Als de wereld in de stad woont ...

Nu al woont meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad Tegen 2050 zijn dat 7 op de 10 mensen Van de burgemeesters van die steden kun je veel leren, zegt politicoloog Benjamin Barber

verslaggever

’s Nachts vanuit een vliegtuig zie je wat er gaande is. De oplichtende vlekken van miljoenen lichtjes zijn de snel groeiende steden. Waar het donker is, liggen de krimpende plattelandsgebieden.

Nog een paar decennia en de wereld bestaat voornamelijk uit stadsbewoners. Sinds twee jaar woont meer dan de helft van de wereldbevolking in de stad. Tegen 2050 zal het om zeven op de tien mensen gaan.

En de verstedelijking gaat steeds sneller. China maakt in veertig jaar de ontwikkeling door waar het Verenigd Koninkrijk 120 jaar over deed. Een eeuw geleden woonden acht op de tien mensen op het platteland.

Die steden verdienen veel geld. Londen verdient 30 procent van het bruto binnenlands product van Engeland. New York heeft een bbp zo groot als dat van Canada.

Steden zijn kortom de winnaars van de globalisering, knooppunten in wereldwijde netwerken van kapitaal, goederenstromen en communicatie. Macht en geld zorgen ervoor dat mensen zich daar concentreren.

Hierdoor veranderen steden. Steeds sterker worden centra van oude en nieuwe global cities een speeltuin van rijke toeristen en internationale zakenlieden. In de arme voorsteden wonen de serveersters en schoonmakers die hen het leven makkelijk maken.

Maar in de westerse steden is de ontwikkeling anders. Daar zal de groei in omvang en rijkdom de komende decennia stagneren, blijkt uit rapporten als Urban World van consultancyfirma McKinsey en State of The World’s Cities 2012/2013 van de VN-organisatie Habitat. In Europa zullen er zelfs steden krimpen. Tegen 2025 zullen de 136 nieuwe steden in de top-600 van rijke steden vooral Aziatisch zijn.

Die grote steden zullen ook de grootste problemen kennen: de schrijnendste armoede, de ellendigste leefomstandigheden, de sterkste segregatie, de grootste vervuiling en CO2-uitstoot. Hoewel sinds 1990 het percentage sloppenwijkbewoners iets werd teruggedrongen, steeg hun aantal in absolute zin. Wereldwijd wonen 863 miljoen mensen in huizen van plastic en golfplaat, tussen open riolen, zonder schoon water en openbaar vervoer.

In 2025 kunnen dat er twee miljard zijn. Alleen al zes grote steden in ontwikkelingslanden – New Delhi en Mumbai (India), Dhaka (Bangladesh), Lagos (Nigeria), Kinshasa (Congo) en Karachi (Pakistan) – krijgen er jaarlijks de hele bevolking van Europa bij.

Als een steeds groter deel van de wereldbevolking in een stad woont, moeten we naar stadsontwikkeling kijken om daarop te anticiperen, menen experts. Sommigen zien vooral de gevaren van de snelle urbanisatie: een deel voor de rijken, een deel voor de armen. Gechargeerd: een klein centrum vol glanzende kantoren, designwinkels, boulevards en café latte. Daaromheen een nachtmerrie van golfplaat, geweld en flying toilets (plastic zakjes met uitwerpselen).

Anderen zien ook kansen. Maar stadsbesturen moeten zich dan wel richten op meer dan alleen economische ontwikkeling, benadrukt Habitat. Gemeentes moeten niet uitgaan van bedrijven, dure bouwprojecten en evenementen, maar van mensen, straten en pleinen. Leefbare steden zijn dan steden waar ongelijkheid getemperd is, waar groene ruimte niet opgeofferd wordt en waar door goed openbaar vervoer en het terugdringen van de auto de vervuiling binnen de perken blijft.

Denk: Melbourne, Vancouver, Kopenhagen.

Denk niet: Dhaka, Lagos.

    • Maartje Somers