefstuk en kalf), acht visgerechten, zeventien pizza’s en acht toetjes. En dan hebben we het nog niet eens over de dagspecialiteiten buiten de kaart om gehad.

We beginnen uiteraard op aanraden van Jeanine van Pinxteren met de calamari fritti (7,50). Daar heeft ze geen woord te veel over gezegd. Deze calamari hebben niets te maken met van die elastiekjes in zo’n dikke, vettige deegjas die je normaal bij de borrel krijgt – waarbij je steevast bij de eerste hap dat rubberen ringetje er helemaal uittrekt, waarna je met zo’n leeg beslaghulsje blijft zitten. De calamari zijn hier groot en mals, duidelijk zelf gesneden en kort gefrituurd, in een flinterdun (je kunt er doorheen kijken) knapperig beslagje.

Het brood op tafel is erg compact, een maaltijd op zich. De olijven erin zijn wel lekker. De huiswijn, in een kannetje (0,5 l voor 7,50), is jong, fruitig, frivool. Verder eten we vooraf zes slakken (5,50), die zijn lekker zacht en zoet; een prima vleesplankje (voor 7,- althans); en een buffelmozzarella (niet de lekkerste die ik ooit gegeten heb en de Hollandse tomaten smaken natuurlijk naar niet, maar wat wil je voor 6,75). De penne Stivale d’Oro (7,25) zijn perfect al dente gekookt, echt precies goed. Ook de olijven, ansjovis, artisjokken en kappertjes zijn van goede kwaliteit. Je moet wel van een flinke slok olijfolie houden. Ook de portionering is mooi. Groot genoeg voor een nette dame met kleine trek, klein genoeg voor een hongerige man om tussen voor- en hoofdgerecht te nuttigen. De gesauteerde vongole (buiten de kaart, 9,50) zijn ook mooi, net aan gegaard, zacht en zoet, maar het kookvocht is bremzout (eigenlijk echt niet oké).

Aangeraden wordt de Corvo uit Sicilië, een hele mooie wijn voor 22,50 (de caféglaasjes worden vervangen door serieuze wijnglazen). De hoofdgerechten zijn simpel, ze worden geserveerd met gegrilde groenten en/of friet op aparte bordjes. Wij bestellen de zwaardvis in citroensaus (14,50). Het is het eerste gerecht dat echt niet lekker is. De zwaardvis is bruin, droog en erg vissig van smaak. De boter-citroensaus kan daar weinig aan goedmaken. De steak met gorgonzolasaus (14,50) is weer goed gegaard (rood maar wel warm van binnen), de gorgonzolasaus is verrassend mild van smaak, wel heel zwaar (maar wat wil je, het blijft kaassaus). De gegrilde groenten zijn prima, lekker zuur aangemaakt.

De torta al limoncello (4,50) is een soort tiramisu waarbij de lange vingers in limoncello gedrenkt zijn. De sgroppino (6,50) ruikt volgens mijn tafelgenoot naar ‘citroentjesfrisse allesreiniger’. Ik kan hem geen ongelijk geven, maar ik vind het wel lekker, zoals ik ook die chemische, zure Haribo-snoepjes stiekem lekker vind.

Verwacht geen culinaire hoogstandjes bij Lo Stivale. De basis is goed, er wordt degelijk gekookt. In de afwerking kan het hier en daar wel beter en de ingrediënten zijn niet altijd van de beste kwaliteit. Maar voor dat geld mogen we eigenlijk niet klagen. Het is er sowieso ontzettend gezellig en ze schenken lekkere limoncello in bevroren glazen.

Elke week test onze recensent Joël Broekaert het favoriete Amsterdamse restaurant van ’n bekende Nederlander.