En toen was het ineens een badhuis

In Venlo is een joods badhuis gevonden. Dacht iedereen. Of was het slechts een excuus om een duur museum te bouwen?

Op het allerlaatst komt Leendert Louwe Kooijmans, emeritus hoogleraar archeologie, nog met een verrassing. De Venlose gemeenteraad heeft zich deze woensdagavond net laten informeren over een snoeihard rapport van de plaatselijke rekenkamer. In dat rapport wordt weinig heel gelaten van de manier waarop van een archeologische vondst uit 2004 een middeleeuws mikwe, een joods ritueel bad, is gemaakt.

Stadsarcheoloog Maarten Dolmans heeft steeds bij hoog en bij laag beweerd dat het écht een joods badhuis was. Zijn belangrijkste bewijs: in de muur was een menora gekerfd, een joodse, zevenarmige kandelaar. Ergo, zei Dolmans: het moest wel een joods badhuis zijn geweest. De rekenkamer denkt er anders over, heeft het over tunnelvisie en noemt de gang van zaken na de vondst „onzorgvuldig” en „onthutsend”.

Want wás het wel een joods badhuis? Kooijmans komt met nieuwe inzichten die te laat waren om het rapport te halen. De emeritus hoogleraar is op een foto uit 2004 gestuit van het stuk muur met de menora, en heeft die laten vergroten. Geen menora te zien. Zoals ook twee archeologische bureaus, die de vondst negen jaar geleden bekeken, in hun verslagen er geen melding van maakten. Conclusie: „Die menora kwam als geroepen op het moment dat hij nodig was.”

Wie de kandelaar in de muur gekerfd heeft, weet Louwe Kooijmans niet. Maar de ontdekking was wel een van de redenen om het mikwe onder te brengen in een nieuwe vleugel van het Limburgs Museum in Venlo. Kosten: ruim drie miljoen euro, waarvan 750.000 euro voor rekening van de gemeente.

Wat Dolmans bezield heeft, is niet duidelijk. Wellicht werd hij aangestoken door de juichstemming die in Venlo ontstond na de vondst: een mikwe van ruim zeven eeuwen oud, het oudste spoor van joodse bewoning in Nederland. Daar kon de stad mee voor de dag komen.

De vraag is of Dolmans nog aan kan blijven als stadsarcheoloog. Burgemeester Antoine Scholten wil er geen mededelingen over doen. Het rekenkamerrapport laakt het gebrek aan controle op Dolmans. Het college wist lang ook niet van twijfels, maar heeft toen die in september wel duidelijk waren de gemeenteraad onjuist en onvolledig geïnformeerd, stelt het rapport. Scholten benadrukt dat „het gemeentebestuur altijd eindverantwoordelijke is. Ambtenaren adviseren alleen en voeren uit. We zullen ons als college gaan beraden.”

Het Limburgs Museum claimt sinds dit najaar niet langer dat het een middeleeuws joods ritueel bad exposeert. „We presenteren het nu als het mikwe-mysterie”, zegt een woordvoerder.

Het rekenkamerrapport laat de meest cruciale vraag onbeantwoord: wat is er nu in 2004 gevonden? Het kan nog steeds een mikwe zijn. Of een beerput, zoals anderen eerder suggereerden. Of heel iets anders.

Louwe Kooijmans gelooft niet in het mikwe-mysterie. Hij wil nieuw onderzoek. Hij noemt het rapport verplichte lectuur voor vakgenoten: „Wat hier is gebeurd is heel uitzonderlijk. De 82 gemeenten in Nederland met een archeologische dienst en de wetenschappers die actief zijn op dit gebied moeten hier hun voordeel mee doen en er lering uit trekken.”