O ja, de man van het schroefje

Prins Bernhard heeft geen opdracht gegeven tot een onderzoek naar Edwin de Roy van Zuydewijn Nee, het was een verzoek, legde premier Rutte gisteren uit Oppositiepartijen D66 en SP zijn er niet door gerustgesteld

Politiek redacteur

Een opdracht om onderzoek te doen naar Edwin de Roy van Zuydewijn had Prins Bernhard nooit aan de Dienst Koninklijke en Diplomatiek Beveiliging (DKDB) gegeven, legde premier Mark Rutte gisteren aan ontstemde Kamerleden uit. Dat zou fout zijn geweest. Maar het is nooit gebeurd, Bernhard deed slechts een verzoek. Dus was er niets aan de hand, betoogde de premier.

Jarenlang was het stil rond de voormalige echtgenoot van prinses Margarita. Maar dinsdag bleek dat de regering tien jaar lang een saillant detail heeft verzwegen in de voortdurende vete tussen De Roy van Zuydewijn en het Koninklijk Huis: dat prins Bernhard zijn beveiligers in 2000 verzocht onderzoek te doen naar de aanstaande man van zijn kleindochter. En dat de Dienst het onderzoek uitvoerde en over de uitkomst aan Bernhard rapporteerde.

Deze onthulling, en de uitleg die Rutte erbij gaf, leverde bij Kamerleden van de oppositie meer vragen dan antwoorden op. Het tien jaar lange zwijgen verdiende niet „de schoonheidsprijs”, vond Jeroen Recourt van coalitiepartij PvdA.

Want hoewel het formeel een verzoek was, kwam het in de ogen van D66-leider Alexander Pechtold en SP’er Ronald van Raak over alsof Bernhard een voorkeursbehandeling van de dienst kreeg. De gang van zaken wekte in hun ogen de suggestie dat Bernhard zonder tussenkomst van de verantwoordelijke bewindspersonen de DKDB als persoonlijke inlichtingendienst kon inzetten.

Maar die suggestie was onjuist, hield Rutte vol. Het verzoek kwam wel van Bernhard, maar het was de DKDB die zelf had besloten dat dit onderzoek gezien de veiligheid van Bernhard gerechtvaardigd was.

Dat de regering de rol van Bernhard tien jaar lang had verzwegen, was enkel omdat Bernhard bij het onthullen van dat feit in verlegenheid zou zijn gebracht, zonder dat hij iets onoorbaars had gedaan, betoogde de premier.

Was hij dan een bedreiging?

PvdA’er Recourt – eerder nog bezorgd bij de gedachte dat burgers de DKDB kunnen aansturen – was door deze uitleg gerustgesteld.

Dat gold niet voor Pechtold: „Ik kan mij geen reden voorstellen waarom de DKDB, of welke dienst dan ook, moet worden ingezet in dit geval, als het gaat om fysieke veiligheid. Er komt een nieuwe schoonzoon in de familie. Wat heeft dat te maken met fysieke veiligheid?” En als die veiligheid in het geding was, wat voor zin had het dan om navraag te doen bij de Kamer van Koophandel en de Gemeentelijke Basisadministratie naar De Roy van Zuydewijn en zijn zakelijke activiteiten, zoals de DKDB deed? Wat had dat met veiligheid te maken? Bij SP’er Van Raak bleef wel degelijk het beeld hangen dat de „deksel van de doofpot” maar voor een deel was opgelicht.

Zowel Van Raak als Pechtold willen dat de Commissie voor Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de rechtmatigheid van het handelen van de DKDB onderzoekt, en verwachten daarbij steun te krijgen van een meerderheid in de Tweede Kamer. Van Raak vindt dat de staat excuses moet aanbieden aan De Roy van Zuydewijn.

Pechtold verzocht Rutte om contact met hem op te nemen en „een poging te wagen om dit recht te zetten richting de heer De Roy van Zuydewijn.”

    • Derk Stokmans