‘Bij Aad de Mos schijnt altijd de zon’

Zijn boek over oud-voetballer René

van der Gijp werd een bestseller. Een gesprek met de auteur over boksers, over Leo Beenhakker, boekenplannen en over de levenskunst van Aad de Mos

Foto Robin Utrecht

‘Sportboeken werden tot voor kort met dedain bekeken. Pas sinds Hard Gras wordt schrijven over voetbal serieus genomen.’ Over gebrek aan erkenning heeft Michel van Egmond (1968) niet te klagen. Van Gijp, over oud-voetballer en tv-persoonlijkheid René van der Gijp, zijn inmiddels meer dan 300.000 exemplaren verkocht, en het won de NS publieksprijs. We spreken elkaar in café Dudok in Rotterdam, de woonplaats van Van Egmond.

Bent u Feyenoorder?

„Niet van oorsprong, maar ik heb zo lang met Feyenoord meegelopen dat je vanzelf van zo’n club gaat houden. Het is de enige club met gevoel voor nostalgie – en het is de meest Zuid-Amerikaanse club van Nederland. Alle emoties zijn er heftiger. Het gaat me in mijn verhalen over Feyenoord vooral om de supporters – er zijn er die hun as willen laten verstrooien op de middenstip van het Feyenoord-stadion, en ze krijgen bij Feyenoord geboortekaartjes van mensen die hun zoon naar het eerste hebben genoemd, zo’n kind heeft dan gewoon elf voornamen.”

Er wordt over boksen en wielrennen vaker literair geschreven dan over voetbal. Heeft u daar een verklaring voor?

„Ik vermoed omdat die niet geïndoctrineerd zijn door mediatrainers. Een voetballer leert vanaf het begin dat journalisten de vijand zijn. Dus zeggen ze niks. Ze snappen niet dat je media ook kan gebruiken. Wielrenners wel, die trekken hun shirt recht als ze over de finish gaan opdat de sponsornaam goed te zien is, voetballers trekken het uit na de wedstrijd of erger nog: ze doen het shirt van de tegenstander aan. Wat ook een voordeel is, vooral bij boksers: ze leveren mooie verhalen op. De meeste beginnen in de goot, beleven wat hoogtepunten en eindigen weer in de goot.”

De tragiek is dus belangrijker dan het succes?

„Iemand als Dennis Bergkamp was briljant als voetballer, maar hij is te saai om over te schrijven. Hetzelfde geldt voor Frank de Boer, die heeft misschien nog in zijn achterhoofd dat hij iets wil bij Barcelona of zo. En dan gaat hij natuurlijk niet echt zeggen dat hij de voorzitter van die club een eikel vindt. Succes is een saai verhaal, zei Martin Bril al.”

Maar René van der Gijp is bij u ook een saaie man.

„Ja, zijn leven is ultra-saai, hij houdt elke verandering tegen, hij heeft zijn leven teruggebracht tot niets. Maar hij is wel uniek in zijn uitspraken. Bovendien wist ik dat er achter dat enorm vrolijke van hem een andere kant zit. De voetbalwereld bestaat voor negentig procent uit mensen die hetzelfde zeggen of doen; hetzelfde kapsel hebben. René niet. Zoals hij zich in zijn boek bloot geeft is echt bijzonder. Hij gaf me alle ruimte om hem te volgen en over hem te schrijven. Dat was niet eens prettig, ik vond het een enorme verantwoordelijkheid. En in die tijd zakte hij in een depressie, maar ook daarover mocht ik gewoon schrijven. Later hoor je dan van voetballers en anderen in die wereld dat zij ook last van depressies hebben of hebben gehad, maar ze praten er niet over, dat doe je gewoon niet.

„Om een goed verhaal te vertellen hoeft het niet extreem te zijn. Zo extreem als bijvoorbeeld het verhaal van Andy van der Meyde in Geen genade is geen voorwaarde. Al is zijn verhaal over de weelde die hij niet aankon, de vrouwen die hij bedroog en de lama in zijn garage, interessant en veelzeggend. Ook zijn openheid is uniek, en geeft een mooi beeld van onze omgang met voetballers. We behandelen ze als celebrities, daar worden ze ook naar betaald en dan moet je niet raar opkijken als die jongens – die opeens zo behandeld worden – heel raar gaan doen. Ik vind trouwens niet dat alle boeken van Voetbal International moeten gaan over mensen die ontsporen, dan krijgt het fonds een imago waar je niet op zit te wachten.”

Er was sprake van een Gijp 2

„Nee, dat komt er niet. Commercieel gezien zou het een goed idee zijn, maar inhoudelijk niet.”

Misschien is Aad de Mos een idee? Op basis van uw verhaal over hem in ‘Het pak van Louis van Gaal’ zijn er overeenkomsten tussen deze twee eenzame mannen.

„Volgens mij niet. In de wereld van Aad de Mos schijnt altijd de zon. Hij is iemand waar je vrolijk van wordt. Hij twittert iedere morgen: ‘goeie morgen, het wordt weer een mooie dag vandaag. Straks lekker pompoenpittenbroodje halen’, of zoiets. Ik kreeg van zijn tweets elke morgen een goed humeur. Dus besloot ik een dag met hem op te trekken terwijl hij ging hardlopen, zijn vuilnis buiten zette, naar de bakker ging voor zijn pompoenbroodje of naar de fysiotherapeut. Aad de Mos geniet van de kleine, gewone dingen in het leven. Hij heeft het dik voor elkaar en is blij wanneer hij een buizerd heeft gezien of in zijn tuintje bezig is geweest. Ik heb die dag vooral met hem in de auto gezeten, dat is een natuurlijke omgeving voor een gesprek. Dat werkt voor mij veel beter dan alles opslaan met een recorder of pen en papier. Ik stel dan geen semikritische vragen en krijg geen geforceerde antwoorden. Wanneer je meeloopt (of rijdt) heb je een ongedwongen gesprek. Ik vind het minstens zo interessant om te zien wat mensen doen in plaats van wat ze zeggen. Bij Aad de Mos kon je aan alles zien dat hij een gelukkig mens is. Leo Beenhakker is andere koek, die lijdt er echt onder dat hij geen club heeft – hij ziet er slecht uit en heeft geen leven meer nu dat niet in het teken staat van dat spelletje. Maar of hij geschikt zou zijn voor een portret: ik denk niet dat hij er op zit te wachten dat iemand zijn neergang op papier zet.

„In mijn verhalen heb ik het vooral over de randen van die sportwereld, daar vind je de interessante dingen, zoals het uitje dat op de wang van Jan Mulder blijft plakken tijdens de presentatie van zijn boek. Of de Chinese journalist die één vraag mag stellen aan Ronaldo en dan zijn tolk laat vragen ‘Hoe denkt u over China?’ Waarop Ronaldo, verveeld achterleunend, zegt: ‘Ben ik nooit geweest’. Iedereen ziet het, iedereen hoort het, maar niemand schrijft het op.”

Michel van Egmond: Gijp. Voetbal International, 323 blz. € 19,95

    • Toef Jaeger