Als de rechter een oorvijg geeft

Incidenteel durven rechters in hun uitspraak ook maatschappelijk commentaar te leveren. Zo zei de kortgedingrechter in Den Bosch deze maand: „Het uitgangspunt in de relatie tussen burger en overheid is niet het veelgehoorde ‘wie niets te verbergen heeft, heeft ook niets te vrezen’ maar ‘het dagelijks doen en laten van de burgers gaat de overheid niets aan’.” Dat ging over het opvragen van parkeergegevens door de fiscus. De rechter concludeerde: „Iedere burger moet in beginsel een auto kunnen parkeren op een door die burger verkozen plaats in Nederland, zonder dat de overheid behoeft te weten dat hij dat doet en waarom hij dat doet.” Een dergelijke zin krijgt meteen vleugels. Het is een oorvijg en waarschuwing tegelijk. Subliem gezegd.

De kort geding rechter in Almelo deed vorige week iets soortgelijks, maar dan met de bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand. Twee advocaten zouden in zijn rechtszaal flagrant misbruik maken van toevoegingsgeld (subsidie), door over een „miniem belang” (675 euro) maar liefst twee procedures te voeren waarin „trucs en spitsvondigheden” de boventoon voerden. Er was sprake van „chicaneren” in een conflict van het niveau van een „kleuterruzie in een zandbak”. De advocaten verspilden „uren tijd van instanties en duizenden euro’s” belastinggeld. De twee advocaten, aldus de rechter, zelf overigens oud-advocaat, „geven daarmee ook voeding aan (onjuiste) standpunten dat toevoegingsgelden vaak worden gebruikt voor onzinnige procedures die niet zouden worden gevoerd indien het toevoegingsstelsel niet bestond”. ‘Vaak’ gebeurt het niet, maar af en toe dus wel, zoals hier. De advocaten moesten zich „doodschamen”.

Of de rechter met zijn opmerkingen binnen de grenzen van de zaak bleef wordt nu onderzocht. Eén van de advocaten diende een klacht in bij de president. En de Raad voor de Rechtsbijstand onderzoekt geschrokken of er terecht subsidie is gegeven. Misschien was de Almelose uitspraak achteraf sterker geweest als er minder boosheid doorklonk in de woordkeuze. Maar gehoord is deze rechter wel. Dit was recht uit het hart. En getuige de reacties trof de rechter ook doel. Advocaten kunnen slecht tegen kritiek, net als andere professionals – onder wie zeker ook journalisten. Maar de rechtspraak signaleerde eerder, in 2010, rechtbank Haarlem, al een praktijk van gesubsidieerde flutzaken. Wissewasjes, waar vooral minder bekwame advocaten toch financiering voor wisten te krijgen. Met als symbool de zaak over het weggegeven konijn Punkie, over wiens verdere bestaan de ex-eigenaar informatie wilde afdwingen.

Kort gezegd, misstanden komen voor. Chicaneren bestaat. En rechters mogen, nee, moeten dat signaleren. Juist omdat toegang tot het recht te belangrijk is om er lichtvaardig mee om te gaan.