Prins Bernhard zette mijn oom onder druk

Foto david van dam

Verslaggever

„Ik zie niet op tegen wat er komen gaat”, zei Edwin de Roy van Zuydewijn gisteren voor aanvang van het Kamerdebat over het onderzoek dat prins Bernhard in 2000 naar hem gelastte. „Het is premier Rutte die op zijn zaakjes moet letten. Hij heeft veel uit te leggen.”

Wat dacht u toen u dinsdag hoorde dat prins Bernhard in 2000 onderzoek naar u heeft laten doen door de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging?

„Ik voel me ambivalent. Aan de ene kant ben ik opgelucht: eindelijk komt de waarheid aan het licht. Aan de andere kant voel ik mij confuus: het is dus echt waar.”

Verbaasde het u dat Bernhard om een onderzoek vroeg?

„Nee. Bernhard was de baas van Nederland. Dat heeft Margarita al in een vroeg stadium naar voren gebracht. Ieder kabinet danste naar zijn pijpen. Het is van historisch belang dat de verhoudingen nu duidelijk worden.”

Hoe was uw relatie met Bernhard toen u en prinses Margarita nog samen waren?

„Onze relatie was in het begin hartelijk. We praatten over ditjes en datjes. Als ik op bezoek kwam, drukte hij op een knopje en dan kwam er een butler met champagne. Toen mijn oom Charles overleed, stuurde Beatrix haar toenmalige grootmeesteres, mevrouw Labouchere, naar de begrafenis. Dan kun je toch niet van een slechte verhouding spreken?”

Wanneer is uw verhouding met de koninklijke familie verslechterd?

„Dat moet rond 2001 zijn geweest. Margarita en ik merkten dat er opeens geen handen meer werden geschud. En bepaalde prinsen – ik zal geen namen noemen, maar Willem-Alexander viel daar niet onder – begonnen zich vilein te gedragen.

„Tijdens de televisie-uitzending van het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima meldde commentator Maartje van Weegen dat Margarita en ik niet waren uitgenodigd voor de plechtigheid omdat ik in financiële problemen zou verkeren. Een karakteraanslag, dat was de druppel. Toen zijn Margarita en ik naar de Nationale Ombudsman gestapt.”

Aan journalist Jutta Chorus vertelde Pieter Broertjes, oud-hoofdredacteur van de Volkskrant, dat Bernhard u als „een vijandig projectiel” beschouwde „dat onschadelijk moet worden gemaakt”. Heeft u enig idee waaraan u die kwalificatie te danken heeft?

„Een aantal leden van mijn familie had banden met prins Bernhard. Zoals mijn oom Charles, die president-directeur was van de Geïllustreerde Pers. Hij heeft ervoor gezorgd dat een voor Bernhard zeer schadelijke publicatie in het weekblad Panorama begin jaren zeventig uit de schappen werd gehouden.

„Mijn oom Jan was griffier bij het proces tegen oorlogsmisdadiger Pieter Menten. Ook hij is onder druk gezet om dubieuze handelingen van Bernhard uit de publiciteit te houden. En dan doel ik niet alleen op diens oorlogsverleden, maar ook op Bernhards gedrag als Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht na de Tweede Wereldoorlog. Prins Bernhard heeft zijn positie enorm misbruikt.”

Dat is een forse aantijging. Om wat voor misbruik zou het gaan?

„Dat wil ik aan de orde stellen in mijn nog te verschijnen boek. Maar u moet denken aan het aannemen van steekpenningen.”

De Rijksvoorlichtingsdienst, die de woordvoering doet voor het Koninklijk Huis, kan geen commentaar geven op de uitlatingen van De Roy van Zuydewijn, laat een medewerker weten.

    • Danielle Pinedo