Kiev wil gaan praten over verkiezingen

Ondanks druk uit Moskou lijkt de pro-Russische regering te gaan buigen onder druk van Europa en oud-presidenten.

De Oekraïense regering lijkt toe te willen geven aan de pro-Europese beweging, die bezig is het politieke leven te verlammen. Dit uit protest tegen het regeringsbesluit om economische samenwerking met Rusland te laten prevaleren boven een associatieverdrag met de Europese Unie. Vervroegde verkiezingen zijn volgens een vicepremier nu ineens wel denkbaar.

Terwijl president Viktor Janoekovitsj op reis is in China en Rusland, staan zijn ministers onder groeiende druk, niet alleen van de buitenlandse mogendheden maar ook van de politieke elite in Oekraïne zelf.

Premier Nikolaj Azarov lijkt niet in staat een coherent antwoord te formuleren op het straatprotest dat, ondanks de lange duur van de impasse en de invallende winter, niet wegebt maar juist toeneemt.

De demonstranten eisen dat de regering het associatieverdrag met de EU alsnog tekent of aftreedt. Intussen bespreken ministers van Buitenlandse Zaken van Rusland, EU en NAVO, die elkaar gisteren over en weer van ‘inmenging’ beschuldigden, de politieke crisis vandaag en morgen op een ministersvergadering van de OVSE, de organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

Het ondubbelzinnig appèl van alle ex-presidenten van Oekraïne kan als belangrijk signaal tegen de regering beschouwd worden. Zij keerden zich gisteren tegen het politieoptreden en riepen op tot een „open dialoog met de burgerij”. De gezamenlijke tekst was niet alleen ondertekend door de prowesterse president Viktor Joesjtsjenko (2005-2010) maar ook door Leonid Kravtsjoek, architect van de onafhankelijkheid in 1991, en zelfs Leonid Koetsjma, leermeester van Janoekovitsj. In hun oproep verklaarden de drie zich onomwonden „solidair met de honderdduizenden vreedzame jonge Oekraïners”.

Kort daarna trad Sergej Arboezov voor de televisie op. Bij het Vijfde Kanaal zei hij dat vervroegde verkiezingen de uitkomst kunnen zijn van onderhandelingen met de oppositie. „Laten we aan de onderhandelingstafel gaan zitten. De president kent de eisen van de demonstranten. Ieder mens in dit land weet waarover het gaat”, aldus de vicepremier. Arboezov nam daarmee impliciet afstand van premier Azarov en de regerende Partij der Regionen. Azarov zei gisteren dat oppositieleiders zich schuldig dreigen te maken aan „misdrijven”. De partij maakte in een verklaring zelfs gewag van een „poging tot staatsgreep”.

De concessie van Arboezov betekent overigens niet dat er snel overeenstemming over eventuele verkiezingen zal worden bereikt. Los van vrees voor fraude – een angst die bij alle verkiezingen opspeelt – zal de oppositie vermoedelijk wijziging van het kiesstelsel eisen. Minder dan de helft van de zetels in de Verchovna Rada (parlement) wordt verkozen via evenredige vertegenwoordiging. De meerderheid van de zetels wordt bezet door de districtspolitici.

Dit stelsel bevoordeelt Janoekovitsj. Zijn regeringspartij haalde bij de laatste parlementsverkiezingen in 2012 niet meer dan 30 procent van de stemmen maar bezet ruim 40 procent van de zetels.

Voor de belangrijkste oppositiepartijen Vaderland (van de gedetineerde ex-premier Joelia Timosjenko) en Oedar (Stoot) van bokskampioen Vitali Klitsjko geldt het omgekeerde. Omdat verkiezingen zullen uitdraaien op een soort referendum over Europa óf Rusland heeft de oppositie belang bij meer evenredigheid.

    • Hubert Smeets