En zo zorg je dat jouw gedicht goed wordt voorgelezen

We kunnen als amateurdichters veel leren van professionele speechschrijvers. Ook zij moeten regelmatig toezien hoe hun retorische meesterwerken verprutst worden door ministers of directeuren. Deze tips helpen bij een goede voordracht:

eschouw het NIET als jouw gedicht dat door een ander wordt voorgelezen, maar als het gedicht van een ander dat jij mag schrijven. Zorg dus dat jouw tekst aansluit bij het taalgebruik van de spreker en mijd woorden die de spreker zelf nooit zou gebruiken.

aak het rijmschema duidelijk in de lay-out. Bijvoorbeeld door regels die bij elkaar horen te laten inspringen. Voeg bovendien een witregel in wanneer je wisselt van onderwerp of rijmschema en schrijf met grote letters. Als je slachtoffer het blaadje verder van zich af kan houden, wordt het eenvoudiger om het gedicht vol overgave voor te dragen.

nderstreep woorden die nadruk verdienen en schrijf cruciale woorden gerust met HOOFDLETTERS. Zo help je een spreker om de juiste nadruk te leggen. Schrijf je jouw gedicht voor een onbenul die jaarlijks de simpelste gedichten om zeep helpt, onderstreep dan alle rijmwoorden.

eef met liggende streepjes (‘–’) aan waar de spreker een pauze kan (of moet) laten vallen. Zo is het leuk om de toehoorders te laten raden naar het rijmwoord aan het einde van de zin, zéker als je een verrassend alternatief hebt gevonden voor het meest voor de hand liggende woord. Timing is dan cruciaal.