De tijd dringt. Zijn alle sommen op tijd klaar?

In 2015 gaat de jeugdzorg naar gemeenten. Maar hoeveel geld krijgt elke gemeente? Gemeenten willen het nú weten, maar de rekensom is enorm complex. Het ministerie rekent het voor.

Het ongeduld bij gemeenten grenst inmiddels aan woede. Deze week komt het ministerie van Volksgezondheid dan eindelijk met de nieuwste budgetten voor de jeugdzorg in 2015, maar waarom duurde dit zó lang?

De tijd dringt, zeggen zorgwethouders in heel het land, zo kunnen wij ons toch niet voorbereiden op de nieuwe manier waarop het geld wordt verdeeld? Dit gaat over kwetsbare kinderen! „Onbehoorlijk bestuur!”, twitterde een gemeenteadviseur deze week. Ook de ‘transitiecommissie’ die op de decentralisatie van jeugdzorg van het Rijk naar de gemeenten toeziet, gaf het ministerie een tik op de vingers. Volksgezondheid was te traag. Het had in mei weliswaar de voorlopige budgetten voor 2015 gepubliceerd, maar die bleken soms miljoenen lager te zijn dan gemeenten hadden berekend. Het ministerie moest de cijfers herzien, en kreeg van de Kamer tot december de tijd. Als er deze maand nog stééds geen duidelijkheid is, dreigde de transitiecommissie, dan kan die hele decentralisatie per 2015 niet doorgaan.

Verdieping dertien, het ministerie van Volksgezondheid (VWS), vorige week. Directeur-generaal jeugd Paul Huijts en twee medewerkers leggen uit hoe ze alles uitrekenen. Waarom het zo tijdrovend is. Men mag best eens weten: het is complex om de juiste budgetten boven tafel te krijgen. Zó complex, dat ze bij VWS al sinds het voorjaar van 2011 aan het rekenen zijn. Een handvol mensen bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en onderzoeksbureau Cebeon doet mee. En de Rekenkamer rekent alles nog eens na.

Een van de ambtenaren staat op en loopt naar de flip-over. Vraag één. Hoe groot is het totale jeugdzorgbudget in 2015? Die vraag is niet eens zó moeilijk. Goed, de jeugdzorg is versnipperd en het geld dus ook. En de meeste recente zorgcijfers zijn twee jaar oud. Dus moet je aannames doen. Maar goed. Het geld van de twee ministeries, VWS en Veiligheid en Justitie, is samen 1,7 miljard. En het potje jeugdzorg binnen de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) komt neer op 1,2 miljard. Alhoewel, tussen nu en 2015 zal er een bezuinigingsmaatregel bijkomen om verspilling te beperken van het persoonsgebonden budget (pgb). Dus: minus 100 miljoen. En, oh ja: op sommige kinderen dreigt dubbel te worden bezuinigd. Vanuit de jeugdzorg én vanuit de functie ‘begeleiding’ van de AWBZ. Die ‘dubbeling’ moet eruit. Minus 100 miljoen, aldus de ambtenaar. Blijft over één miljard. Juist. Dan rest nog het potje dat valt onder de Zorgverzekeringswet. Jeugd-ggz, voor kinderen dus met psychische problemen. 0,7 miljard.

Dácht VWS.

Onlangs stelde het ministerie dat bedrag bij. Moest zijn: 0,85 miljard. Want er bleek ook nog 150 miljoen euro gemoeid te zijn met de therapie voor ouders van kinderen. Dat bleek op een andere manier geregistreerd te zijn. Enfin, al met al praat je over een jeugdzorgbudget voor 2015 van 3,55 miljard euro. De flipboard-ambtenaar gaat weer zitten.

Nu nog het geld verdelen

Nu de écht lastige opgaaf: hoe verdeel je dat geld over de 400 gemeenten? Op zich een kwestie van turven. Neem alle soorten jeugdzorg, loop de registratiebestanden door, en stel vast uit welke gemeente de gebruiker van de zorg afkomstig is. Kortom: waar woonde die ene jongen toen hij bij bureau jeugdzorg aanklopte? Maar sommige gezinnen zijn gebroken, zeker in de jeugdzorg. Ouders wonen op verschillende plekken. Welke gemeente krijgt dan het geld? Afspraak is: de gemeente waar het kind verbleef tijdens zijn ‘indicatiestelling’. Dat moet VWS dus zien te achterhalen, via het koppelen van databestanden.

Nog een probleem: welke kinderen tel je mee? Gemeenten worden alleen verantwoordelijk voor kinderen tot 18. Maar aanbieders van jeugdzorg betaald uit de AWBZ hanteren vaak een leeftijdsgrens van 23 jaar. Tsja. VWS moet die aanbieders dus aansporen om een nieuwe ‘knip’ te maken bij 18 jaar. Alles erboven telt niet mee.

De ambtenaren stoppen met praten. Dit is hun verhaal, hun rekensom – gecheckt en gedubbelcheckt. Maar er is ook het verhaal van gemeenten. Ook zij hebben berekeningen gemaakt. En sommige gemeenten riepen afgelopen zomer dat VWS soms wel 10 procent of 20 procent te weinig geld geeft. Houdt het ministerie soms geld achter, vroeg men zich af.

De nieuwe getallen van het ministerie zullen sommige gemeenten opnieuw teleurstellen, denken ze bij VWS. Lang niet alle gemeenten krijgen waar ze op hoopten. Maar de vraag is: houden die gemeenten wel rekening met de pgb-maatregel? Weten zij van die leeftijdsgrens van 18? Hoe gaan zij om met die woonplaatskwestie? Vermoedelijk, aldus de ambtenaren, zitten dáár de afwijkingen bij gemeenten.

En dus gaat een team wijze adviseurs namens het ministerie nog voor de Kerst het land in. Praten met de wethouders en zorgaanbieders van de 41 jeugdzorgregio’s. Uitleggen waar de verschillen zitten. Kijken of zorgaanbieders in hun berekeningen steken hebben laten vallen.

En daarna gaan de ambtenaren weer door met rekenen. Op naar mei, naar nog preciezere cijfers voor 2015.

    • Ingmar Vriesema