Sirenen op hoge hakken

In hun nieuw liedjesprogramma ‘Sirene’ spelen de drie vrouwen van Zazí met hun imago. „Dat uiterlijk hebben we nu eenmaal, daar moet je iets mee doen.”

Zazí: Margriet Planting (links), Sabien Bosselaar (midden) en Dafne Holtland (rechts) Foto Roger Cremers

Op het podium van theater de Fransche School in Culemborg staan drie jonge vrouwen. Ze zingen, vertellen anekdotes en bespelen steeds andere instrumenten. De een switcht van trommel naar accordeon naar keyboard, de ander van cello naar basgitaar of van akoestische gitaar naar piano.

Hun driestemmige samenzang klinkt als die van The Andrews Sisters: licht, fris en ingenieus. Die lichtvoetigheid krijgt tegenwicht in hun virtuoze spel. De drie hebben geen tijd om stil te staan bij een geslaagde riff of spannend akkoord; het volgende instrument dient zich aan. Zo ontstaat een flitsend samenspel, waarin allerlei stijlen, van folk tot klezmer, kort hun opwachting maken.

In het nieuwe liedjesprogramma Sirene speelt Zazí, bestaand uit Dafne Holtland (25), Sabien Bosselaar (25) en Margriet Planting (31), eigen liedjes en bestaande liedjes in het Zweeds, Spaans, Duits, Engels of Frans. Het resultaat is pan-Europese folkmuziek, waarin tegenstrijdige kwaliteiten als ‘stoer’ en ‘fragiel’ moeiteloos blijken samen te gaan, zoals in het intieme Monicas Vals.

Voor Zazi is dit al het tweede liedjesprogramma binnen twee jaar. Bij dit trio ging alles snel. De voormalige studentes – Bosselaar is uiteindelijk afgestudeerd in psychologie – ontmoetten elkaar in 2009 bij toeval in Parijs, besloten samen liedjes te gaan zingen en deden mee aan het Concours de la Chanson. Ze wonnen, waarna ze werden geboekt voor een theatertour, al bestond hun repertoire uit slechts twee nummers.

In het begin speelde Bosselaar accordeon, Holtland piano en Planting cello. Als trio begonnen ze steeds andere instrumenten uit te proberen. „Iedere week kwam er iets bij”, zegt Bosselaar. „Een mandoline, een banjo of harp, en we leerden onszelf erop spelen. Net zoals we ook de harmoniezang zelf hebben uitgevonden.”

Mythische sirenen

Voorafgaand aan de try-out in Culemborg vertellen de drie over het onderwerp van hun show: de mythische sirenen op een eiland, die zo hemels zingen dat matrozen de macht over het roer kwijtraken en zich te pletter varen op de rotsen.

Voor de eerste theatertour hadden ze eerst materiaal verzameld en daarna een verhaallijn bedacht. Nu ging het andersom: eerst was er het sirenenthema, daarbij werden liedjes gezocht en geschreven, over noodlottige liefde, matrozen, meerminnen en walvissen. Een tijdlang draaide hun leven om niets anders dan zeewezens en fatale vrouwen.

Afgelopen zomer gingen de drie ieder op vakantie naar een ander eiland. Daar verdiepten ze zich in de vele mythen, uit alle hoeken van de wereld, over de wederzijdse afhankelijkheid tussen de zingende vrouw – met vogellijf of vissenschubben – en een weerloze man. Tijdens de voorbereiding besloten ze een persoonlijke invalshoek te kiezen. Holtland: „Vanuit die visie schreven we onze liedjes.”

Planting, op vakantie op een Grieks eiland, noemt zichzelf romantisch. „Ik was verontwaardigd dat Odysseus zich aan de mast liet binden en zijn bemanning was in de oren stopte, zodat ze de zang niet zouden horen. Natuurlijk had hij zich moeten laten verleiden. Je met huid en haar overleveren aan de liefde, daar gaat het voor mij om.”

Zweeds eiland

Voor Bosselaar was het nog maar de vraag of ze zich met de sirenen wilde identificeren. „Toen ik daar eenmaal zat, op een Zweeds eiland, was ik voor het eerst sinds lang weer eens alleen. Over liefde kon ik even niet denken, bij mij kwam vooral de vraag op: ‘Hoe belangrijk is het voor mij om even in mijn eentje te zijn, in plaats van altijd met zijn drieën?’ Daarna ontdekte ik een Zweeds liedje, Monicas Vals, dat daar in sfeer voor mij bij aansloot.”

Holtland, op Bali, noemt de verhouding tussen man en fatale vrouw in de eerste plaats ‘tragisch’. „Ik kan het niet zien als een vrolijk verleidingsspel, zoals Margriet. De fatale vrouw is namelijk compleet afhankelijk van de man. Wat als die ene man aan haar voorbijgaat?” Ze is even stil. Planting vult aan: „Het deed zich toevallig in je eigen leven net voor. Daar heb je liedjes over geschreven.” Holtland knikt. „Ja, The Loneliest Whale bijvoorbeeld. Over een walvis die zulke bijzondere sonarsignalen uitzendt dat geen enkele walvis hem kan verstaan.”

Tussen deze drie jonge muzikanten en de mythische sirenen valt een overeenkomst te zien. Planting: „Natuurlijk, de relatie tussen ons en het publiek is ook een spel van wederzijdse verleiding en afhankelijkheid.”

Holtland: „Welke rol ons uiterlijk speelt in de voorstelling? We zien er graag leuk uit, we houden van mooie kleren. We hebben voor Sirene, behalve een decor, ook speciale kostuums laten maken.” Ze wijst naar haar platte laarzen. „En op het podium trekken we hoge hakken aan. Want dat uiterlijk hebben we nu eenmaal. Daar gaat het toch al over. Als we worden aangekondigd, zeggen ze: ‘Hier is Zazí, ze kunnen niet alleen goed spelen, ze zien er ook nog eens mooi uit.’ Als je dat imago aan je reet hebt hangen, dan moet je er iets mee.”

Planting: „Juist door hoe we eruitzien, verwachten mensen vaak niet dat we ook kunnen spelen. Daarmee verrassen we ze dan.”

Bosselaar: „In Amerika zei een man dat hij dacht ‘Drie mooie meisjes, dat kan niet veel soeps zijn’. Na ons optreden was hij wel degelijk overtuigd. Het zou vervelend zijn als mensen achteraf alleen maar over je jurk praten. Dan zou ik aan mezelf gaan twijfelen.” Planting: „Uiteindelijk willen we zo goed spelen dat ze het niet meer over onze jurk hebben.”

Holtland: „Dat je de jurk wegspeelt, zeg maar.”

Sirene van Zazí 6 en 7 dec in Bellevue, Amsterdam. Daarna tournee. Inl: zazimusic.com. Op 14 en 15 dec staat Zazí in het voorprogramma van Charles Aznavour in de Heineken Music Hall.

    • Hester Carvalho