Schilderijen die je zou willen aaien

Florian en Michel Quistrebert maken op-art (kunst met optische vertekeningen), een stijl met wortels in de jaren zestig die de laatste tijd steeds populairder wordt. De reden daarvoor lijkt simpel. Aan de ene kant zijn op-artkunstwerken als die van Bridget Riley steevast angstaanjagend perfect uitgevoerd – de patronen zijn strak en mechanisch, en de hand van de schilder is zelden te zien. Tegelijk dansen de beelden voor je ogen en kun je vaak op minstens twee manieren naar op-artdoeken kijken, waardoor diezelfde pretentie weer wordt ondergraven. Wat zie ik eigenlijk? Wat is de waarheid? Op-art lijkt soms verdacht veel op een ogenspelletje, maar op z’n best laat het je op een verleidelijke manier twijfelen aan de waarheid.

Zo bekeken is het niet vreemd dat de Quistrebert-broers hun solo bij Juliètte Jongma God 2.0 hebben genoemd: hun schilderijen hebben de waarheidspretentie van op-art, maar dan net even anders. Hun oeuvre bestaat uit twee delen: aan de ene kant maken ze doeken met gekleurde modelleerpasta, waarbij ze die pasta in zulke dikke lagen over het doek uitsmeren dat het werk een bijna wellustig gevoel krijgt van diepte en materie. Schilderijen waar je met een vinger overheen wilt aaien, waarvan je de pasta nog even zou willen kneden.

Zeker zo interessant zijn echter hun echte op-artdoeken. Op het eerste gezicht zijn het klassieke werken in de Bridget Riley-traditie: drukke, volle stelsels van lijnen en geometrische patronen die zo complex zijn dat je ogen en hersenen er hun grip op verliezen – opvallend verleidelijk ook. Alleen: waar je bij nadere bestudering in ‘klassieke’ op-art altijd stuit op een muur van ongenaakbaarheid, worden de broers Quistrebert plotseling kwetsbaar. Sterker nog: als je dichterbij komt vallen de doeken voor je ogen uit elkaar: je ziet de plekken waar tape niet goed heeft gehecht, de plaatsen waar het mes het karton heeft verbrokkeld. Dat roept een vreemd gevoel van ongemak op: waarom nemen de broers afstand van die verleidelijke perfectie? Ongetwijfeld is dat ook de kern van hun God 2.0 – die God is weliswaar machtig en overheersend, maar laat ook zien dat hij de wijsheid niet meer in pacht heeft. Voor de toeschouwer is dat confronterend: ineens besef je hoe makkelijk je je hebt laten meeslepen in een veilige, objectieve schijnautoriteit. Die is bij de Quistreberts verdwenen; uiteindelijk blijft alleen de twijfel over. Mooi.