Autonomie als overlevingsstrategie

Minister Jet Bussemaker (Cultuur, PvdA) ziet op werkbezoek in de Rijksakademie in Amsterdam een houten schilderijlijst met ingebouwde ledlampjes en zegt: „Zulke lijstjes lijken me heel goed verkoopbaar.” Daarna loopt ze over een binnenplaats. Die kan volgens haar heel goed als terras dienen. Voor een café.

De opmerkingen, nu een jaar geleden, waren goed bedoeld en begrijpelijk: Bussemaker wil de kunsten in Den Haag verdedigen en dus moet er worden gewerkt aan maatschappelijk draagvlak. Dat betekent dat de kunstwereld zich moet „openstellen naar de samenleving”. Onderliggende gedachte: een kunstenaar is pas echt creatief als hij dat ook is op de markt. Weg „subsidie-infuus”. Onafhankelijkheid is het devies.

Tja, onafhankelijk. Betekende dat niet ooit dat kunstenaars „autonoom” werkten, onafhankelijk van tijd, geld en nukken van hun opdrachtgevers? John Keats zei het mooi: hij dichtte niet voor het publiek maar voor „the Eternal Being” en de „Principle of Beauty”. Maar nu betekent onafhankelijkheid: zonder subsidie. Auteurs van de recentelijk verschenen bundel Onaf (uitg. Nieuw Amsterdam) problematiseren deze nieuwe betekenis van het woord in enkele ijzersterke essays. Ze ondermijnen, onder meer, het argument dat de vrije markt een veelzijdiger aanbod creëert: een argument dat vaak klinkt ter verdediging van het cultureel ondernemerschap. Iedere preek creëert zijn eigen parochie, schrijft historicus Rutger Bregman. En nu er maar één preek klinkt, die van de markt, kiest iedereen in vrijheid hetzelfde: „We kijken dezelfde blockbusters, lezen dezelfde bestsellers en drinken hetzelfde bier.”

En daar komt nog iets bij, legt dichter Maarten Doorman uit: als kunstenaars de eigen autonomie ontkennen, geven ze de argumenten weg waarmee ze uit de wind worden gehouden. Als kunst een vorm van vermaak is als vele andere, behoeft zij ook geen steun, een laag btw-tarief, of extra aandacht op school. Met andere woorden: of een kunstenaar nu wel of niet wérkelijk onafhankelijk kan zijn, is een vraag die niet snel is beslecht – discussieert u rustig verder – maar het streven naar autonomie kan interessante kunst opleveren. De geschiedenis is getuige. En in de toekomst zal dat streven een interessanter idee opleveren dan wéér een terras, van wéér een café; het idee dat ontsproot aan de verbeelding van de cultuurminister.

is cultuurverslaggever