‘Vrij verkeer in Europa maakt Nederland rijk’

Vandaag liet eurocommissaris Reding aan ministers cijfers zien over arbeidsmigratie. Er zijn weinig problemen, zegt ze.

Vanochtend werden ze in Brussel gepresenteerd: de feiten. Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Oostenrijk vroegen de Europese Commissie in april om de negatieve gevolgen van het vrije verkeer van personen te onderzoeken.

Arbeidsmigranten uit landen als Polen en Roemenië zouden een wissel trekken op sociale voorzieningen en zorgen voor verdringing op de arbeidsmarkt. Vanochtend legde Eurocommissaris Viviane Reding (Justitie en Fundamentele Rechten) haar conclusies voor aan Europese ministers, onder wie staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie).

Vorige week nam het debat over arbeidsmigratie een nieuwe wending. In een open brief nam de Britse premier David Cameron geen genoegen meer met symptoombestrijding: hij wil het vrije verkeer herzien. Migratie van arme naar rijke EU-landen moet aan banden worden gelegd, zolang welvaartsniveaus te ver uiteenlopen.

Minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA) noemde de Britse plannen „potentieel interessant” en zei gisteren dat het vrije verkeer van werknemers „geen trofee is die je oppoetst, terwijl de rest van de prijzenkast instort”. Kortom: het vrije verkeer is ook voor hem niet heilig.

Reding vindt de suggestie dat arbeidsmigranten uit andere EU-landen de Britse of Nederlandse welvaart drukken „verkeerd en populistisch”, zegt ze. Het blijkt in elk geval niet uit de cijfers in haar rapport vandaag. Die zijn door de lidstaten zelf aangeleverd.

Voor u is het vrije verkeer wel heilig?

„Het is de kern van het Europees burgerschap. We hebben het hier niet over een Europese bevoegdheid, maar over een fundamenteel recht. Een recht dat het ook voor Nederlandse burgers mogelijk maakt zich in heel Europa te vestigen met hun gezinnen of bedrijven. Het uitleggen van Europese regels vergt veel werk. Dat moet vooral worden gedaan door ministers uit lidstaten die het eens zijn geworden over deze regels. En als het aantal daklozen toeneemt, moet dit niet worden uitgelegd als een falen van Europa of van het vrije verkeer, maar als een maatschappelijke kwestie, van een mens in nood.’’

Neemt u de zorgen van de lidstaten wel serieus?

„Heel serieus: misbruik en fraude zijn natuurlijk niet goed. Vrij verkeer betekent niet: vrije toegang tot uitkeringen. Maar lidstaten moeten er zelf op toezien dat uitkeringen bij de juiste mensen terechtkomen. De huidige EU-regels bieden prima garanties voor het voorkomen van misbruik, ze moeten alleen worden toegepast. Lidstaten kunnen daarbij op onze steun rekenen. In mijn rapport doe ik suggesties voor het tegengaan van schijnhuwelijken en nodig ik burgemeesters van grote steden uit om bestaande EU-fondsen ter bevordering van sociale integratie beter te gebruiken. Maar aan het vrije verkeer van personen moeten we niet gaan tornen.”

Waarom niet?

„De interne markt stoelt op vier fundamentele vrijheden: vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen. Je kunt die niet uit elkaar trekken. Je kunt niet vrij verkeer van diensten en kapitaal willen, maar niet van personen. Je kunt niet het recht hebben om bedrijven te vestigen in Boekarest of Sofia, profiteren van de lage productiekosten daar en vervolgens Roemeense en Bulgaarse arbeiders de toegang tot je eigen land ontzeggen.

„Daar komt bij dat juist Nederland sterk profiteert van de interne markt: 75 procent van de Nederlandse export gaat naar andere EU-landen. In 2011 exporteerde Nederland bijna vier keer zoveel naar andere EU-landen dan in 1990. Dit betekent dat alle uitbreidingen van de Europese Unie de Nederlandse export geweldig hebben opgestuwd. Sterker nog: Oost-Europa is de op twee na belangrijkste markt geworden voor Nederlandse producten en diensten. Het vrije verkeer heeft de Nederlanders welvarender gemaakt.”

Is ‘bijstandstoerisme’ dan helemaal geen probleem?

„Als ik kijk naar de door nationale ministers ingeleverde cijfers, dan zie ik dat slechts een zeer klein deel van de mobiele burgers in Europa sociale voorzieningen claimt in een gastland. Van het aantal uitkeringsgerechtigden in Nederland komt slechts 1,8 procent uit andere EU-lidstaten. Dat is een extreem laag cijfer, maar in de publieke perceptie wordt het disproportioneel groot gemaakt. Daar zouden we samen wat aan moeten doen. De EU moet geen bokswedstrijd zijn, waar de ene partij wint en de andere verliest.”

    • Stéphane Alonso