ECB ‘verheugd’ over hogere inflatie - handhaaft rente op 0,25 procent

ECB-president Draghi is blij dat de inflatie in de eurozone iets hoger is dan vorige maand. Foto Reuters / Kai Pfaffenbach

De Europese Centrale Bank (ECB) is “verheugd” dat de inflatie in de eurozone vorige maand iets is gestegen na de maatregelen die de bank nam in november. Dat zei ECB-president Mario Draghi vanmiddag tijdens een persconferentie in Frankfurt.

“Het laat zien dat onze renteverlaging van vorige maand volkomen gerechtvaardigd was”, aldus Draghi. De bankpresident benadrukte opnieuw dat de inflatie in de komende maanden waarschijnlijk niet veel verder oploopt. “Wij verwachten dat de inflatie voor langere tijd op een laag niveau blijft”, zo zei Draghi. Voor volgend jaar rekent de ECB op een prijsstijging van 1,1 procent, terwijl de inflatie in 2014 later naar verwachting op 1,3 procent uitkomt.

De geldontwaarding blijft daarmee ver onder het streefniveau van de Europese Centrale Bank van dichtbij, maar net onder de twee procent. Pas op de langere termijn verwacht Draghi dat de inflatie in kleine stapjes weer richting dat niveau stijgt. Toch zijn extra maatregelen vooralsnog niet nodig, vindt de ECB.

ECB houdt rente op historisch lage 0,25 procent

Eerder vanmiddag maakte de ECB bekend de rente op het historisch lage niveau van 0,25 procent te handhaven. Ook de depositorente en de strafrente bleven onveranderd op respectievelijk 0,75 en nul procent. Op de financiële markten werd al verwacht dat de centrale bank niet zou tornen aan de rentestanden, na de verlaging van vorige maand.

Draghi besloot in november de belangrijkste rentestand - de zogeheten herfinancieringsrente - te verlagen van 0,5 naar 0,25 procent. Die maatregel maakt het voor banken goedkoper om geld te lenen. Draghi hoopte dat ook consumenten en bedrijven daardoor tegen lagere rente kapitaal konden krijgen. Op die manier dacht de bankpresident meer geld de markt in te kunnen pompen, waardoor producten in verhouding duurder zouden worden en de inflatie dus zou stijgen.

    • Pim van den Dool