De achterkant van een sanering

Achmea ontslaat eenvijfde van het personeel. Wie moet vertrekken, en wat gebeurt er met hun werk?

Kunnen de werknemers van Achmea die mogen blijven, ongestoord door zonder een kwart van hun collega’s? Waar blijft het werk dat de vertrekkende mensen doen? Dat moeten de consultants uitzoeken die voor zo’n saneringsklus worden ingehuurd. Hoe kiezen ze? Wie en wat verklaren ze overbodig? De vragen werden voorgelegd aan vier consultants van vier kleine en grote kantoren, die alleen zonder naam in de krant willen. De drie etappes van het saneren.

1 Excelsheets

Of: hoeveel moet eruit?

Er kan „zo door de bank genomen” altijd wel 20 tot 30 procent uit een bedrijf zonder dat het écht pijn doet, zegt de ene consultant. Elk jaar stijgt in Nederland de productiviteit met 1 tot 2 procent door betere tools en training, „dus kan er elk jaar wel 2 procent uit”, zegt de ander.

Elke consultant heeft zo z’n percentages klaar. En met die percentages gaat hij benchmarken, als zijn klant om snijdadvies vraagt. Ze bestuderen vergelijkbare bedrijven van vergelijkbare grootte met hun klant. Hoeveel mensen doen bij de ander aan sales en marketing, hoeveel zitten er in de buitendienst? En natuurlijk: hoeveel winst maken ze? Grote consultancybedrijven hebben databestanden met bedrijfsgegevens, andere kopen die in bij onderzoeksbureaus.

„En dan ga je rekenen in Excel”, zegt een consultant. Wat kun je outsourcen, wat kun je afstoten, waar moeten mensen het met minder collega’s doen? Strategische beslissingen van de aandeelhouders worden nu al meegenomen, zoals het fusieklaar maken van een onderdeel, of een sterfhuisconstructie bedenken voor een hele tak.

2 De verdwijntruc

Of: waar moet het eruit?

De Excelsheet is klaar. Het kan met vierduizend man minder. Maar waar blijft dan het werk dat die mensen doen?

Veel werk hoeft niet per se te bestaan, zeggen de consultants. Elke maand een rapportage naar de raad van bestuur? Kan ook elk kwartaal. Dertig pagina’s? Kan ook tien. In een modern bedrijf kunnen veel functies verdwijnen. Denk aan de chauffeur. De klusjesman die de lampen vervangt („kan de receptionist ook”). De postkamer. De telefoniste (gebruik een doorkiesmenu).

Processen kunnen efficiënter. „Stel: je wil iemand iets laten doen. Moet je zes keer naar z’n bureau lopen omdat hij er niet is, of weet je altijd waar hij is? Werk aan first time right.”  Soms blijkt achteraf dat meer is gesneden dan kan. Dan raken mensen overwerkt, of de kwaliteit daalt.

3 De poppetjes

Of: wie moeten eruit?

Maar wie moet er weg? Nu gaat het om mensen, en dus om voorkeuren. Om hun keuzes toch te beargumenteren, werken consultants met getallen en tabellen : in een vergelijkbaar bedrijf zitten zoveel personeelsmanagers op zoveel personen. Dus hier kunnen er een paar uit. Welke functies van welke mensen zijn onmisbaar, en welke niet? Misschien ziet hier wel een bestuurslaagje te veel. Ze kijken naar key performance indicators. „Is de norm tien verkochte verzekeringen en haalt deze verkoper er drie? Dan is hij de klos.”  En ze gaan ook met de mensen zelf praten. Dat is nuttig en voelt rechtvaardig. Maar ook heel verontrustend voor de werknemer. „Als een vreemde naast je komt zitten en vraagt: ‘wat doe jij hier eigenlijk?’ moeten alle alarmbellen rinkelen.” 

Met medewerking van Tom Vennink

    • Carola Houtekamer