Surprise

Het Verzetsmuseum in Amsterdam vroeg via een persbericht aandacht voor een miniem onderdeel van zijn permanente expositie, dat juist in deze dagen interessant is. Het betreft een anti-Duitse variant van het sinterklaasliedje Zie de maan schijnt door de bomen. Het staat afgedrukt op een kartonnen doosje met het opschrift ‘Surprise voor Hitler’. Het doosje bevatte snoepjes en werd op pakjesavond 1941 door de Royal Air Force, de Britse luchtmacht, boven Nederland afgeworpen.

Op het doosje staat een tekening waarop Zwarte Piet, toen nog een onbesproken figuur, Hitler over de knie legt om hem met de gard een pak slaag te geven. Links van hen staat een witte zak waaruit het benauwde hoofd van Mussolini steekt. Daaronder is het gedicht Surprise for Hitler afgedrukt.

Zie de maan schijnt door de boomen,

Makker, hoort het wild geraas.

De R.A.F. is weer gekomen,

Die is in de lucht de baas!

Vol verwachting klopt ons hart,

Wie de koek krijgt, wie de gard.

Hitler heeft den strijd gestart,

Maar aan ’t eind krijgt hij de gard!

(Afzender: St. Nicolaas, per adres de R.A.F.)

Deze actie van de R.A.F. was een antwoord op de propagandaslag die de Duitsers waren begonnen om de Nederlandse bevolking voor zich te winnen. Thuis, bij de kachel, schreven ook veel Nederlanders anti-Duitse sinterklaasgedichten. Vier jaar geleden zijn de beste daarvan door historica Hinke Piersma van het NIOD geselecteerd voor het boek Zou de goede Sint wel komen. Daar hoort ook het gedicht bij dat Anne Frank op 6 december 1943 schreef.

Er was ook een Nederlander die vond dat zijn landgenoten wel wat eerder lucht hadden mogen geven aan hun anti-Duitse gezindheid. Dat was de polemische schrijver-dichter A. Marja (1917-1964), die in de oorlog illegaal uitgever was. Hij schreef al in 1938 een cynisch anti-Duits gedicht, dat door kenners wordt beschouwd als het beste literaire sinterklaasgedicht aller tijden. In feite is het óók een anti-sinterklaasgedicht. Het heet Sint Nicolaas 1938.

Weer doen wij ons aan marsepein tegoed:

al ligt de wereld machteloos te bloeden,

God zal òns feest, òns Neerland wel behoeden.

o, Sinterklaas, wij waren braaf en zoet!

Verstop de krant, die riekt naar rook en bloed:

nòg walmt de puinhoop, nòg zwiept ginds de roede

en striemt den Jood, wij kunnen ’t niet verhoeden…

o, speculaas, o, marsepein, zo zoet!

Vanavond deert ons vluchteling noch beul,

wij zoeken slechts bij koek en snoepgoed heul,

en lezen, voor ’t naar bed gaan, ’t woord des Heren,

dat ons, als steeds, weer ernstig stemt en sticht,

maar verder vrijlaat en tot niets verplicht

zolang wij koek en snoepgoed niet ontberen.