‘Agent mag niet rennend schieten’

Wat deed de agent verkeerd die een ongewapende jongen op een station doodschoot?

Maandag begint de rechtszaak tegen de agent die vorig jaar november de 17-jarige Rishi doodschoot op het Haagse NS-station Hollands Spoor. De politie had een melding gekregen dat daar een man was bedreigd door iemand met een vuurwapen. De agenten troffen ter plaatse Rishi aan, die wegrende toen hem werd gesommeerd zijn handen te tonen. De agent, die op zijn benen mikte, raakte de jongen in zijn hals. Daarna bleek dat hij geen wapen bij zich had. De agent wordt nu vervolgd voor doodslag. Jaap Timmer, hoofddocent Politiestudies aan de Vrije Universiteit Amsterdam en gepromoveerd op politiegeweld, zegt dat deze zaak eigenlijk in het tuchtrecht thuishoort.

Waarom is dat zo?

„De agent was volgens het OM in deze situatie bevoegd om zijn vuurwapen te gebruiken. Hij heeft alleen in de toepassing van die bevoegdheid volgens het OM een fout gemaakt, doordat hij niet stilstond maar liep tijdens het schieten. Agenten wordt geleerd stil te staan om goed te kunnen richten. Maar hoort dat in het strafrecht thuis? Als een arts een fout maakt waardoor iemand overlijdt, wordt hij in beginsel tuchtrechtelijk aangesproken. Pas als blijkt van kwade wil, in de zin van ernstige onzorgvuldigheid, komt het strafrecht er aan te pas. Het tuchtrecht is bij de politie onvoldoende ontwikkeld.”

Waarom was de agent bevoegd te schieten? Rishi droeg geen wapen.

„Dat is niet relevant. De agent reageerde op een melding van bedreiging met een vuurwapen, hij mocht ervan uitgaan dat het aanwezig was.

„Een agent mag kort gezegd in twee situaties schieten: om iemand aan te houden en als het nodig is uit zelfverdediging. Maar een agent mag niet voor elke aanhouding zijn vuurwapen gebruiken. Wanneer en hoe dat wel mag, staat in de Ambtsinstructie. In hoofdlijnen mag hij schieten als het om een vuurwapengevaarlijke verdachte gaat, of om iemand die verdacht wordt van een ernstig geweldsmisdrijf.

„En altijd gelden de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit; als andere manieren om de verdachte aan te houden hebben gefaald (‘handen omhoog’ hielp niet) of als de aanhouding geen uitstel kan lijden. Stel: een verdachte van wie de politie weet dat hij vuurwapengevaarlijk is, steelt een fiets en de politie betrapt hem, dan is schieten niet gerechtvaardigd. De aanhouding kan wachten, zeker als de politie weet waar hij woont. De aanhouding van iemand die een gewapende overval pleegt kan meestal niet wachten, de overvaller zou iemand kunnen neerschieten of gijzelen.

„Een agent leert bij de aanhouding te schieten om iemand te stoppen, niet om te doden. Dat betekent: schieten ergens beneden de broekriem – heupen, bovenbenen. Bij onderbenen heb je veel kans om te missen.

„Rishi werd verdacht van bedreiging met een vuurwapen, dat is een misdrijf waarbij in beginsel geweld mocht worden gebruikt voor de aanhouding. Hij rende weg, hij onttrok zich aan de aanhouding. In die situatie mag de achtervolgende agent schieten. Dat heeft het OM ook gezegd. Wat dus niet goed is, is lopen of rennen terwijl je schiet.”

En als de agent wel had stilgestaan, maar niet goed had gemikt?

„Dat is een interessante casus. Deze agent wordt aangesproken op zijn vakkennis en -vaardigheid. Het klinkt cru, maar dat is winst. Het toont het belang dat aan die kennis wordt gehecht. In 1994 zijn de regels voor het gebruik van geweld aangescherpt. Agenten zijn verplicht hun kennis en vaardigheden te onderhouden.”

Hoe vaak worden er mensen door de politie doodgeschoten?

„Sinds 1978 gemiddeld jaarlijks drie doden door politiekogels en vijftien gewonden. Omdat de aantallen erg laag zijn, fluctueren ze sterk per jaar.

Hoe vaak worden agenten vervolgd?

„Niet vaak. Tussen 1978 en 2000 – voor die periode heb ik het precies bijgehouden – zijn veertig agenten vervolgd en tien gestraft. Voor de periode daarna weet ik het niet precies, maar ik weet wel dat er tot dit jaar geen agenten zijn veroordeeld. Maar in 2013 zijn er al twee agenten veroordeeld voor schietincidenten. Opmerkelijk is dat ook dit jaar het OM drie vervolgingen zelfstandig is begonnen. Dat gebeurt zelden.”

    • Elsje Jorritsma